Het geweld kwam jaren van zíjn kant. Maar drie weken geleden sloeg Liesbeth (30) terug. Ze schoot in paniek haar ex-man Johan (32) neer. Hij achtervolgde, bedreigde en mishandelde haar al ruim twee jaar. Het dossier toont het verhaal van een echtscheiding die eindigde in een 'stalking'-drama, waarvan het eind nog niet in zicht is.
Zijn wurggreep verslapte.
'Zie je, ik kan alles met je doen. Want ik hou van je'
'Hij kreeg het waanidee dat ík terug wilde, maar dat mijn familie me tegenhield.'
Hij staat die dag, 29 december, met vuurwerk op de stoep. Voor de kinderen. Wat een aardige vader toch. Maar even later is het alweer ruzie. Ze moet bij hem terugkomen, vindt Johan. “Ik heb nagedacht. Ik wil met je naar bed. Ik wil een 10-strippenkaart. Als je niet meewerkt, schiet ik je eerst door je benen en daarna verkracht ik je.” Haar broer kan hij ook nog ontvoeren en vermoorden. Dat kost maar 3 000 gulden.
Een doodsbange Liesbeth in de gang van haar huis in Meppel. Ze heeft er vaker met haar ex-man Johan gestaan. Vanwege de kinderen, zeven en vijf jaar oud, is het onvermijdelijk dat ze af en toe contact met elkaar hebben. De kinderen zijn wijselijk al naar de keuken gevlucht.
In november, kort na afloop van het stadsverbod dat de rechter hem had opgelegd, heeft Johan haar in dezelfde gang al eens in elkaar geslagen. Ze heeft daarvan aangifte gedaan.
Gisteravond heeft hij haar ouders met een pistool gedreigd. Hij stond bij hen op de stoep, binnen anderhalf uur nadat ze terug waren gekeerd van een vakantie met Liesbeth en de kleinkinderen. “Liesbeth moet bij me terug komen. Ik heb niets meer. Het is buigen of barsten. Ik ga niet alleen. Dan zijn de kinderen wees.” En Johan richtte het pistool op zijn vroegere schoonouders, toen op zichzelf, en haalde de trekker over. Het was niet geladen.
Dat pistool heeft hij deze ochtend ook al aan Liesbeth laten zien. Hij achtervolgt haar al de hele dag. Waar de kinderen bij waren trok hij op de stoep bij de supermarkt haar sjaal strak om haar nek. “Want kijk, je mama maakt me soms zo kwaad.”
Liesbeth (30) was zestien toen ze Johan leerde kennen bij het zwemmen in de IJssel bij Kampen. Twee tegenpolen. Zij, de opstandige dochter van een rector, uit een keurig middenklasse milieu. Hij, een stoere blonde kerel, de leider van een groep ruige jongens uit IJsselmuiden. Johan, twee jaar ouder dan zij, is organisator van disco-avonden met enige reputatie. Hij loopt wel eens met vuurwapens.
Als ze dan per se met hem moet trouwen, vinden Liesbeths ouders, dan kunnen ze haar niet tegenhouden. Vanaf het moment dat de relatie is bezegeld, wordt er geen kwaad woord meer over Johan gesproken. Ze is 21 jaar.
De nacht voor het huwelijk huilt ze in bed, zonder dat hij het hoort. Ze weet dat ze op het punt staat de fout van haar leven te begaan. In de drie jaar dat ze met Johan samenwoont, heeft hij haar geestelijk geheel in zijn bezit gekregen. “Hij zat als een cocon om me heen”, zegt Liesbeth jaren later tegen de politie, als ze aangifte doet van mishandeling. “Ik ben een obsessie voor Johan. Hij voorzag me altijd van alles. Ik ben dat pas later als een bedreiging en niet als een bescherming gaan zien.” Zelfs naar haar werk haalt en brengt hij haar. Ze heeft vergeefs geprobeerd het uit te maken.
In 1995 doet ze aangifte van een poging tot wurging, die plaatsvond in 1993, een half jaar na de geboorte van hun dochter. Ze hebben weer eens ruzie en haar blik staat Johan 'niet aan'. Dan wordt hij razend. Dit keer blijft het niet bij de gewone scheldpartijen. Hij scheurt haar kleren, smijt haar tegen de deur, drukt met zijn handen haar keel dicht. Ze denkt dat ze doodgaat.
