Van onze parlementsredactie DEN HAAG - Minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) is voorstander van een internationaal wapenembargo tegen Burundi. Met een dergelijke boycot kan worden voorkomen dat het etnisch geweld tussen de Hutu-meerderheid en de Tutsi-machthebbers in het Afrikaanse land tot een verdere uitbarsting komt.
Pronk zei met nadruk voor de NOS-radio een militair ingrijpen van een internationale interventiemacht niet voor te staan. De bewindsman staat niet te juichen, maar wijst de economische strafmaatregelen die de Afrikaanse landen gisteren hebben afgekondigd tegen de militaire machthebbers in Burundi ook niet af. Hij zei de sancties te steunen omdat hij het belangrijk vindt hoe de Afrikaanse landen zelf “in de regio orde op zaken willen stellen”. Pronk vraagt zich wel af of economische sancties wel effectief zullen zijn. “Het land is al zo arm en het eigenlijke politieke probleem wordt er niet door opgelost.”
Pronk doelt op de tegenstelling tussen Hutu's en Tutsi's, die al decennia voor bloedige confrontaties zorgt in Burundi en in het buurland Ruanda. De Tutsi-minderheid domineert de strijdkrachten en zorgde er afgelopen week voor dat de eerste Hutu-president van het land, Ntibantunganya, de wijk moest nemen. Deze heeft onderdak gevonden in de Amerikaanse ambassade in de hoofdstad Bujumbura. Oud-president Buyoya, een Tutsi, aan wiens handen veel bloed kleeft, aldus Pronk, nam vervolgens de macht over.
Een drastische hervorming van het leger is een voorwaarde om het land in een stabieler vaarwater te krijgen, aldus Pronk. Het is volgens hem zaak dat ook de Hutu's een grotere rol binnen de strijdkrachten kunnen gaan spelen. Daarmee wordt een einde gemaakt aan de situatie dat het grootste deel van de bevolking zich niet beschermd voelt door haar eigen leger.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.