*

 
dossier

Archief

Rotterdammer ontketent slepersoorlog in Hamburgse haven

WIM BOEVINK − 29/01/96, 00:00

HAMBURG - Hoog boven ons uit torent de grijze boeg van het Taiwanese containerschip Ming Comfort - 29 872 bruto register ton - als Bodo, de kapitein, wijdbeens en in volle concentratie achter de joystick, zijn twee propellormotoren laat loeien. Onder ons wordt het water van de Elbe omgewoeld, de staalkabel - dik als een dijbeen - spant zich.

Langzaam komt de Ming Comfort in beweging, raakt los van de kademuur, dikke ijsschotsen voor zich uit schuivend. De Chalone, één van de vier knalrood geschilderde Rotterdamse sleepboten die sinds begin dit jaar in de haven van Hamburg opereren, trekt het containerschip naar het midden van de Elbe.

“We hadden nu wat wachttijd, maar normaal gesproken is zo'n klus in twintig minuten geklaard,” zegt Ard-Jan Kooren, de 29-jarige 'junior-chef' van Kotug, de Rotterdamse sleepdienst die in no time de Hamburgse haven op zijn kop wist te zetten. Want de man die in de stuurhut van de Chalone glunderend de verrichtingen van zijn slepers gadeslaat en voor het familiebedrijfsalbum kiekjes maakt, is dankzij de Bildzeitung in heel Duitsland bekend als 'de Hollandse piraat'. Ook vele andere Duitse bladen - tot en met Die Zeit en Der Spiegel - berichtten over de 'slepersoorlog in de Hamburgse haven'.

Kooren moet erom lachen: “Ik mag dan een piraat zijn, een crimineel ben ik niet.” Kooren is een indringer, maar een legale. Net als in andere Europese havens is het sleepwezen in Hamburg al decennialang genoegelijk in handen van een kartel, dat voor zijn diensten aan de reders flinke prijzen berekent. In Hamburg zijn die prijzen, alsook die van de vastmakers en terminalwerkers, de hoogste in Europa. Zolang iedereen zich aan de ongeschreven wet hield dat concurrerende havendiensten niet in elkaars wateren zouden vissen, werkte het systeem wonderwel. Tot Kooren kwam. Met in zijn zak het EU-recht, dat hem vrije vestiging verleent.

In Rotterdam had de firma acht jaar geleden al laten zien hoeveel oproer ze kan veroorzaken, toen ze ver onder de prijzen van de monopolist Smit dook. Een heftig conflict was het gevolg, culminerend in een havenblokkade en een woedende vakbond die zich tegen Koorens ondermijning van de CAO's verzette. Want Kooren - en dat heeft nu ook de Hamburgse verontwaardiging gewekt - durft zijn mensen minder te betalen. En hij laat ze ook nog langer werken.

Het Hamburgse kartel van vijf sleeprederijen dreigt door Koorens prijsbeleid (25 procent onder de tarieven van de Hamburgers) in één klap te worden opgeblazen. In enkele weken tijd had Kooren tien procent van de markt in handen, met elf grote rederijen heeft hij nu contracten.

Kooren ontvangt ons in zijn kantoor - één bescheiden kamer met fax en telefoon aan Hamburgs Fischmarkt - en heeft voor zijn succes een eenvoudige verklaring: “Je moet beter zijn dan de anderen.” Daarmee doelt hij met name op de trekkracht van zijn in Amerika gebouwde sleepboten, die die van de concurrentie verre te boven gaat. “Waar de anderen twee slepers voor een klus nodig hebben, doen wij het soms met één.”

