DEN HAAG - Vijftien mannen in blauwe en grijze pakken melden zich om één uur 's middags in de Oude Zaal van de Tweede Kamer. Koffers in de hand, mannen met een missie. De boodschap: het ruimtelijke-ordeningsbeleid van minister De Boer deugt niet.
De heren zijn uitgenodigd door de Tweede Kamer, die over ruim twee weken met De Boer (ruimtelijke ordening) debatteert over haar Randstadnota. In die nota stelt de minister voor het Groene Hart groen te houden, ondanks de enorme vraag naar meer bouwlocaties. Als er gebouwd moet worden, dan aan de stad, aldus De Boer.
Ter voorbereiding op het debat horen de Kamerleden twee dagen bestuurders van steden, maatschappelijke organisaties en wetenschappers over hun visie op de groene long in het westen van het land.
Crème de la crème
Deze middag is de crème de la crème van de bouw- en transportwereld, de bedrijvenlobby en de milieubeweging aangetreden. Maar het zijn vooral de eerste twee groepen die de discussie domineren.
De Kamerleden hebben er namelijk voor gekozen de sprekers niet een voor een binnen te roepen, maar alle heren samen achter de tafel te zetten opdat er gediscussieerd kan worden. “En er mag niet van papier worden gelezen”, vermaant voorzitter Gabor.
De heren bouwers en ondernemers zijn opvallend eensgezind in hun oordeel over de nota. Er zou meer visie in moeten staan, de nota moest meer aanknopingspunten bieden, zeggen Brinkman (Algemeen verbond bouwbedrijven), De Graaf (VNO-NCW,) Nouwen (ANWB), Van Karnebeek (Nederland Distributieland) en Schuttenbeld (Kamers van koophandel Zuid-Holland).
Daar kunnen de Kamerleden niks mee. Duivesteijn (PvdA), Versnel (D66), Meijer (CDA) en Verbugt (VVD) willen concretere uitspraken. Wat zijn dan concreet de keuzes waarvoor we staan, als het aan hen ligt? Brinkman noemt er een aantal, maar de anderen komen er niet goed uit.
De Graaf wekt de ergernis van Duivesteijn als hij beweert dat Nederland helemaal niet zo vol is. Voorbeelden, wil de PvdA'er. Waar is dan nog groene ruimte in de Randstad over twintig jaar?
De Graaf leunt achterover. “Nou tussen Rijswijk en Rotterdam zie ik vanuit de auto nog steeds koeien onderweg.”
Nu ja, repliceert Duivesteijn. “Maar kent u dan niet de woningbouwlocaties Ypenburg, Delfgaauw, het plan-Noordrand? De werkelijkheid is straks anders dan die van nu.”
“U overdrijft”, lacht De Graaf.
“Wees nou eens duidelijk”, reageert Duivesteijn, “wat u verkapt zegt is in feite: bouwen, bouwen, bouwen.”
Maar dat ontkent De Graaf.
Als hij eindelijk het woord heeft, is Schuttenbeld van de Zuid-Hollandse kamers van koophandel (“Ikzelf ben van de Kamer van koophandel Gouda”) niet meer te stuiten. Niet van papier, maar wel eindeloos lang betoogt hij dat de nota van De Boer “onduidelijk is over het aantal vierkante kilometers dat beschikbaar is om naar buiten te gaan”.
“Wat bedoelt u nou?” onderbreekt Versnel. “Dan moet u zeggen dat u vindt dat u ruimte moet hebben om uit te breiden. U moet het hier wel scherp op tafel leggen anders kunnen wij er niks mee. Een sausje eroverheen gooien alsof wij het hier allemaal eens zijn, en dat is niet zo, dat helpt niet.”
Bekende standpunten
De bouwers willen bouwen, bedrijven uitbreiden. Natuur en milieu en het Wereldnatuurfonds willen investeren in het groen. Het blijven bekende standpunten.
Na twee uur discussie trekt ANWB-directeur Nouwen de conclusie: “Zolang vader en moeder niet zeggen hoeveel er gesnoept mag worden, blijven de kinderen om meer snoep vragen. Moeder De Boer moet uitsluitsel geven.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.