*

 
dossier

Archief

TE KOOP

Door: redactie − 18/01/97, 00:00

'Karakteristiek koloniehuisje aan de Noolseweg 55 in Blaricum met verstilde tuin met twee vijvers en onderkelderde kantoorruimte (voorheen garage). Deze woning op 1 380 m2 grond mag uitgebreid worden met 65 vierkante meter. Vraagprijs 1 190 000 gulden k.k.'

Het had niet veel gescheeld of de lezers van Trouw hadden nooit een letter gelezen over de lichaamstaal van Coco. De hoop om een koophuis in het Gooi te kunnen portretteren was namelijk al opgegeven. Want hoewel het daar wemelt van mooie, bijzondere, exclusieve en idyllische koophuizen, blijkt er behalve een prijskaartje aan de meeste huizen ook een kaartje verboden toegang te hangen, althans voor de media. Makelaars in plaatsen als Blaricum en Laren gooien figuurlijk meteen de deur in het slot bij de vraag of één van de huizen die ze in portefeuille hebben, geportretteerd mag worden in deze rubriek. Dat is welhaast een onzedelijk voorstel. “Trouw denkt toch niet dat we zomaar de privacy van onze cliënten te grabbel gooien”, reageert de ene makelaar. Een andere merkt koeltjes op: “Zoiets kunnen we toch niet vragen aan onze cliënten?” In de Amsterdamse grachtengordel, waar de woningprijzen absurde proporties hebben aangenomen, stuitte Trouw voor het eerst op dit fenomeen. In het al even peperdure Gooi blijken de makelaars er eveneens mee behept. De reactie van één makelaar spreekt boekdelen: “Moet ik daar mijn tijd aan verdoen? Probeert u het eens bij onze collega's in de minder gewilde streken van het land.”

Maar gelukkig is toch niet alle Gooise makelaars de prijsgekte in de bol geslagen. Bij Van der Bijl makelaars van goede huize(n) in Laren willen ze best even hun bestand doorvlooien op een pand dat karakteristiek is voor deze streek. Je hebt mooi en mooi in het Gooi, maar het koloniehuisje aan de Noolseweg is een verhaal apart, hadden ze bij Van der Bijl beloofd. Maar dat verhaal moesten de bewoners zelf maar vertellen. Het verkleinwoordje had even voor verwarring gezorgd. Een koloniehuisje, dan denk je aan een paar tonnetjes. Mis, in het Gooi kost zelfs een klein huisje al gauw een miljoentje. Hans Rietveld kocht het popperige huisje in 1993 voor 575 000 gulden. Nu vraagt hij er meer dan het dubbele voor, maar hij heeft er ook veel geld ingestoken. “Toen we het kochten, was het in redelijke staat maar elk modern comfort ontbrak. Er zat zelfs geen keuken in en er was welgeteld één wastafel.”

De gemeente Blaricum vond het niet meer dan een bouwval en had er volgens Rietveld niet moeilijk over gedaan als hij het huis had gesloopt om er een moderne bungalow neer te zetten. “Nu denken ze daar heel anders over, want het komt binnenkort op de monumentenlijst. Dit is het enige koloniehuisje in originele staat.”

Rietveld pakt het boek 'De wereld in een dorp' van Lien Heyting erbij dat gaat over schilders, schrijvers en wereldverbeteraars in Laren en Blaricum in de periode 1880-1920. Daarin wordt het fenomeen koloniehuisjes beschreven. Hutten werden de sobere huisjes genoemd die de architecten Rudolf Mauve en Theo Rueter begin deze eeuw bouwden voor de kolonie die de schilder Otto van Rees in 1899 had gesticht op een stuk onontgonnnen grond tussen Laren en Blaricum. Deze kolonie, gefundeerd op christelijke anarchistische idealen, heette de Internationale broederschap en bezat een gemeenschapshuis en een tiental koloniehutten. De hutbewoners lapten de moderne 'versteende' samenleving aan hun laars en wilden een maatschappij die zeer dicht bij de natuur zou staan. Mauve bouwde eenvoudige blokhutten van donker geteerd hout, Rueter maakte er een soort kabouterpaleisjes van: hutjes met afdakjes, aanbouwtjes, erkers, nissen en luifels en dat alles onder een weelderig rieten dak dat er soms in fraaie golven overheen gedrapeerd was.

Een van de eerste hutten die Rueter bouwde en die nu wordt bewoond door Hans Rietveld, Patricia de Jong en kater Coco, was voor Otto van Rees. Later bouwde Rueter ook nog een hut voor de dichter Adriaan Roland Holst. Rietveld wijst naar het al even kabouterachtige buurhuis. “Daar heeft Roland Holst gewoond, nu woont er iemand die in effecten handelt.” Otto van Rees heeft maar een paar jaar in zijn hut gewoond. Daarna woonden er jarenlang onderwijzers van de humanitaire school en in 1915 zou Piet Mondriaan in het voormalige atelier van Van Rees gaan schilderen.

Rietveld heeft die lijn van beroemde bewoners enigszins doorgetrokken, lacht hij. Want zelf is hij familie van de beroemde architect Gerrit Rietveld. “Dat was een neef van mijn opa, ik heb hem als jongetje nog regelmatig ontmoet.” Zelf is hij opgevoed met de stijl van Rietveld. “We hebben ook een tijd gewoond in een huis van Dudok in Laren. Ik houd erg van die strakke, zakelijke stijl. Maar een paar jaar geleden hadden Patricia en ik ineens behoefte aan iets heel anders, een romantisch hutje op de hei. De eerste makelaar kon ons daaraan niet helpen. Toen we met onze wensdroom bij makelaar Van der Bijl aanklopten, voelde die meteen aan wat we zochten. Dit huisje stond nota bene te koop bij de eerste makelaar die we hadden benaderd, maar die kwam voortdurend met rustieke twee-onder-een-kappers aanzetten.”

In het huisje had meer dan een halve eeuw de kunstenares Grietje Kots gewoond. In de jaren twintig en dertig maakte ze poppen, maskers en tekeningen in haar hut, zoals ze het zelf noemde. Grietje Kots heeft zelf geen deel uitgemaakt van de kolonie, wel volgde ze de humanitaire school die de kolonie had gesticht. Ook hadden haar ouders contacten met de familie Van Rees. In 1926 mochten Grietje en haar ouders het huisje aan de Noolseweg betrekken en Grietje is er tot haar dood blijven wonen. Hans Rietveld: “Ze had geen behoefte aan modern comfort, had zelfs geen keuken, maar ze had het hutje wel in perfecte staat achtergelaten. En van de tuin had ze een paradijsje gemaakt met twee vijvers. Daar hebben we nauwelijks iets aan veranderd. Wel hebben we van de onderkelderde garage een kantoor gemaakt. Het huis is vrij klein, maar er mag 65 vierkante meter bij gebouwd worden.”

Hoewel ze zich volmaakt gelukkig voelen in het huis, moeten ze het toch verkopen. “Om zakelijke redenen, we hebben het geld nodig. We hebben er heel lang over moeten nadenken, maar het kan niet anders. We zijn ons ervan bewust dat we nooit meer zo'n Hans en Grietje-huisje terugvinden. Als ik hier in mijn stoel zit, daalt er altijd zo'n rust over me heen. Dan lijkt het net of ik Grietje Kots nog hoor rondscharrelen in haar atelier.” Maar die droom is in één klap uit als Coco op z'n knieën springt. “De kat voelt in dit huis precies hetzelfde als wij. Senang, ja, dat is het. In dit huis voel je je senang.”

mailIcon print |