Een intrigerend lid van de tennisclub was de heer Peusters. Ik schatte hem tegen de zestig, maar omdat ik toen zelf zes was is het waarschijnlijker dat hij rond de veertig zal zijn geweest.
Peusters was vrij klein van stuk en lichtelijk kalend: de grijzende restanten van zijn haar waren gepommadeerd. Zijn tennisracket was van de duurdere soort (voor de liefhebbers: Dunlop Maxply) en wat nog spannender was, hij had een tennisjack met een rood-wit-blauw geborduurd kraagje, zoals verder alleen Davis-cup-spelers die droegen. Peusters tenniste nooit met iemand anders dan met de tennisleraar, een uur per week, en dat kon ik mij wel voorstellen want het was gewoon een ongehoorde kruk voor wie de dubbele opgave én over het net én binnen de lijnen net iets te hoog was gegrepen.
's Winters als het gevroren had, werden de netten en de palen van de tennisbanen verwijderd, dan werd alles ondergespoten en ontstond er een heuse ijsbaan. Daar zat ik op een middag te kleumen, toen daar opeens uit een kluwen schoolkinderen Peusters opdook met een paar fonkelnieuwe ijshockeyschaatsen in zijn hand. Achter hem aan liep een mevrouw die hagelwitte kunstschaatsen meedroeg. Maar het opvallendst aan haar was haar felroze trui van, naar ik veertig jaar later nog durf te zweren, angora-wol. Deze mevrouw nu zette zich op een bankje en Peusters zakte op de knieën om haar schaatsjes aan te snoeren. En daarna voltrok zich het wonder. De mevrouw legde een hand op de schouder van Peusters, zij richtte zich voorzichtig op, en sprak vervolgens enigzins giechelend: “Ik leg nóu al op mijn snuffert!”.
Juist de afgelopen week kwam deze jeugdherinnering onstuitbaar naar boven. Ik weet dat ik een snob ben, die enige jaren geleden met grote tegenzin van houten schaatsen op noren met schoenen ben overgestapt. Ik weet dat het niet verplicht is onder het schaatsen dikke wollen wanten te dragen en een jas die bij voorkeur tot ver over het middel reikt. Maar wat zich nu bij de gemiddelde molen- of plassentocht verzamelt aan nerveus gesneden schaatspakken en vrolijk glimmend schoeisel! Het drinken vangt tegen twaalven aan in afgeladen tapperijen aan de rand van het ijs, met veel André Hazes, en er hangt een sfeer die de wintersport zo'n twintig jaar geleden onverteerbaar begon te maken. Ik vind het vooral sneu voor de zesjarigen van nu aan wie de kans wordt ontnomen zich te vergapen aan Peusters en zijn maintenee.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.