Dat Kooren zijn mensen te weinig betaalt, bestrijdt hij. Veel meer stelt Kooren dat de Duitse lonen veel te hoog zijn - de vrucht van vette winsten en de lange arbeidsstrijd van de Duitse transportbond öTV. Ter vergelijking: op een Hamburgse sleper verdient de bemanning 5 280 tot 6 777 mark per maand. Daarvoor moeten ze 210 uur werken volgens een schema van 21 uur op, 48 uur af. Kooren betaalt 1 500 mark minder, terwijl zijn mensen ongeveer een derde méér moeten werken. Hun werkschema is echter volkomen anders: twee weken aan één stuk werken en dan twee weken vrij. Anders dan de Hamburgers betaalt Kooren bovendien geen nacht- en weekendtoeslagen, evenmin als vakantiegeld.

Aan boord van de Chalone klagen Koorens mannen echter niet. Ze zijn allen afkomstig uit het Oostduitse Rostock en waren tot Kooren kwam werkeloos. Machinist Ulf Winkler schampert over de Hamburgse verontwaardiging: “In de Rostockse haven is onze oude DDR-firma na de Wende weggeconcurreerd door twee van de Hamburgse rederijen die nu zo tegen ons tekeer gaan. De öTV, waarvan ik toen lid was, heeft niks voor ons gedaan. Ik verdien nu meer dan destijds, want de lonen in het oosten van het land liggen nog steeds ver onder die in het westen.”

Heel wat bedrukter is de stemming bij de tegenpartij. Terwijl Koorens boten van de ene klus naar de andere lijken te razen, ligt de Hamburgse vloot van vijftien slepers vastgevroren aan de kade van Neumühlen. Aan boord van de 'Ise' ontvangt ons kapitein Harald Scherbath, al sinds twintig jaar in dienst bij Petersen & Alpers. Voor hem op tafel ligt een stencil van de öTV. 'Tegen goedkope lonen en en een slechtere veiligheidsstandaard' staat erop en: 'Dit is een aanval op de CAO-struktuur van de havenarbeiders die niet getolereerd zal worden.'

Scherbath zegt dat de bond Koorens mannen ervan wil overtuigen dat ze hogere lonen moeten eisen, maar zelf gelooft hij niet in het succes van de onderneming. “Die lui zijn al blij dat ze een baan hebben en Kooren is niet meer weg te denken.”

Een derde van de in totaal 200 Hamburgse slepers is al naar huis gestuurd en men verwacht dat in de loop van het jaar de helft van de banen zal zijn verdwenen. “Als ik met mijn 24 mensen het ontslag van bijna honderd Hamburgers veroorzaak, dan moet er met die Hamburgse sleepdiensten toch iets mis zijn,” had Kooren gezegd. Scherbath: “Men kan toch niet van ons verlangen dat wij ons uurloon halveren?” En somber berustend voegt hij eraan toe: “Die Europese Unie komt er over de ruggen van de Duitse arbeiders.”

Helemaal zonder weerstand willen ze zich niet overgeven. Eerder deze maand kwam het bijna tot een zeeslag tussen de Hamburgse en de Rotterdamse slepers en één van Koorens grote klanten werd het slachtoffer van een stipheidsactie bij het lossen van een schip. Scherbath zegt dat de öTV met een organisatiegraad van 98 procent de complete haven van Hamburg plat zou kunnen leggen.

Zijn baas Peter Lindenau meent echter dat de vakbond gedwongen zal zijn loonconcessies te doen. Lindenau's kantoor biedt net als dat van Kooren uitzicht op de Elbe, maar dat is ook de enige overeenkomst. Alom wordt de weelde van de vette jaren geëtaleerd in notehouten lambrizeringen, antieke globes, verzilverde sigarendozen en zware olieverfschilderijen. Lindenau - op zoek naar rechtsmiddelen om Kooren te dwarsbomen - vermoedt dat Kooren heeft gesjoemeld met veiligheidsvoorschriften, maar “met de broer van Lubbers als aandeelhouder zal zijn bedrijf wel over goede contacten beschikken.” Toch vindt Lindenau “dat wij op Koorens loonniveau terecht moeten komen.” De strijd met de öTV is dus voorgeprogrammeerd.

mailIcon print |