Van onze redactie economie AMSTERDAM - Ingenieursbureau DHV heeft Heidemij laten zitten. De voorgenomen fusie tussen de twee concurrerende bedrijven gaat niet door. Topman P. Luttmer van Heidemij heeft DHV er tijdens een marathon-vergadering afgelopen zondag niet van kunnen overtuigen dat een fusie toch voordelig is.
Vooral Luttmer betreurt het afketsen. Heidemij zag in het samengaan met het veel kleinere DHV “gigantische lange-termijnvoordelen”. Luttmer noemt de mislukking dan ook “een zeer grote teleurstelling.”
In Nederland valt, met de aanleg van bijvoorbeeld de Betuwelijn en de Hogesnelheidslijn, de komende jaren veel te verdienen voor bedrijven die zich bezighouden met infrastuctuur. DHV is gespecialiseerd in alles wat daarmee te maken heeft: rails, tunnels, enzovoorts. Heidemij kan op dat punt versterking gebruiken. Ook is DHV sterk in projecten die te maken hebben met de kwaliteit van afvalwater. Daarin is Heidemij - zoals Luttmer zelf voorzichtig aangeeft - in Nederland “nog niet zo goed.”
Ook DHV was aanvankelijk enthousiast over de afgelopen oktober aangekondigde fusie. Sinds 1992 kampt het bedrijf met tegenslagen. De nieuw gekochte dochters in Spanje en Groot-Brittanniƫ draaiden met verlies. Pas in juli 1996 wist DHV de Spaanse dochter af te stoten. In november van dat jaar nog, volgde de verkoop (met verlies) van de Britse dochter.
Maar 1996 was hoopgevend voor DHV. De winst groeide weer iets, en ook de omzet zag er mooi uit. Met een stevige partner als Heidemij, zou DHV zelfs in een mum van tijd kunnen uitgroeien tot een van de grootsten ter wereld. Toch wijst DHV de aanbieding van Heidemij af.
Directeur J. Huis in 't Veld van DHV vindt het jammer dat de fusie met Heidemij nu is mislukt, maar noemt die fusie achteraf een wel “heel grote sprong voorwaards.” Een wat geleidelijker groei zou toch beter zijn voor DHV, vindt hij. “DHV is gezond. Nu wordt alleen de schaalvergroting niet bereikt.” Als de fusie wel was geslaagd, zou een ingenieursbureau zijn ontstaan met 8 300 werknemers, waarvan 4 000 in Nederland, en een jaaromzet van 1,4 miljard gulden.
Tijdens een persconferentie in oktober 1996 kondigden de partijen hun samengaan opgetogen aan. Daarna begonnen voor DHV de tegenvallers: de partijen hadden in goed overleg een plan opgesteld om de twee organisaties in elkaar te schuiven. Dat verliep moeizamer dan verwacht.
Benauwd
Heidemij had de extra kosten en moeite wel ingecalculeerd. Maar DHV kreeg het benauwd. “Onze mensen zouden zich langer dan voorzien minder sterk kunnen concentreren op de markt.” Dat kon volgens DHV betekenen dat het nieuwe concern opdrachten zou mislopen. Ook was DHV bang dat werknemers zich niet meer thuis zouden voelen, en zouden opstappen.
Vlak voor kerst zag DHV de samenwerking echt niet meer zitten. Een slopende drie weken van voortdurend overleg tussen de raden van bestuur volgde. Dat mondde tenslotte uit in een marathon-zitting afgelopen zondag, waarbij Luttmer vanaf elf uur 's ochtends tot twee uur 's nachts in een hotel in Wolfheze probeerde te redden wat er te redden viel. Uiteindelijk stelden de partijen gezamenlijk een persbericht op, en vertrokken gedesillusioneerd naar huis.
Volgens Luttmer is het uiteenspatten van de plannen ook te wijten aan de verschillende achtergronden van de bedrijven. Heidemij heeft een stabiele periode achter de rug, met een gestaag ontwikkelende winst. Het bedrijf doet geregeld aankopen. “Zo'n fusieproces wordt binnen de Heidemij-cultuur gemakkelijker geaccepteerd.”
Minder spek
DHV heeft daarentegen “een aantal vervelende ervaringen achter de rug. Zoiets leeft voort in de voorzichtigheids-cultuur van DHV”, meent Luttmer. Gevolg van de magere jaren was ook dat DHV financieel “minder spek op de ribben had”, en daardoor minder risico's durfde te nemen. Bovendien zijn de bedrijven verschillend georganiseerd. Bij het kleinere DHV heeft het uitvoerend personeel meer te zeggen dan bij Heidemij.
De mislukte fusie heeft de bedrijven naar schatting ieder zo'n 1,5 tot 2 miljoen gulden gekost. Dat geld hebben ze echter elk al uit een eigen stroppenpot gehaald.
Heidemij blijft uitkijken naar een geschikte fusiepartner, met wie het tot de top vijf van de wereld kan gaan behoren. Het liefst moet die in Nederland een specialisatie hebben in infrastuctuur en afvalwater. Luttmer kijkt echter voorlopig vooral in Aziƫ, Zuid-Amerika en Oost-Europa, uit naar fusiepartners. De beurs reageerde net zo teleurgesteld als Luttmer: na opening kelderde de koers van Heidemij met bijna 3 gulden naar 19 gulden. Daarna krabbelde het fonds weer wat op en sloot op 20,20 gulden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.