*

 
dossier

Archief

Geesten zeggen je dat het fout gaat

ANNELIES ROON − 17/01/96, 00:00

Er zijn gelovigen die een tulband dragen, of zwarte kousen, of een tamboerijn bespelen. Er zijn er die God aanbidden, of de zon, of zichzelf. Hun levensovertuiging heeft vaak een exotische naam. In deze serie vertellen gelovigen wat hen beweegt. Aflevering 2: Winti.

Maar ook voor degenen die zich er tegenwoordig mee bezig houden is winti vaak ondoorzichtig. “Winti is een soort cluster geworden van grote zaken als religie, cultuur, mythologie, filosofie en geneeskunde, die allemaal als een onontwarbare kluwen in elkaar zitten”, concludeert bedrijfs- en organisatiepsycholoog Robert Sordam (40).

Uit nieuwsgierigheid en later beroepshalve, maar naar eigen zeggen vooral als een soort gevolg van een generatieconflict, verdiepte hij zich in de complexe materie die winti heet. Dat er naast het zichtbare meer is waar we rekening mee moeten houden, staat voor Sordam als een paal boven water. De naamgeving van die onzichtbare krachten kan hem niet zo boeien, maar één ding is voor hem van groot belang: je moet niet je eigen verantwoordelijkheden afschuiven op die invloeden van buitenaf.

Sordam: “Mijn vader zette zich af tegen winti. Ik denk dat veel Surinamers dat doen, omdat er nog steeds een soort koloniaal trauma op rust: het is afgoderij waar je je niet mee moet bemoeien. Ik kan me die weerstand ook wel voorstellen, want winti is heel ingewikkeld. Het is niet in kaart gebracht, het is niet geïnstitutionaliseerd, er worden geen openbare diensten gehouden waar tekst en uitleg wordt gegeven. En als je er dan al iets mee wilt en je zoekt iemand die je daarin kan begeleiden, dan ben je aan de heidenen overgeleverd, want je weet nooit of iemand iemand bonafide is. Maar goed, hoe meer mijn vader zei: 'daar kan ik niks mee', hoe meer ik er van wilde weten.”

“Dus ik ben op zestien-, zeventienjarige leeftijd de zogenaamde winti-kennis gaan opzoeken. Bij mensen, die mij allemaal winti-verhalen vertelden. Dat was prachtig, maar de vertellers bleven hangen in die kluwen van mythologie, filosofie en religie.”

“Kijk, winti kent een oppergod, Anana, met daaronder andere goden plus een hele rits winti of geesten. Die zijn weer gekoppeld aan vier entiteiten: water, lucht, grond en bos. De communicatie van deze winti creëert een vaak noodzakelijk ontzag en respekt voor je omgeving. Maar het godenpantheon is wat mij betreft pure mythologie. Veel mensen zien dat niet zo. Die blijven geloven in bepaalde incarnaties van de geesten, zoals je in kaboutertjes kunt geloven. Dat geloof zelf heeft voor die mensen natuurlijk ook een bepaalde waarde, maar het heeft weinig met de realiteit van doen. Ik denk dat het goed zou zijn als men het onderscheid durft te maken tussen mythologie en godsdienst.”

“Een ander bezwaar dat ik heb tegen de manier waarop winti wordt beleefd door het merendeel van de Afro-Surinamers, is dat de kans groot is dat je je eigen persoonlijke kracht niet meer aanvaardt. Door middel van rituelen en muziek kun je namelijk contact zoeken met de ons omringende geesten. Je kunt ze om kracht vragen of aanwenden om bepaalde dingen te laten gebeuren, zowel in positieve als negatieve zin. Winti's kunnen ook bezit van je nemen. Krachten of talenten van mensen worden niet aan die persoon zelf toegeschreven, maar die persoon wordt door zijn of haar winti in staat gesteld om bepaalde dingen te doen. Men moet dus zijn winti koesteren en dankbaar zijn. Dat brengt in positieve zin een zekere bescheidenheid met zich mee, maar kan ook omslaan in het afstand nemen van je eigen daden. Dat ondermijnt je persoonlijke kunnen en kracht.”

