*

 
dossier

Archief

Kerken raken financieel aan eind van hun Latijn

Door: redactie − 05/01/96, 00:00

Van een onzer verslaggevers UTRECHT - Financieel gezien heeft de r.-k. kerk in Nederland 'langzamerhand de grens bereikt' van wat zij aan kan. Dat merkte mr. J. Klok, voorzitter van de interdiocesane commissie geldwerving van de kerk, gisteren op bij de persconferentie ter gelegenheid van de start van de actie Kerkbalans 1995. Die zamelt van 7 tot en met 21 januari geld in voor de lokale geloofsgemeenschap onder het motto 'Oké, ik doe mee'.

En dat terwijl de r.-k. parochies volgens de cijfers van 1994, die werden gepresenteerd, twee procent meer kerkbijdragen ontving. Geld dat wel door steeds minder gezinnen wordt opgebracht, omdat het aantal gelovigen nog steeds daalt. Bemoedigend is wel dat een groeiend percentage van de resterende r.-k. gezinnen een kerkbijdrage levert.

Ook bij de hervormde en gereformeerde kerk, die samen met nog vier kleinere kerkgenootschappen aan de Kerkbalans '95 meedoen, brengen steeds minder gelovigen weliswaar steeds meer geld op, maar ook daar is de situatie niet rooskleurig. De gereformeerde kerken ontvingen over 1994 ruim 1,8 procent meer 'levend geld', inkomsten uit de actie Kerkbalans, collecten en giften. Het aantal gelovigen nam met 1,7 procent af, een nog sterkere daling dan in 1993.

In de hervormde kerk lopen de cijfers nog sterker uiteen. In 1994 telden de gemeenten daar 2,4 procent minder zielen, maar zij wisten wel 3,24 procent meer 'levend geld' bijeen te garen. Dat houdt in dat een gemiddelde hervormde 'bijdrager' zo'n zes procent méér gaf.

Dat de financiële situatie van de r.-k. kerk zich dan toch somberder laat aanzien dan die van de twee andere groten, komt volgens Kolk vooral omdat de financiële last van de kerkgebouwen bij de r.-k. kerk veel zwaarder drukt. Maar liefst 37 procent van uitgaven gaat bij deze kerk in onderhoud zitten, tegen 27 procent voor de gereformeerden en twintig voor de hervormden.

Dat komt volgens Klok door de principiële keuze van de r.-k. kerk om gebouwen alleen voor liturgische doelen te gebruiken. “De situatie ligt in de hervormde kerk wat dat betreft anders omdat daar de grote kerken vaak ondergebracht zijn in beheersstichtingen. De gemeente kan dan zeggen: 'Zoek maar uit hoe je de kerk onderhoudt'. Wij huren hem alleen nog terug voor het houden van de eredienst.”

Helft kerken dicht Op de vraag of de r.-k. kerk een percentage aan kosten als richtlijn hanteert boven welke een parochie niet uit mag komen, antwoordde Klok ontkennend. “Maar in parochies en ook de bisdommen wordt wel volop gediscussieerd of de kosten niet te hoog worden.” Hij verwees naar de Diocesane pastorale raad van Breda eind vorige maand, waar werd aangekondigd dat op termijn de helft van alle kerken in het bisdom dicht moet.

Fikse bezuinigen en kerksluitingen zijn de komende jaren ook elders onvermijdelijk, zo meent Klok. En gemakkelijk zal dat in geen enkel geval gaan. “Je ziet dat in een parochie waar een kerk moet sluiten steeds groepen zich daartegen verzetten. Ook maken we vaak mee dat de burgerlijke overheid geen toestemming geeft voor afbraak. En dat terwijl we de opbrengst hard nodig hebben om het pastoraat op peil te houden.” In 1995 sloten in totaal veertien r.-k. kerken hun deuren, maar kwamen er ook vier nieuwe kerken in gebruik.

Ook de woordvoerders van de gereformeerde en de hervormde commissies geldwerving ontkenden dat hun kerken richtlijnen hanteren om te bepalen of een gemeente nog te handhaven is. Zo'n beslissing valt daar op lokaal niveau. Maar volgens de gereformeerde administrateur Th. J. Leene “bestaat ook bij onze kerken de tendens eerder te bezuinigen op gebouwen dan op pastoraat.”

Ondanks al deze donkere wolken was er geen reden voor 'neerpraterij', zo meende prof. dr. W. Derkse, bijzonder hoogleraar aan de TU in Eindhoven en directeur van de r.-k. Radboudstichting, in een toespraak. Tegenover het dalende kerkbezoek stelde hij de 'kwalitatief hoge betrokkenheid'. Het percentage actieve rooms-katholieken behoort volgens hem “tot de hoogste in de wereldkerk, hoger dan in zogeheten 'roomse' landen als Ierland en Polen.”

mailIcon print |