“De Champions League is voor clubs die in de top willen spelen niet alleen sportief, maar ook commercieel een bittere noodzaak”, zei PSV-voorzitter Bill Maeyer vorige week. Eerder deze maand schreef Trouw in een commentaar over aantrekkende werkgelegenheid: “niet 'al maar meer', wel verantwoorde groei”.
Deze twee uitspraken hebben ogenschijnlijk niets met elkaar te maken. In werkelijkheid echter des te meer, juist omdat ze zo botsen. Want wat Maeyer zegt is exemplarisch voor groei om de groei. Dat een club een speler koopt om zich te versterken is normaal. De vraag naar goede voetballers heeft hun marktwaarde echter tot absurde hoogten doen stijgen. Topclubs investeren tientallen miljoenen om bij te blijven.
En daar zit hem nu net de kneep. De inkomsten staan niet meer in verhouding tot de hoge investeringslasten. Daar weten de topclubs wat op: ze genereren extra inkomsten. Ze verhogen het aantal deelnemers aan de prestigueuze Europese Champions League van 16 tot 24 om het risico te verminderen dat ze na een matig seizoen niet mee mogen doen. Dat het product topvoetbal daardoor verwatert en minder publiek trekt, ach daar komen ze nog wel achter. Waarschijnlijk als het te laat is.
Een van de aardige dingen van professionele sport is dat zij in klein bestek grotere economische ontwikkelingen illustreert. Neem onderneming X uit het 'echte bedrijfsleven'. Aardige winst, leuke orderportefeuille. Bedrijf X is desondanks bang om door grote concurrenten weggedrukt te worden van de markt, en koopt bedrijf Y. Wat PSV 'kopen van een speler' noemt, heet hier 'acquisitie'. Bedrijf Y is eigenlijk een maatje te groot voor X. Maar ja, zo'n kans krijgt X slechts één keer, en dus verricht het bedrijf de omvangrijke investering. Het steekt zich in de schulden en moet rente en aflossing betalen. Dat drukt het rendement.
Om de winst weer op het oude niveau te krijgen, tracht het bedrijf extra omzet te realiseren, en daar raken we de kern van de zaak. X groeit uit zichzelf, omdat zijn product goed of lekker is. Daar bovenop ziet het zich evenwel gedwongen harder te groeien om de schulden te kunnen aflossen. Verantwoorde groei is goed. Maar geldt dat ook voor groei die er niet is om tegemoet te komen aan de vraag van de consument; een groei die primair dient om de financiële problemen van een bedrijf op te lossen?
Die vraag is actueel door de schaalvergroting in het Europese bedrijfsleven. Bedrijven nemen andere over om niet achterop te raken. In conjunctureel gunstige tijden betalen ze deze acquisities uit eigen middelen. In slechtere tijden moet het geld komen uit leenkapitaal. Lang niet elke overname is afkeurenswaardig. Toch, goed of slecht, de markt dwingt tot acquireren. Dat draaiende rad valt niet stil te zetten.
Bedrijven kunnen natuurlijk overschakelen op de productie van duurzame goederen, maar dat durven vele niet, omdat de expansie aanvankelijk kan tegenvallen. Die angst houdt overbodige en soms schadelijke groei in stand. De overheid zou daarom bedrijven extra kunnen prikkelen om te kiezen voor duurzame productie. Ook in het topvoetbal moet alles groter en groter. Intussen worden de spelers steeds duurder en moeten voortdurend nieuwe inkomstenbronnen worden gezocht. Van supercup tot super-supercup en vervolgens de planetaire cup voor teams zonder keepers. Dan vallen er meer goals en dat is amusant voor de kijkers. Tot het publiek er genoeg van krijgt en de sponsors zich afwenden. Dan stort de boel in en verdwijnt de overbodige groei vanzelf. Er is dus nog hoop.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.