Sordam ging in de loop der jaren op zoek naar een eigen invulling van zijn beleving van winti. “In de jaren zeventig woonde ik met vijf vrienden in een soort commune in de Bijlmer en daar organiseerden we allerlei dingen, omdat we op zoek waren naar onze zwarte identiteit. Toen nodigden we op een gegeven moment prof. dr. Vaarnold-Dap uit, een man uit de binnenlanden van Suriname. Die man sprak op een manier over winti die mij erg aantrok, omdat hij een benadering had, die ik achteraf metafysisch ben gaan noemen. Hij had het over 'het ontastbare tastbare' en het 'niet zichtbare zichtbare'. Voor mij was dat een goeie manier om winti te plaatsen, ook omdat ik van huis uit vertrouwd was met spiritisme. Mijn moeder, een Nederlandse, was namelijk wat je noemt licht helderziend. Ze wist dingen die ze, normaal gesproken, eigenlijk niet kon weten. Dat kwam in haar familie veel voor. Daardoor ben ik al vroeg in aanraking gekomen met het gegeven dat er klaarblijkelijk dingen zijn die je niet kunt waarnemen, maar die jou iets kunnen overbrengen. Binnen het spiritisme wordt er van uitgegaan dat lagere geesten bezit van je kunnen nemen. Ze hebben het over dolende geesten, geesten van overledenen. Dat heeft raakvlakken met winti, waarbij voorouderverering een belangrijke plaats inneemt.”

“Uiteindelijk ben ik winti-elementen gaan combineren met wat meer spiritistische zaken en dat geheel vat ik dan zo ruim mogelijk op. Het is echt niet zo dat ik als een heilige door het leven ga en De Waarheid verkondig. Ik denk gewoon dat het goed is om je open te stellen voor een vorm van communicatie. Niet alleen met voorouders, hoewel dat voor mij een uitgangspunt is, maar ook met de natuur. Dat heeft verregaande consequenties. Want klaarblijkelijk hebben we een broertje dood aan het milieu. Het gaat allemaal om produceren, produceren, produceren. Zo zijn we toch bezig? In het kader van communicatie met je omgeving, met de natuur, met al die geesten, is één ding van belang: luisteren. Je zou moeten kunnen opvangen wanneer je niet goed bezig bent. Op een gegeven moment zullen de geesten je, op wat voor manier dan ook, duidelijk maken dat je niet op de juiste weg zit.”

“Voor mij is het belangrijk op de een of andere manier rekening te houden met de krachten om ons heen. Dat doe ik door te mediteren of door ritueel te communiceren met de omgeving. Een voorbeeld: ik werk binnen de Pharao Group, een soort consortium van bedrijfjes die zich op de een of andere manier bezighouden met de Nederlandse zwarte identiteit. Bij de opening van ons bedrijfspand hebben we Vaarnold-Dap gevraagd om dat te begeleiden. Samen hebben we een rondgang om het blok gemaakt en op elke straathoek voerde hij een ritueeltje uit. Je moet me niet vragen wat hij precies deed, maar het idee was: we willen een onderneming vestigen en daar heb je kracht voor nodig. Dat kun je niet alleen. Je kunt er zelf veel aan doen en er heel veel energie in steken, maar toch heb je kracht van buiten nodig. En die kracht moet je vragen. Het resultaat kan zijn dat je bedrijf nog steeds draait terwijl je normaal gesproken al failliet had moeten zijn of dat je als mens nog steeds ademt terwijl anderen in een vergelijkbare situatie al lang de geest zouden hebben gegeven.”

“Al met al is winti voor mij geen echte godsdienst, maar een levenshouding, die kan worden gekoppeld aan een godsdienst. En of je God dan Anana noemt of Allah, dat zal me worst wezen. Ik denk dat we respectvol om moeten gaan met onze omgeving. Als je dat doet, ben je op een manier bezig, waarvan iedere God zou zeggen: dat gaat niet onaardig. Mensen hebben het kennelijk nodig om via een God en de daarbij behorende dogmatiek, uiteindelijk terecht te komen bij hoe ze moeten leven. De winti's kunnen je daarbij, als gids, op weg helpen.”

mailIcon print |