Uit de aangifte: “Opeens trok hij zijn handen weg. Zijn razernij was plotseling weg. Hij zei: 'Zie je, ik kan alles met je doen. Want ik hou van je'. Johan heeft altijd gezegd dat ik nooit van hem af kom. Ik voelde me een vogeltje dat niet kon wegvliegen.” Liesbeth omschrijft haar huwelijk als 'een hel'.
Maar wat Johan betreft, is de ruzie in 1993 niet meer dan een vervelend incident. Hij mishandelt haar verder nooit lichamelijk, al valt er bij de vele ruzies die ze hebben wel eens een klap. Seks eist Johan ook. Maar dat is toch normaal, vindt hij. Hij is niet zo tevreden over Liesbeth. Bouwt hij een prachtig 2-onder-1-kap huis voor haar, heeft ze nog wat te klagen. Johan definieert geluk als een materiële zaak. En dan verlaat ze hem, haar trouwring op de keukentafel. Liesbeths timing is dramatisch. Op de dag dat ze verhuizen naar de nieuwe woning, vlucht ze met de kinderen naar een Blijf-van-m'n-Lijfhuis.
'Stalking' stond als verschijnsel nog minder in de belangstelling toen de echtscheiding vanaf 1995 uitliep op een drama. Of aangepaste wetgeving had voorkomen wat er is gebeurd, is de vraag. Er zijn voorstellen voor zulke wetgeving. Advocaat mr. H. Pellinkhof, raadsman van Liesbeth: “De zaak van mijn cliënt was al veel te ver geëscaleerd. Hier ging het niet alleen meer om het hinderlijk achtervolgen. Haar ex-man heeft na de scheiding diverse keren geweld gebruikt. De politie had om op te treden geen antistalking wetgeving nodig.”
Net als andere 'stalkers' beeldt Johan zich in dat de ander een relatie met hem wil. Er zijn aanwijzingen dat hij inmiddels ook een tweede slachtoffer belaagt, een vrouw die volgens hem zijn nieuwe vriendin is. Liesbeth zegt tegen de politie na haar arrestatie op 29 december jongstleden: “Ik was zijn bezit en niemand mocht daar tussenkomen. Op het laatst had hij het waanidee dat ík wel bij hem terug wilde komen, maar dat mijn familie me tegenhield.”
Een week na Liesbeths vertrek, in oktober 1995, doet Johan een zelfmoordpoging met een uitbeenmes en bedreigt hij de politieagenten die een arts voor hem willen inschakelen. Johan wil dood, want dan zal Liesbeth pas echt weten wat ze hem aandoet. Hij eist dat zijn schoonouders vertellen waar ze is. Tot dan lijkt het een 'gewone', zij het zeer dramatische scheiding. Al begint Johan steeds grovere dreigementen te uiten. “Ik zorg dat ze kruipend terugkomt”, dreigt hij, “Ik hang haar op.”
Hij weet zijn vrouw op te sporen in het Blijf-van-m'n-Lijfhuis. Hij bedreigt haar, staat met een pistool op de stoep. Een personeelslid krijgt thuis dreigtelefoontjes. Hij gooit de ruiten in bij Liesbeths ouders. Hij slaat zijn zwager een gebroken neus als die weigert om Liesbeths nieuwe onderduikadres te geven. Hij dreigt hetzelfde te doen bij zijn schoonzus. Johan wordt gearresteerd en slaat op het politiebureau alles kort en klein. Het verdriet heeft van Johan een beest gemaakt.
De dossiers bij de politie Kampen en Meppel beginnen dik te worden.
1996: Johan komt uit voorarrest op voorwaarde dat hij zich psychiatrisch laat behandelen. Hij blijft er niet lang. Als het ziekenhuis Liesbeth vraagt om met Johan een gesprek te voeren, kunnen verpleegkundigen niet voorkomen dat hij haar opnieuw aan haar haren door het ziekenhuis sleept. Ook op Liesbeths derde onderduikadres staat Johan weer op de stoep. Vanwege de kinderen ziet ze zich genoodzaakt soms toch een gesprek aan te gaan. De kinderen zijn erbij als Johan in juli Liesbeth in elkaar slaat in haar nieuwe huis in Meppel. Liesbeth stort in en geeft toe: Johan mag seks met haar hebben, als ze hem zo koest kan krijgen moet het maar.
