De geldstromen naar de wetenschap worden langzaam maar zeker stroompjes. Telkens bedenken de geldschieters weer nieuwe redenen om ze in te dammen. Is het onderzoek hiertegen bestand? Wetenschappers luchten hun hart. Vandaag: Apeldoorn
“Technisch gezien zijn wij gelijkberechtigd met de rijksuniversiteiten, met dit verschil: de financiering is anders geregeld. De overheid subsidieert ons voor 48 procent, de rest betalen de kerken. Zij zien het als een opdracht om de opleiding tot dienaar des Woords te verzorgen, dat willen ze niet uit handen geven.”
“Van afkalving van de geesteswetenschappen hebben we bij theologie niets gemerkt, maar voor studenten wordt het volgen van onze studie wel moeilijker. Steeds minder scholieren krijgen tegenwoordig nog Grieks en Latijn. Voor theologie zijn deze talen echter essentieel. Als zich een student meldt die geen klassieke talen heeft gehad, dan moeten de deficiënties worden weggewerkt.”
“Gemiddeld doen studenten er een jaar over om deze lacune op te vullen. Voorheen was dit geen obstakel, maar door de veranderingen binnen de studiefinanciering voorzie ik wel problemen. In het studiejaar '96-'97 krijgt de student eerst een lening, die pas na het behalen van studieresultaten wordt omgezet in een beurs. Nu is de redenering van het ministerie van onderwijs dat de klassieke talen geen onderdeel zijn van het curriculum en geen studiepunten opleveren. Dus krijgt de student hiervoor geen beurs, maar een lening waar je rente op rente voor betaalt.”
“Niet alle studenten zijn even kapitaalkrachtig en de studie theologie duurt zes jaar. Als iemand zich vooraf in de schulden moet steken, kan de keuze in het nadeel uitvallen van de opleiding.”
“Voorheen, toen de theologische school nog bestond, werd de opleiding volledig betaald door de kerk. Maar sinds 1968 worden ook mensen uit andere kerken tot de studie toegelaten. Die volgen bij ons de opleiding, maar keren vervolgens wel terug naar hun eigen kerk. Daar komt bij dat niet iedereen na de studie predikant wordt. Onder die omstandigheden is het niet terecht om van de kerken te verwachten dat ze de financiering op zich nemen.”
“Een ander punt is de toestroom van oudere studenten. Steeds vaker melden zich personen die een latere roeping hebben ontvangen. Deze mensen hadden een baan, maar hebben die opgezegd om zich aan de studie theologie te wijden. Een probleem hierbij is dat zij buiten het systeem van de studiefinanciering vallen, daar moet je jonger dan 27 jaar voor zijn. Wij hebben een studiefonds dat gedeeltelijk kan bijspringen, maar een structurele oplossing is er niet. Wanneer de synode in oktober bij elkaar komt, zal zij zich hierover buigen.”
“Wat ook op de agenda van de synode staat is de opvolging binnen onze staf. Drie van de vijf hoogleraren hebben emeritaat aangevraagd, wat overeenkomt met een kleine aardverschuiving. Het komt niet vaak voor dat je in één klap 60 procent van de professoren moet vervangen.”
“Namen zijn nog niet genoemd, maar het staat vast dat de nieuw te benoemen hoogleraren uit de Christelijke Gereformeerde kerk zullen komen. En predikantservaring hebben. Je kunt theologie ook aan een rijksuniversiteit bedrijven, maar dan mis je band tussen school en kerk. Dat is net als het hart buiten het lichaam plaatsen. Daarom kiezen wij niet voor hoogleraren die uitsluitend wetenschappelijk zijn gevormd: in de beoefeing van theologie moeten wetenschap en vroomheid samengaan.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.