*

 
dossier

Archief

'Improviserende musici zijn mijn vrienden'

KEES POLLING − 29/08/96, 00:00

De genoemde cd's van Steve Beresford, 'Danger in paradise - General strike' (Piano 503) en 'Fish of the week' (Scatter 05), zijn uitsluitend verkrijgbaar via importkanalen. 'Signals for tea (Avan 039) wordt gedistribueerd door Dureco. Van The Melody Four verschenen twee verzamel-cd's: 'Shopping for melodies' Vols. 1 & 2' (Nato/Chabada 600338/9, import). Binnenkort zijn er cd's te verwachten van het kwartet Beresford/Palmer/Stagner/Turner ('Short in the UK', op Incus) en de groep 'Before my Time'. Morgenavond speelt Beresford met Fish of the Week en The Melody Four in het BIM-huis, zaterdagavond met het kwintet Before My Time en met Guus Janssen. Verder: Paul Thomas Trio (vrijdag), John Butcher solosaxofoon, Alex Balanescu/Tony Coe en Sticky Tunes (zaterdag). Zaterdagmiddag om 13.00 uur speelt Steve Beresford in het kader van de 10de ZomerJazzFietsTour met The Melody Four in Oostum, provincie Groningen.

De in 1950 geboren Steve Beresford is een van de meest markante figuren uit de Britse improvisatiewereld. Dat houdt niet in dat zijn muziek tot de avant-garde gerekend moet worden. 'Moeilijk' in de betekenis van ondoorgrondelijk en kunstmatig, is zijn muziek beslist niet. Afhankelijk van de groepen waarmee hij speelt, rangeert zijn muziek van hilarisch en humoristisch tot onnavolgbaar en in elk geval onvoorspelbaar - zo groot zijn de gedachtensprongen die Beresford in muzikale handelingen omzet.

Hoewel hij is opgeleid als klassiek pianist, voelt hij zich in de gecomponeerde muziek, van klassiek tot jazz, niet erg thuis. De minder voorspelbare muziek, waarin hij vaststaande rituelen en improvisatie op elkaar kan laten inwerken, behoort tot zijn terrein. “De muziek die mij het meest opwindt, bevat elementen uit de geïmproviseerde muziek. Als kind luisterde ik naar de jazz-platen van mijn ouders, naar Louis Armstrong en Duke Ellington.”

In de jaren zestig speelde hij in allerlei soulgroepen trompet en Hammond orgel. Later kwam de hoorn erbij. Zo ook de basgitaar, die hij op zo'n niveau beheerst, dat hij er lange tijd les in gaf. Maar hij houdt ook van speelgoedinstrumentjes, miniatuurpiano's en gitaren. Zijn vrijgezellenwoning getuigt daarvan. Tot in de woonkamer zijn muzikale prullaria te vinden en staan keyboards, van ouderwetse orgels en prehistorisch ogende synthesizers - “die koop ik tweedehands als ik een specifieke sound nodig heb” - tot de nieuwste elektronische snufjes. “De meeste staan hier op tijdelijke basis. Ik bespreek ze in het muzikantentijdschrift Resonance. Ondertussen kan ik ze gebruiken.”

Beresford manifesteert zich al jaren ook als zanger, juister, als een 'crooner' in de traditie van Frank Sinatra en Harry Coninck. Maar in tegenstelling tot deze 'voorbeelden' neemt Beresford zichzelf allesbehalve serieus. Met een stem die net niet vals is, balanceert hij eerder voortdurend op het randje van de edelkitsch. Dat doet hij in z'n eentje achter de piano, in eigen groepen en in zijn trio The Melody Four.

Er is een goede kans dat Beresford zich dit weekeinde ook in het Amsterdamse BIM-huis laat kennen als crooner en multi-instrumentalist. Beresford is dit jaar de centrale musicus op de Summer Sessions, voor de gelegenheid 'Noises from the Smoke' getiteld. Hij speelt er met verschillende groepen, maar plaatst ook musici bij elkaar in ongebruikelijke combinaties, waarvan hij veel verwacht. “Sommigen hebben zelden met elkaar gespeeld, maar ik weet zeker dat ze samen een meerwaarde hebben.” Zelf treedt hij bijvoorbeeld op met pianist Guus Janssen - de enige Nederlander in het verder volledig Britse programma. “Met Guus speelde ik een paar jaar geleden een gedenkwaardig duo op de October Meeting in Amsterdam. Zijn aanpak is zo anders dan die van mij, dat het me verbaasde dat het werkte. Maar het resultaat was zo fabelachtig dat we weer samen gaan optreden.”

