Van een onzer verslaggevers ROTTERDAM - De industrie in Rijnmond springt aanhoudend onzorgvuldig om met de opslag van gevaarlijke stoffen. Milieu- en veiligheidsregels worden niet serieus genomen. Pas wanneer een proces-verbaal of dwangsom is opgelegd, zijn veel bedrijven bereid verbeteringen aan te brengen.
Dit blijkt uit een speciale controle die de milieudienst Rijnmond (DCMR) de afgelopen twee maanden bij 204 bedrijven in Rotterdam en omgeving heeft verricht. Volgens de dienst is de veiligheid ten opzichte van een eerdere soortgelijke controle, zomer vorig jaar onder 121 bedrijven, weliswaar een fractie verbeterd, maar neemt dit proces veel te veel tijd in beslag.
Van de 147 gecontroleerde transport- en expeditiebedrijven en stuwadoors bleken bij de jongste controle-actie vijftien ernstig in overtreding. Zo werden stoffen aangetroffen, waarvoor met betrekking tot de opslag geen vergunning was verleend. Ook hadden sommige bedrijven meer stoffen opgeslagen dan was toegestaan. De vergunningbepalingen werden ook anderszins lang niet altijd nageleefd. Bij twaalf bedrijven ontbrak een journaal inzake de opslag van gevaarlijke stoffen en bij nog eens 28 andere werd dit niet goed bijgehouden.
In de petrochemische industrie en onder de afvalverwerkers is de veiligheid eveneens nog ver te zoeken, stelt de DCMR. Van de 57 onderzochte bedrijven in deze sector bleek bij 17 de opslag van gevaarlijke stoffen niet in orde. Ruim twintig bedrijven hielden geen of een onvolledig journaal bij, terwijl daarnaast ook op de bouwkundige voorzieningen het één en ander viel aan te merken.
Tijdens de controle-actie heeft de DCMR in totaal 19 keer een dwangsom opgelegd en 23 maal proces-verbaal opgemaakt. De dienst merkt hierover op dat het opleggen van sancties aan overtreders strikt genomen baat heeft. Tegelijkertijd valt het op dat bedrijven soms geduldig op zo'n maatregel van de overheid wachten, alvorens intern orde op zaken te stellen.
Weer andere bedrijven maken gebruik van allerlei beroeps- en bezwaarschriftenprocedures nadat zij een sanctie krijgen opgelegd. De DCMR ervaart dat dit als een belemmering voor de overheid, aangezien de ongewenste opslagsituatie tijdens deze (langdurige) procedures voortduurt. “Slagvaardig optreden van het bestuur blijft dan uit”, aldus de dienst.
De verscherpte controles in Rijnmond zijn een direct gevolg van de brand die februari vorig jaar woedde bij het in Rotterdam gevestigde opslagbedrijf CMI. Bij controles die daarop volgden, werden vier bedrijven veroordeeld tot boetes van maximaal 12 000 gulden.
In maart moeten nog eens vijf andere bedrijven zich voor de rechter verantwoorden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.