*

 
dossier

Archief

Norman in topvorm brengt publiek in verrukking muziek ..IN:

PETER VAN DER LINT − 29/09/94, 00:00

AMSTERDAM - In een tjokvol, tropisch verhit Concertgebouw liet Jessye Norman dinsdagavond horen dat zij in topvorm stak. In uiterste concentratie zong zij vooral na de pauze met volle, vrij klinkende stem een onalledaags programma dat met groot enthousiasme werd ontvangen.

De in goudbrokaat gestoken zangeres liet wederom horen dat zij in het liedrepertoire het best op haar plaats is. Norman benutte haar rijkgeschakeerde lage register optimaal in Haydns 'Scena di Berenice'; daarin viel ook de onmachtig klinkende hoogte op. De topnoot van de 'scena' werd haast gemaskeerd, heel kort gezongen. Onnatuurlijk klonken de klankontploffingen, waardoor Norman kennelijk ook de ademsteun miste om loepzuiver te intoneren. Die problemen bleven aanwezig tijdens de vijf liederen van Richard Strauss. Bij de herhaling van de beginregels van 'Ich trage meine Minne' realiseerde zij wel vocale wonderen met een zeer fraai uitgedunde hoogte.

In het lied 'Befreit' liet zij krachtig messa di voce horen, maar kwamen de drie climaxen net onder de toon uit. Ondanks deze vocale probleempjes was Norman (zoals eigenlijk altijd) volledig met haar hoofd bij tekst en muziek. Zij leefde zich prachtig in en beëindigde het Strauss-blok met een zucht van verrukking en stralende blik bij de woorden 'O komm, du wunderbare, ersehnte Nacht!'

Na de pauze was Norman weer volledig meesteres over haar stembanden. Dit volledig aan Maurice Ravel gewijde gedeelte leverde een klein uur unieke liedkunst op. De 'Cinq mélodies populaires grècques', de 'Chansons madécasses' en de 'Deux mélodies hébraïques' zijn niet bepaald standaard-repertoire, maar het tussendoor heftig rochelende en proestende publiek (het griep-seizoen is weer begonnen) luisterde zeer aandachtig en reageerde na afloop verrast en verrukt. In de 'Chansons madécasses' werden Norman en pianist Geoffrey Parsons bijgestaan door Marieke Schneeman (fluit) en Quirine Viersen (cello). Geweldig hoe Norman het lied 'Aoua!' met een strijdkreet begon en hoe zij de stemkleur aanpaste aan de Flatterzunge van de fluit. In het derde Madegaskische lied riepen Viersen en Schneemann heel fraai de verlammende hitte op waarover in het lied sprake is. Fantastisch was Normans weergave van het tweede Hebreeuwse lied 'Kaddisch', waarin zij geheel terecht als een soort hogepriesteres de sfeer van de negro spirituals opriep. Het woord 'weimrou' zong zij bezwerend in de klankkast van de vleugel, waardoor de trillende snaren voor een echo-effect zorgden.

Natuurlijk stond Strauss' 'Zueignung' op het toegiftenlijstje. Heel verleidelijk eindigde zij met Ravels 'Vocalise en forme de habanera'. Waarschijnlijk had zij nog wel meer willen zingen, maar het publiek vond het verbazingwekkend genoeg.

mailIcon print |