Die zomer wordt Johan opgepakt en veroordeeld tot een gevangenisstraf van een jaar, waarvan vier maanden voorwaardelijk. Hij komt in oktober weer vrij, maar mag zich een jaar lang niet in Meppel vertonen of contact zoeken met Liesbeths familie. Hij begrijpt er niks van. Dus trekt hij zich er weinig van aan, al stoppen vanaf dat moment de fysieke confrontaties. Johan steekt bij zijn ex-schoonfamilie banden lek, zwaait met messen, gooit voetzoekers, achtervolgt zijn schoonmoeder in de auto. De familie wordt gek van de terreur.
1997: Johan gooit ruiten in, besmeurt gevels met verf, staat dreigend in de straat, gaat met 'vriendjes' op bezoek bij vrienden van Liesbeth. Het huis is verkocht, de boetes lopen op, Johan heeft als slaapplaats alleen nog het busje waarmee hij zijn ijsspeedway-motoren vervoert.
Een brief van de politie Kampen waarschuwt op 2 oktober 1997 dat er aanwijzingen zijn dat Johan na het afgelopen van het contactverbod “tot moord in staat is”. De politie schetst Johans verwrongen perspectief: “Hij denkt dat hij daarna vrij is om alles met haar te doen.” Maar aanwijzingen zijn niet voldoende om Johan vast te zetten. Kort daarna wordt de procedure gestart om de rechter te verzoeken Johan alsnog zijn vier maanden voorwaardelijke gevangenisstraf te laten uitzitten. Die zaak zou op 8 januari jongstleden dienen. Zover is het niet meer gekomen.
Op 16 november, twee weken na het aflopen van het stadsverbod, staat Johan voor het eerst weer bij Liesbeth thuis in de gang. Hij komt de kinderen halen in het kader van de omgangsregeling. Tim, zeven jaar, wil echter niet mee. “Jouw schuld”, zegt Johan tegen zijn ex-vrouw. Hij scheldt, dreigt en geeft haar twee keiharde vuistslagen in het gezicht. Johan heeft haar gewaarschuwd dat ze beter geen aangifte kan doen. “Als ik vast kom te zitten en ik kom weer vrij, dan maak ik je dood.”
Op 29 december staat hij opnieuw in de gang, een dag nadat Liesbeth en de kinderen terugkwamen van vakantie. Weer ruzie, en ditmaal pakt Johan een sjaal van de kapstok om haar te wurgen. Tien seconden duurt de ademnood, Liesbeth weet dit keer zeker dat ze doodgaat. Dan roept een van de kinderen uit de keuken, in een poging de vechtende ouders af te leiden: “Mama, het eten brandt aan!” Van schrik laat Johan los.
Liesbeth loopt naar de keuken en roert in een pan. Dan pakt ze uit de oven een geladen revolver. Ze schiet één keer en raakt hem van achteren. 'Ga weg, ga weg, ga weg', gilt ze uit. Bij de politie: “Ik schoot omdat ik geen uitweg meer zag. Ik zag het beeld voor me dat ik door Johan doodgemaakt zou worden en dat de kinderen geen moeder meer hebben.”
Na het schot strompelt haar ex-man naar buiten, ze trapt de voordeur dicht en belt haar familie en een kennis. “Ik heb hem neergeschoten”, zegt Liesbeth. Niemand hoeft meer te vragen wie ze bedoelt. Ze heeft een blauw en rood wurgspoor in haar nek.
Johan overleefde het schot in zijn rechterlong. Hij werd aangehouden toen hij uit het ziekenhuis werd ontslagen en zit vast op verdenking van poging tot wurging. De advocaat van Liesbeth hoopt dat de rechter TBS zal willen opleggen. Ook Liesbeth zelf zal zich voor de rechter moeten verantwoorden. Ze heeft een paar dagen vastgezeten maar is inmiddels weer vrij.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.