*

 
dossier

Archief

De zelfoverschatting van D66

KOEN KOCH − 09/05/98, 00:00

Ooit was D66 de partij die de kiezers meer invloed op de politiek wilde geven. Geen gedoe in achterkamertjes meer, maar de kiezer beslist. Het probleem voor de partij was dat de kiezers niet veel voelden voor meer invloed, althans niet voor de manier waarop D66 zich dat voorstelde. D66 bleef een kleine partij, met soms een enkele uitschieter naar boven die dan door de partij zelf weer vakkundig teniet werd gedaan.

Uit deze ontwikkeling heeft D66 haar conclusies getrokken. Niet langer is de uitspraak van de kiezers het onwrikbare uitgangspunt voor de verdeling van de politieke macht. De partij eist zonder enig gevoel van democratische schaamte in het nieuwe kabinet veel meer macht en invloed op dan de kiezers haar hebben willen geven.

De partij wil op deze machiavellistische wijze in het nieuwe kabinet 'herkenbaarder' worden of zo iets. Maar de desastreuze nederlaag is niet toe te schrijven aan 'onherkenbaarheid' in het eerste paarse kabinet, maar aan het omgekeerde. Voor de grootste militaire tragedie die Nederland sinds de Tweede Wereldoorlog beleefde, het drama van Srebrenica, was Van Mierlo als minister van buitenlandse zaken in grote mate verantwoordelijk. Over het falen van mevrouw Sorgdrager als minister van justitie (de afhandeling van de IRT-affaire, de Bouterse kwestie, de Lancée kwestie, de opstand van de procureurs-generaal) is al genoeg geschreven.

Kampioen marktwerking Weijers had economisch de wind mee, maar had toch ook zijn fouten (de ondergang van Fokker, Securitel). Bovendien worden juist in de publieke sector, in het openbaar vervoer met name, de grenzen van de marktwerking zichtbaar.

Onder het bewind van mevrouw Borst werd de afbraak van de gezondheidszorg voortgezet, de wachtlijsten werden langer en op het ministerie zelf bleef het volgens rapporten van onafhankelijke deskundigen een bestuurlijke chaos. Het is een teken aan de wand dat in het steenrijke Nederland juist in de ziekenhuizen een serieuze staking uitbrak. Wanneer zoiets in andere landen plaatsvindt, spreken we terecht over falend beleid. Hier wordt mevrouw Borst door haar omgeving nog steeds aangeduid als een uitstekende vakminister.

De kiezers hebben duidelijk gemaakt dat ze dit Orwelliaans spraakgebruik doorzien, en D66 een desastreuze nederlaag bezorgd. Niet de onherkenbaarheid, maar juist de herkenbaarheid van zwakke ministers en falend beleid hebben D66 de das om gedaan. Het zou deze partij sieren hieruit de consequenties te trekken. In plaats daarvan probeert zij door ondemocratische gefoezel tijdens de kabinetsformatie het oordeel van de kiezers ongedaan te maken.

De rechtvaardiging van D66 voor dit gedrag snijdt geen hout. D66 zou nodig zijn om een tweede paarse kabinet mogelijk te maken. Getalsmatig is dit onzin, PvdA en VVD hebben een ruime meerderheid. Maar ook politiek deugt de redenering niet. Dat Paars I mogelijk was, kwam voor alles doordat tussen PvdA en VVD een fundamentele consensus bestond over de sociaal-economische uitgangspunten van beleid.

De verkiezingsleus van de PvdA, sterk en sociaal, had ook die van de VVD kunnen zijn: eerst financieel orde op zaken, en dan zien we wel verder. Op die sociaal-economische consensus berust de samenwerking van PvdA en VVD. Het getuigt van zelfoverschatting bij D66 dat men denkt twee onverzoenlijke tegenstanders te hebben laten samenwerken. Dat waren en zijn de PvdA en VVD al lang niet meer, vandaar ook de winst van GroenLinks en SP.

Ooit wilde D66 het politieke stelsel opblazen, een tijdje draaide de partij beleefd mee. Nu smeekt D66 om genadebrood bij de grote winnaars van 6 mei. Uit respect voor de kiezers behoren PvdA en VVD deze bede naast zich neer te leggen.

mailIcon print |