Van een onzer verslaggevers ZOETERMEER - Van een snijdende tegenwind of gevoelstemperatuur van min 18 graden hebben de makers van het Elfstedenkruisje geen last, maar voor de rest wordt in de fabriek van de Koninklijke Begeer ook geknokt tegen de klok.
Elfduizend-en-nog-wat insignes zijn er besteld, in de Zilverstraat in Zoetermeer waren ze gistermiddag net 'Bolsward' voorbij: over de helft dus. Er wordt overgewerkt om de order van de Vereniging De Friesche Elfsteden zo snel mogelijk uit te voeren. Minstens 11 338 moeten ze er slaan en misschien nog wel 191 meer - als de stempelkaarten van dat aantal schaatsers alsnog goed worden bevonden. Het is een vette worst voor het bedrijf, maar dat is niet het enige aantrekkelijke aan de Friese opdracht. “We verdienen er leuk aan en dan druk ik me nog voorzichtig uit", zegt manager R. van der Vos. “Maar de publiciteit om deze opdracht maakt het nog leuker voor ons. Iedereen wil zien hoe de kruisjes worden gemaakt. Het zijn onze visitekaartjes."
De productie van de Elfstedenkruisjes is pas echt in gang gezet na 4 januari, de datum waarop de 15de tocht werd verreden. Van der Vos: “Je kunt ze niet vooruit maken. In onze branche kost een voorraad geld. We werken klantgericht; er moet eerst een order komen, voordat wij aan de slag kunnen."
Het verging de producent van de kruisjes al net zo als vele anderen in Nederland: het doorgaan van de Elfstedentocht overviel ook de Koninklijke Begeer. Toen de weerprofeten voortdurend temperaturen ver beneden nul voorspelden, liep de koorts ook in Zoetermeer op en keerde Van der Vos van kerstreces terug. Hij kon niet veel meer doen dan kijken of het stempel er nog lag en of het nog in orde was. De zilverbaden waren voor de kerstvakantie schoongemaakt, de hele productielijn lag stil. Maar de kruisjes zijn aan een datum gebonden, stempelen had dus nog weinig zin.
Niet bekend
Het Elfstedenkruisje staat nog steeds niet in de Van Dale, maar is al sinds de eerste (officiële) tocht in 1909 een begeerd stukje eremetaal. Volgens historische bronnen is het herinneringsteken in 1909 gekozen uit een groot aantal ontwerpen; de keuze viel daarbij op een insigne dat de eerste voorzitter, mr. M.E. Hepkema, in 1898 bij een fietswedstrijd langs de Friese elfsteden had gewonnen. Of de hofleverancier van onderscheidingen, medailles, bekers en andere eretekens al verantwoordelijk was voor de kruisjes die in 1909 werden uitgereikt aan de negen rijders die de eerste tocht voltooiden, kan Van der Vos niet zeggen. “Koninklijke Begeer is een commercieel bedrijf. Er is weinig tijd voor archivering", zegt hij verontschuldigend. De firma heeft bovendien twee verhuizingen en één overname achter de rug. “De kennis over het verleden loopt dan weg. Misschien is de informatie over het eerste contact met de Elfstedenvereniging nog wel ergens terug te vinden."
Bij het kruisje voor de tweede tocht die in 1912 werd georganiseerd, was Begeer in elk geval wel betrokken. In het bedrijfsmagazijn ligt een stempel waar de eretekens voor 24 wedstrijdrijders en 18 toerschaatsers mee zijn gemaakt.
De machinerie bij Begeer is sindsdien gemoderniseerd, maar de kruisjes worden nog steeds met de hand gemaakt: een voor een. Of het nu voor Piet Kleine is of voor toerrijder 6549, de insignes worden stuk voor stuk 'gekapt' uit een strip van zuiver zilver. Dan wordt de figuratie aangebracht (de naam 'de Friesche Elf Steden' en het wapen van de provincie Friesland) en krijgt aan de achterzijde een stempel van de Keurkamer in Gouda (een zwaardje) en van het bedrijf (de letter B.). Omdat het metaal bij die handeling iets uitzet, wordt het kruisje nog een keer 'gekapt', wordt de datum gestempeld en het oogje gedraaid. Vervolgens wordt het Friese wapen geëmailleerd en gaat het kruisje de oven in (met een temperatuur van 800 tot 900 graden). Daarna wordt het schoongemaakt en ontvet en ten slotte geoxideerd. De laatste handeling is het inpakken. Eén kruisje is door minstens zes paar handen gegaan.
“Piet Kleine weet niet wat hij teruggeeft", zegt een medewerker, terwijl hij een oogje draait. Zijn collega, die in een andere ruimte het email bijslijpt, schudt het hoofd. “Dat al die rijders het allemaal hiervoor hebben gedaan", zegt ze, terwijl ze een kruisje in haar hand laat rusten. Van der Vos begrijpt het ook niet. “Er zijn mensen die ons duizend gulden hebben geboden voor zo'n kruisje. 't is echt, 't is zilver. Maar de emotionele waarde is nog veel groter dan de werkelijke."
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.