*

 
dossier

Archief

Kunstenaars blijven steken in het inscannen van plaatjes

ROBBERT ROOS − 02/01/98, 00:00

AMSTERDAM - “In plaats van plaatjes inscannen zouden kunstenaars de poëzie van de programmeertaal voor computers moeten doorgronden en daarmee aan het werk gaan.” Paul Groot is een geïnteresseerde, maar kritische consument van internetkunst. Samen met Peter Mertens maakte hij de tentoonstelling 'mu'. Twintig kunstenaars maakten speciaal voor het internet een kunstproject en nog eens twintig exposeren 'conventionele' werken in de zalen van Arti et Amicitiae. Groot: “De expositie is deels de neerslag van de fascinatie voor de mogelijkheden van het net en deels een reprimande over de manier waarop kunstenaars met die mogelijkheden omgaan.”

“Als je ziet wat de makers van computerspelletjes allemaal kunnen, dan denk ik dat er een groot braakliggend terrein voor kunstenaars ligt.” Paul Groot ziet mogelijkheden voor internetkunst, maar ook voetangels. “De kunstwereld claimt een soort intellectuele positie, waarbij ze wat de spelletjesontwerpers maken bij voorbaat tot kitsch verklaren. Tegelijkertijd zit de kunst zelf op een dood spoor.”

“De kunstgeschiedenis is uitgeput. Eigenlijk zou je er een punt achter moeten zetten en kijken wat er in de digitale wereld gebeurt, waar die verfoeide spelletjesmakers met hun beheersing van de programmeertaal heer en meester zijn. Daar ligt ruimte voor een nieuwe esthetiek.”

Jan van Eyck

Dat betekent echter dat je niet bij de laatste stap - het plaatje - moet beginnen, maar bij de manier waarop je tot dat beeld komt door middel van die programmeertaal. Het is feitelijk niet anders dan Jan van Eyck die ruim vijfhonderd jaar geleden de pas uitgevonden olieverf tot in de perfectie leerde beheersen om zijn artistieke gedachten in meesterwerken te formuleren.''

Een potentiële Van Eyck dient zich in de tentoonstelling 'mu' nog niet aan ('mu' is de kleinst meetbare eenheid waarin de fysieke werkelijkheid wordt gemeten). Het is duidelijk dat de deelnemers tot de eerste generatie internet-kunstenaars behoren. Het web is bij hen nog teveel een hulpmiddel voor het visualiseren van een idee. Je krijgt het gevoel dat ze ook hadden kunnen kiezen voor fotografie, video, een installatie of zelfs een schilderij. Er is nauwelijks iets dat uit het wezen van het medium zelf komt.

Pieter Baan Müller doet wel een dappere poging, door te werken met de informatie-functie van internet. Wanneer je op zijn site inlogt, krijg je de boodschap 'At this moment the sun rises in' te zien en afhankelijk van het tijdstip komt daar steeds een andere stad te staan. Eronder kun je een koppeling maken naar het zoekprogramma 'AltaVista' waar alle webpagina's over de betreffende stad staan opgesomd.

Baan Müller biedt je zo op ieder willekeurig tijdstip van de dag een webreis naar steeds een ander punt op de aardbol aan.

Het is aardig - en in ieder geval al een stap verder dat het tot nu toe gebruikelijke 'plaatje met praatje' -, maar het blijft natuurlijk slechts aan de oppervlakte van de mogelijkheden. Bij de anderen is het niet veel anders. Lars Eijssen voert ons langs associatieve droombeelden met een expliciete seksuele toon, Maarten Ploeg laat ons op een getekende autoradio straatgeluiden mixen tot een eigen beat.

Sjardijn speelt wat met een virtuele aardbol en Sander Kessels confronteert je pseudo-filosofisch met een gemuteerd portret.

Dan is het grapje van Michael Samyn nog het leukst. Bij hem staar je naar het spiegelbeeld van het netscape-frame (het navigatieprogramma voor internet) waarin de beeltenis van de kunstenaar te zien is, die een cursor door het kader beweegt. Alsof je naar jezelf zit te kijken!

Paul Groot heeft gelijk met zijn observatie dat kunstenaars zich nog niet wagen op het terrein van de computer zelf: de programmeertaal. Terwijl alles dat je aan vormen en beelden kunt bedenken digitaal is te programmeren. Als voorbeeld toont Groot in de zalen Arti kunst uit de 'prehistorie' van het digitale netwerk. Wat in de jaren zeventig met houtje-touwtje-werk conceptueel werd uitgeprobeerd, kan nu met de modernste middelen sneller, fraaier én diepgravender worden gedaan.

Het mooiste voorbeeld hiervan is het contrast tussen een oud werk van Peter Struycken en een recent werk van Maria Verstappen & Erwin Driessen. Struycken maakte in 1973 een enorme kast met een dambord-patroon van tientallen verlichte vlakjes, die in steeds wisselende patronen oplichten. Een abstract landschap met steeds wisselende vergezichten. Verstappen en Driessen zetten daar een enorm landschappelijk pixelveld tegenover, waar je op inzoomt, maar nooit echt dichterbij komt. De ultieme illusie van tijd en plaats.

mailIcon print |