*

 
dossier

Archief

'Politieke delicten' kent Europa binnenkort niet meer

JELLE VAN BUUREN − 17/01/97, 00:00

Heel lang werden mensen wegens een politiek delict niet aan een andere staat uitgeleverd. 'Europa' maakt aan die voor de democratie belangrijke traditie een eind. 'Politieke delicten' zullen binnenkort binnen Europa niet meer bestaan. De auteur is verbonden aan Eurowatch, onderzoeksbureau op het gebied van de Europese integratie.

Daarmee roert Rüter een hoogst actuele kwestie aan. Want binnenkort bestaat in Europa de categorie 'politieke delicten' in het geheel niet meer. Eind september sloten de Europese lidstaten de 'Overeenkomst betreffende de uitlevering tussen de lidstaten van de Unie' af. Artikel 5 van dit verdrag stelt: 'Geen enkel strafbaar feit zal worden beschouwd als een politiek delict, een met een politiek delict samenhangend feit of een feit ingegeven door politieke motieven'.

Daarmee wordt niet alleen een streep gezet onder een lange strafrechtelijke traditie, waarin staten verdachten van politieke delicten niet uitleveren. Er zit ook een heel ideologische dimensie aan dit verdrag. Blijkbaar zien de lidstaten zich als het democratisch eindpunt van de geschiedenis, waarbinnen geen legitiem verzet mogelijk is buiten de bestaande rechtsorde. Minister Sorgdrager schreef de Kamer dat wie met elkaar een politieke unie organiseert, ook elkaars politieke systeem moet respecteren: 'Je zult elkaar op dat punt moeten vertrouwen'.

Dat onvoorwaardelijke vertrouwen lijkt enigszins misplaatst. Een korte rondgang leert dat de Europese rechtsstaten eerder toe zijn aan een flinke opknapbeurt. De commissie- Van Traa constateerde niets minder dan een crisis in de Nederlandse rechtsstaat. De vele justitiële en politiële schandalen bij onze zuiderburen wijzen ook niet direct op een hoge rechtsstatelijke moraal. En in maart van vorig jaar, om nog maar een ander voorbeeld te noemen, stelde de Raad van Europa vast dat de Spaanse politie stelselmatig al dan niet vermeende ETA-leden martelt. Het enige lichtpuntje was dat het minder wreed gebeurde dan ten tijde van Franco.

Minister Sorgdrager ziet het verdrag als uitdrukking van de groeiende politieke integratie binnen Europa. Dat is een gevaarlijke omkering van zaken. De lidstaten zijn het over een groot aantal essentiële zaken hartgrondig met elkaar oneens. De uitkomst van die strijd wordt vooral bepaald door machtspolitieke verhoudingen. Het uitleveringsverdrag moet niet gezien worden als een uiting van politieke consensus, maar juist als breekijzer om integratie te bewerkstelligen. In een geforceerd tempo wordt een inter-statelijke politieke consensus opgelegd, die de historisch gegroeide verschillen in rechtscultuur en democratische cultuur in één klap tenietdoet.

Er wordt ook een enorm voorschot op de toekomst genomen. Want wie zal zeggen of in de toekomst extreem-rechts zich niet in de regering van een Europese lidstaat nestelt? Wie weet precies waar het separatisme van de Italiaanse Liga Nord toe zal leiden? Wat betekent het feit dat burgers zich steeds meer van traditionele politieke organisaties afwenden voor de toekomst van de politieke instituties?

Blijkbaar beschikken de Europese leiders over de gave van helderziendheid: in Europa zullen geen maatschappelijke tegenstellingen ontstaan die tot conflictueuze politieke situaties leiden. Of, in een achterdochtige variant: ze voorzien die situaties juist wel en perken de mogelijkheden van politiek verzet vast in.

Het afschaffen van de categorie 'politieke delicten' als weigeringsgrond voor uitlevering zou eigenlijk pas aan de orde mogen zijn op het moment dat er een federale Europese staat is. Met alle democratische en juridische waarborgen die bij een democratische rechtsstaat horen. Wat dat betreft komen liefhebbers van de betere ironie aardig aan hun trekken. Wat het uitleveringsverdrag, dat in feite een lofdicht is op het democratisch blazoen van de lidstaten, is totstandgekomen binnen politieke structuren die het predikaat 'democratisch' niet verdienen. In de zogenaamde derde pijler van Maastricht, waarbinnen de samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken plaatsvindt, ligt de macht exclusief bij de Raad van ministers. Het Europees parlement heeft er niets over te zeggen, en het Europese Hof van justitie mag zich slechts mondjesmaat op dit terrein begeven. De nationale parlementen mogen zich uiteindelijk over het eindresultaat buigen met als enige keuze: slikken of stikken.

In Nederland lijkt voorzichtig een debat te ontstaan over de politieke gevolgen van de Europese integratie. Een fundamenteel debat over de gevolgen van de integratie voor de democratische verhoudingen en de rechtsstaat in Europa - en daarmee ook in Nederland - lijkt hard nodig. Want middels een politiek van voldongen feiten zijn er ontwikkelingen gaande die duiden op de wording van autoritaire Europese staatsstructuren.

Jammer alleen dat een aantal politieke partijen al te kennen heeft gegeven mordicus tegen een referendum te zijn over het (eventuele) Verdrag van Amsterdam. Dat maakt de veelvuldig geuite bezorgdheid over de geringe betrokkenheid van de burger bij Europa een tikkeltje hypocriet. Want als de burger al mag weten wat er in de Europese vergaderkamers wordt bekokstoofd - recent nog hield de Europese Raad de openbaarmaking van een rapport tegen over. . . het openbaar maken van stukken - mag hij of zij er verder niet over (mee)beslissen.

Wat zou er toch bedoeld worden met dat 'Europa van de burger'?

mailIcon print |