*

 
dossier

Archief

Nefarma presenteert sigaar uit andermans doos/Prijsverschil nieuwe en oudere medicijnen wordt nog veel groter

G. H. DE KRUIJF − 19/01/96, 00:00

De auteur is apotheker te Werkendam.

Nefarma beweert dat van zo'n 60 procent van de medicijnen het octrooi is verlopen. Men vergeet er bij te vertellen, dat het hierbij gaat om het volume, en niet om de omzetwaarde van de geneesmiddelen. Van de farmaceutische top-tien - in geldwaarde - in Nederland zijn alle middelen nog geoctrooieerd. Bij een analyse over de afgelopen negen maanden van de inkoop van mijn apotheek constateerde ik, dat van de top-50, gemeten naar omzetwaarde, voor drie kwart van de medicijnen nog een octrooi loopt. En dan te bedenken dat ik in mijn apotheek een hoge substitutiegraad (vervanging van specialité door generiek) heb bereikt.

Er wordt dus een enorm gedeelte vrijwel ongemoeid gelaten, waar juist zeer aanzienlijke besparingen mogelijk zijn, omdat het om vaak zeer dure medicijnen gaat.

Het voorstel van Nefarma geldt dus met name voor de wat oudere, goedkopere geneesmiddelen. Het gaat hierbij om medicijnen waarvan vaak generieke vormen in de handel zijn. Door deze specialités, waarvan de omzet door substitutie toch al sterk gedaald is, fors in prijs te verlagen dwingt Nefarma de generiek-leverancier zijn prijzen navenant aan te passen. Door deze prijsmaatregel worden dus met name de leveranciers van generieke geneesmiddelen getroffen, en daarvan de firma's die een breed pakket voeren het sterkst. De sigaar, die Nefarma zo genereus aanbiedt, komt dan ook uit andermans doos.

Als tegenprestatie eist Nefarma dat de zogenaamde 'lijst 6' weer wordt geopend; dus nieuwe - per definitie dure - geneesmiddelen zouden weer voor vergoeding moeten worden toegelaten. Hiermee vult Nefarma het opengevallen plekje in de eigen doos weer royaal op met een nieuwe sigaar. En omdat de - op zich nodige - innovatie blijft doorgaan kan de sigarendoos zo goed gevuld blijven.

Door het Nefarma-plan zal het toch al grote prijsverschil tussen de doorgaans dure geoctrooieerde nieuwere medicijnen en de goedkopere octrooivrije oudere geneesmiddelen sterk toenemen. Dit zal voor de arts een goede afweging tussen prijs en prestatie van nieuwere en oudere middelen met een vergelijkbare indicatie sterk bemoeilijken. Keuze voor 'nieuw' is dan een keuze voor 'nog duurder'.

Bovendien is een kwalijke bijwerking van dit voorstel dat de 'uitgangs'-prijs van medicijnen - waarvan na verloop van tijd ook het octrooi verloopt - onnodig hoog is. Logisch dat men dan zonder veel moeite weer een royale prijsdaling kan aanbieden. Ondertussen zal de concurrentiepositie van de producenten van generieke medicijnen (en van de farmaceutische groothandel) aanzienlijk verslechterd zijn.

Ik ben er al met al zeker van, dat achteraf zal blijken dat de doelstelling om 700 miljoen gulden te besparen op geen stukken na gehaald zal worden; een besparing van 10 procent zal mij meevallen.

De apotheker zal met dit plan ongetwijfeld een behoorlijke veer moeten laten door vermindering van kortingen, bonussen en stimulans. In het verleden heb ik al aangegeven dat dit op zich een goede zaak is. Er zijn evenwel betere mogelijkheden om dit doel te bereiken.

Zal de patiënt er overigens veel van merken, i.c. zal de premie wezenlijk omlaag gaan? Ik denk dat de zorgverzekeraar hem hooguit te zijner tijd zal vertellen dat dank zij de prijsverlaging de premie minder verhoogd zal worden. Wat zijn immers de (ont)nuchtere(nde) feiten? In vrijwel geen Europees land is het aandeel van de medicijnen in de kosten van de totale gezondheidszorg zo laag als in Nederland, minder dan 9 procent. Een besparing van 10 procent op de geneesmiddelenkosten betekent dus amper 1 procent besparing op de totale gezondheidszorg. Ik zou me dus als verzekerde maar niet te snel rijk rekenen.

Een structurele verlaging van de medicijnprijzen is nodig. Maar dan zal dat ook voor de geoctrooieerde geneesmiddelen moeten gelden. En reken maar dat dat kan. Door de prijsverlaging in 1995 van de antidepressiva Prozac en Seroxat van ruim 40 procent zijn de fabrikanten echt niet kapot gegaan. En geen fabrikant kan mij wijs maken dat de produktiekosten van Zantac 300mg tabletten 30 procent hoger zijn dan die van Zantac Bruis 300mg. Ook betwijfel ik of de producent van Renitec 10mg tabletten zo zeer aan de grond zat dat een prijsstijging van 85 procent per 1 januari jl. nodig was om weer uit het dal te komen.

Ik ben het eens met de fabrikanten dat er een zodanige prijsstelling dient te zijn dat innovatie mogelijk blijft. Voor mij is dat ook een reden om in principe geen parallel-geimporteerde geneesmiddelen af te leveren. Maar ik verwacht dan wel een eerlijke en reële prijs. Zoals de minister in haar memorie van toelichting op de Wet geneesmiddelenprijzen terecht zegt, leent deze branche zich in principe niet voor commercie (dat ze daar in haar beleid niet naar handelt is een andere zaak). Dat gegeven schept een grote verantwoordelijkheid voor alle spelers op het farmaceutisch veld, en breder op het hele terrein van de gezondheidszorg. In plaats van onkruid te trekken uit het tuintje van de buurman kan men beter beginnen de eigen grond te wieden.

Dat het Nefarma-plan niet voldoet aan dat criterium heb ik in het bovenstaande duidelijk gemaakt. Ik hoop dat de minister en het parlement dat met mij eens zijn en dit plan afwijzen.

mailIcon print |