*

 
dossier

Archief

Opvang slachtoffers vrouwenhandel blijkt in Gelderland succesvol

Door: redactie − 03/03/95, 00:00

Van een onzer verslaggeefsters NIJMEGEN - Weggestopt in seksclubs, zijn ze vaak niet te onderscheiden van vrouwen die daar 'vrijwillig' werken: buitenlandse vrouwen die tot prostitutie worden gedwongen. De meesten blijven onzichtbaar, ook voor de hulpverlening, die (nog) nauwelijks ervaring heeft met slachtoffers van vrouwenhandel. In dat laatste komt verandering, althans in Gelderland

Jarenlang boden de landelijke Stichting tegen vrouwenhandel (STV) en de Gelderse stichting tegen vrouwenhandel (GSTV) hulp aan individuele slachtoffers. Maar eigenlijk vinden ze dat niet hun taak. Liever fungeren ze als centraal meldpunt, van waaruit ze vrouwen doorverwijzen naar opvanghuizen. In 1994 meldden zich bij STV 168 slachtoffers van vrouwenhandel, bijna een verdubbeling ten opzichte van 1993: 88 meldingen.

Vanuit hun praktijk ontwikkelden GSTV en STV hulp op maat voor vrouwen die het slachtoffer zijn van vrouwenhandel. Het is nu tijd, vinden beide stichtingen, dat die kennis wordt overgedragen aan de reguliere hulpverlening. In de regio Arnhem/Nijmegen is daarmee een begin gemaakt.

Mèt succes, want in twee jaar tijd (1993-1994) is het gelukt om de betrokken instanties daadwerkelijk bij de opvang en begeleiding van slachtoffers te betrekken. Het nu afgesloten 'integratieproject' vormt volgens STV een blauwdruk voor de rest van Nederland en werd gisteren gepresenteerd.

In Gelderland werd in 1993 een netwerk gevormd van de Bureaus voor rechtshulp, het Algemeen maatschappelijk werk en opvanghuizen, zoals Blijf van mijn lijf en Stichting De Paula in Oosterbeek. Kwamen slachtoffers van vrouwenhandel in de jaren tachtig vooral uit de Filippijnen en Zuid-Amerika, tegenwoordig worden ze in Oost-Europa geronseld. Dat vergt een andere benadering, vertelt medewerkster T. Bongaards van De Paula Stichting.

“Het zijn bijna allemaal jonge meisjes, die soms helemaal niet op onze manier willen worden opgevangen. Ze zoeken vooral praktische hulp en verzetten zich soms tegen onze huis- en gedragsregels. Eigenlijk moeten we ze een andere opvang aanbieden. Hoe, weten we nog niet precies, daar wordt op het ogenblik hard aan gewerkt”, aldus Bongaards.

Alle 29 vrouwen die in 1994 via GSTV in de reguliere hulpverlening terecht kwamen, werden persoonlijk begeleid door een zogeheten casemanager van het maatschappelijk werk. De maatschappelijk werkster vergezelt de vrouw naar de politie, de rechtbank, de sociale dienst en andere instanties. In het Gelderse netwerk hebben ze de functie van 'spin in het web'.

Ook maatschappelijk werkster R. Goossens uit Nijmegen heeft ondervonden dat slachtoffers van vrouwenhandel specifieke aandacht vragen: “Ze hebben vaak traumatische ervaringen en bedreigende situaties meegemaakt. Vooral dat laatste kan erg meespelen. Bij deze groep moet je er rekening mee houden dat ze uit een misdadig circuit komen.”

Goossens, die Arabisch spreekt, heeft ervaring met hulpverlening aan allochtone vrouwen. “In Arabische landen, en dat geldt ook voor Oost-Europa, gelden heel andere seksuele normen. Soms kan een vrouw niet meer terug naar het land van herkomst. Ze schaamt zich als ze moet zeggen wat er gebeurd is.”

“Wie op de verkeerde manier terugkomt, wordt niet meer opgenomen. Vrouwen moeten voor zichzelf zorgen en komen soms weer in hetzelfde circuit terecht. Dan proberen ze weer contact te leggen, in de hoop dat het een tweede keer wèl lukt. Vaak hebben ze geen andere keus.”

Via het Gelderse netwerk zijn inmiddels ook contactpersonen aangesteld bij de vreemdelingendienst en de jeugd- en zedenpolitie. Dat werkt goed, vindt V. Bleeker, zelf contactpersoon en werkzaam op de afdeling vreemdelingenzaken van de politie Gelderland-Midden.

Hij treft vaak 'hele trieste situaties' aan: “Slachtoffers van vrouwenhandel kunnen meestal nergens terecht. Ze hebben niets en krijgen niets, alles wordt achtergehouden. Zijn ze door ons opgepakt, dan moeten ze het zelf maar uitzoeken. Niemand komt ze wat brengen, al was het alleen al uit angst te worden aangehouden.”

In Arnhem komt nu een speciaal politieteam dat zich richt op het signaleren van vrouwenhandel. Bleeker: “We gaan de straat op en naar clubs om een praatje te maken. Ik wil nog leren hun vertrouwen te winnen, want dat duurt vaak maanden.”

mailIcon print |