Aan die October Meeting, een om de paar jaar door het BIM-huis opgezet festival voor improvisatiemuziek, bewaart hij goede herinneringen. “Inhoudelijk leverde het schitterende muziek op. Bovendien gaf het mij de kans contacten te leggen met musici die ik alleen van platen kende. Vroeger kende ik in Nederland vooral Misha Mengelberg en Han Bennink. Nu is dat wel anders.”

Beresford treedt met enige regelmaat op in Nederland, gemiddeld zeker één keer per jaar. Toch speelt hij doorgaans weinig. In Engeland zijn de mogelijkheden voor improviserende musici ronduit slecht. Het meest speelt hij in Frankrijk, waar hij een graag geziene gast is. De ouderwetse 12" EP's die hij met The Melody Four maakte, verschenen bijvoorbeeld op het Franse Nato/Chabada-label.

In de praktijk verdient Beresford zijn brood hoofdzakelijk met commerciële activiteiten: muziek voor films (over beeldende kunst, dans, maar ook over bijvoorbeeld hengelsport) en tv-shows van de BBC en Channel 4. “In de eerste plaats ben ik improviserend musicus. Toch zou ik niet graag afstand doen van die commerciële muziekactiviteiten. Het leukste is om ze te mengen. Mijn film- en tv-muziek is nooit geheel geïmproviseerd. Toch bevat het elementen daaruit, al is het maar vanwege de werkwijze. Meestal moet die muziek razendsnel worden gemaakt. Daarbij helpt mijn achtergrond als improvisator. Als improviserend musicus reageer je direct op je omgeving; je vertrouwt op je reacties. Met filmmuziek is het precies zo. Ik zie beelden en reageer daar direct op. En vaak blijkt dat de juiste muziek.”

Hij legt uit dat hij in de studio als keyboardspeler veel zelf kan doen. Niettemin combineert hij zijn eigen spel in de meeste gevallen met dat van andere musici. “Ik werk graag met musici met uiteenlopende achtergronden. Het liefst met improvisatoren. Het hangt natuurlijk af van het project, maar improviserende musici zijn mijn vrienden. Hun wereld is de mijne.” Hij noemt saxofonist Lol Coxhill (in Amsterdam aanwezig in de groepen The Melody Four en Before My Time) en fluitist Clive Bell (lid van Fish of the Week).

Ook werkt hij graag met musici uit de 'klassieke' hoek, zoals violist Alex Balanescu (Fish of The Week), primarius van het internationaal gerenommeerde Balanescu String Quartet en, zegt Beresford, “een top-improvisator. Zijn improvisaties zijn doorgaans sterker dan de muziek die gevestigde componisten voor hem schrijven.” Een ander voorbeeld is de klassieke klarinettist Alan Hacker. “De laatste tijd manifesteert Alan zich voornamelijk als opera-dirigent, maar van huis uit is hij klarinettist van klassieke en eigentijdse muziek. Met hem heb ik veel gewerkt. Door mij is hij gaan improviseren. Hij dacht dat hij het niet kon, maar bleek er juist erg goed in. Mijn probleem is eerder dat bladmuziek mij nerveus maakt. Als improvisator kan ik overal mee omgaan.”

Als hij jazz speelt, voelt Beresford zich meestal misplaatst. “Soms is het leuk om te doen”, zegt hij, “maar ik besef dat er duizenden musici zijn die er veel beter in zijn. Voor mij zijn jazz- en geïmproviseerde muziek verschillende werelden, al merk ik wel dat de grenzen tussen de twee voor de meeste mensen steeds geringer worden. Nog niet eens zo lang geleden peinsden improvisatoren er niet over om zich jazzmusici te noemen. Tegenwoordig is dat wel anders. Allicht is het zo, dat de Europese improvisatiemuziek is voortgekomen uit de Amerikaanse freejazz. Maar naar mijn idee zijn er meer verschillen dan overeenkomsten.”

Hij staaft dit door te vertellen dat John Stevens, een legendarische slagwerker en pionier van de Engelse improvisatiemuziek, een groot bewonderaar van Webern was. “Vooral Weberns idee van kleine bewegingen en korte stukken en zijn doelbewuste gebruik van ruimte en stilte fascineerde hem. Die invloed hoor je niet altijd in zijn muziek, maar niettemin vormt ze wel de basis - meer nog dan freejazz.” Beresford houdt zelf ook van Webern. “Ik zou wensen dat meer componisten zijn voorbeeld volgden en ook korte stukken gingen schrijven. Hoe korter, hoe te beter. Vreemd genoeg gaat iedereen ervan uit dat hoe langer een stuk is, hoe beter de kwaliteit. Webern heeft stukken geschreven van nog geen veertig seconden, waarin elke noot fantastisch klinkt, en waarmee een compleet verhaal vertelt wordt. We kunnen nog veel van hem leren.”

mailIcon print |