*

 
dossier

Archief

Of jongeren roken hangt meer van hun ouders af dan van hun vrienden

Van een onzer verslaggevers − 10/11/98, 00:00

MAASTRICHT - Jongeren die drinken en uitgaan hebben meer en hechtere vriendschappen dan jongeren die dat niet doen. Ze stellen zich kritischer op tegenover ouderen en bovendien krijgen ze eerder verkering. Of ze al dan niet gaan roken, blijkt sterker beïnvloed te worden door hun ouders dan door hun leeftijdgenoten.

Dat schrijft onderzoeker R. Engels in 'Forbidden fruits, social dynamics in smoking and drinking behavior of adolescents', waarop hij vrijdag promoveert aan de Universiteit Maastricht.

De promovendus volgde gedurende vijf jaar ruim duizend jongeren tussen de twaalf en zeventien, omdat hij wilde onderzoeken waarom jongeren gaan roken of drinken. Hij ontdekte dat jongeren vooral drinken uit gezelligheid, en niet om problemen van zich af te zetten; dat maakt hij op uit het feit dat jongeren vrijwel uitsluitend drinken op momenten dat ze uitgaan of een feestje bezoeken.

Engels toonde verder aan dat jongeren vaker gaan roken door het gedrag, de meningen en de levensstijl van hun ouders, dan door de druk van rokende vriendjes en het verlangen 'erbij te horen' of 'stoer te zijn'. Wel blijken jongeren vooral vriendschap te sluiten met anderen die dezelfde levensstijl hebben: rokende jongeren raken bevriend met rokers. Niet-rokers belanden vooral in een niet-rokende vriendenkring.

Engels is van mening dat de huidige voorlichtingscampagnes tegen roken effectiever zullen worden als ze zich ook richten op de ouders. Campagnemakers gaan er nu nog voornamelijk van uit, dat jongeren beginnen te roken omdat rokende leeftijdsgenoten of vrienden hen daartoe aanzetten. Dat blijkt dus een misvatting: bij het al dan niet beginnen met roken hebben ouders een grotere invloed dan rokende vriendjes.

mailIcon print |