Zeven uur 's ochtends. Pikkedonker. Het asielzoekerscentrum in Heerenveen lijkt in diepe rust. In het hoofdgebouw zijn twee Zaïrese asielzoekers, een man en een vrouw, aan het schoonmaken. Dat doen ze elke ochtend. Verdiensten: één gulden per uur. Af en toe schuifelt een bewoner langs. Maar waar blijven de rijen mensen, op weg naar de kantine?
Directeur Vanessa Cleemput lacht uitbundig om die vraag. “Wij hebben geen kantine. De bewoners koken zelf, in hun eigen huis.” Zelfwerkzaamheid noemt haar baas, de Centrale opvang asielzoekers (COA) dat. Asielzoekers worden niet langer doodgeknuffeld en behandeld als hulpeloze wezens. Het besef is doorgedrongen dat de meesten van hen heel inventief moeten zijn geweest om de vaak duurbetaalde en moeizame tocht naar het verre Nederland te ondernemen. Mondige mensen ook, die als zodanig willen worden bejegend. En, net als ieder ander, behoefte hebben aan privacy.
Bij de bouw van nieuwe asielzoekerscentra houden ze er nu rekening mee: wég met de massaliteit van woonkazernes, zoals in Crailo, waar bijna 1200 asielzoekers zijn ondergebracht en gezinnen soms langer dan twee jaar bivakkeren in slaapzalen zonder privacy. In Heerenveen, dat een jaar geleden openging, bewonen 550 asielzoekers 6- en 8-persoonsappartementen. Twee families of een groep alleenstaanden delen één woning. Een keukentje, badkamer, wasmachine én een televisie behoren tot de standaardinrichting van de Heerenveense houtskeletbouw huisjes. Buiten komt het leven langzaam op gang. De kinderen gaan naar school. De jongsten lopend naar de eigen basisschool op het centrum, de oudsten op de fiets naar de internationale schakelklas in Heerenveen. De kleintjes vinden een vrije schooldag een straf. Ze zijn altijd op tijd, want wie voor de tweede keer te laat komt, mag die dag niet naar binnen.
Hun ouders zitten om negen uur ook in de schoolbanken: Nederlandse les. Asielzoekers moeten, als ze eenmaal zijn toegelaten, tegenwoordig op inburgeringscursus. Maar voordat het zover is, hebben de meesten langer dan anderhalf jaar zitten wachten op een beslissing van justitie. Al die tijd mogen ze geen onderwijs volgen, laat staan werk zoeken. In de meeste centra geven vrijwilligers taalles. In Heerenveen is de animo groot: er zijn zeventien groepen, die drie keer per week les krijgen.
Het ochtendspreekuur van de dokter is ook vandaag druk: depressies en stress staan bovenaan het klachtenlijstje. Het lange wachten op een beslissing drijft sommige asielzoekers tot wanhoop: sterke karakters verschrompelen in een paar jaar tijd tot apathische wezens. Het gebruik van slaappillen en tranquilizers in de centra is ongekend hoog.
Deze dag gaat een Iraniër gaat door het lint. Zijn asielverzoek is afgewezen en door gokverslaving is hij in geldproblemen gekomen. Hij slikt een zootje pillen, waar hij niet aan doodgaat, maar wel heel agressief van wordt. In overleg met de Riagg wordt besloten tot een gedwongen opname, maar de leiding komt later op de dag terug op die beslissing. De man krijgt te horen dat hij het zelf maar moet bekijken. Zolang hij maar geen rotzooi in het centrum schopt. De Iraniër houdt zich gedeisd.
Twaalf uur. In 'leescafé Babuschka' schuiven medewerkers van het centrum aan voor de lunch. Babuschka, genoemd naar een oudere, alleenstaande Russische bewoonster, wordt gerund door de bewoners zelf. Het is dé ontmoetingsplek van het centrum. Tegen betaling kun je er lunchen en 's avonds warm eten, maar dat is voor de meeste bewoners niet weggelegd. Die koken liever, want goedkoper, hun eigen potje. Twaalf mensen melden zich vandaag voor het dagmenu: Iraanse rijstschotel met kip en salade. De kok van vandaag, Maziar uit Iran, is er zo'n beetje de hele middag mee bezig: eerst op de fiets boodschappen doen in Heerenveen en dan nog een paar uurtjes koken. Terwijl Maziar in zijn eigen keuken het eten bereidt, wordt elders in het centrum ook gewerkt: in de fietsenwerkplaats, bij de schoonmaak- en onderhoudsploeg, in het leescafé. Iedereen verdient hetzelfde: één gulden per uur.
Wie niet wil of kan werken, kan 's middags altijd nog sporten. Het centrum biedt aerobic, fitness, tafeltennis, volleybal en voetbal. Voor andere sporten moeten de bewoners de deur uit. Kennelijk doen ze dat graag, want meer dan honderd bewoners zijn lid van een sportclub in Heerenveen. De leiding stimuleert dat heel bewust: afleiding buiten de deur verzet de zinnen een beetje en is een eerste stap binnen de Nederlandse samenleving.
Het is een nieuwe manier van denken in de asielzoekersopvang en in Heerenveen consequent doorgevoerd. Duidelijk voelbaar ook. Iedere volwassen bewoner is zo druk met zijn eigen bedoeninkje, dat de sfeer van totale apathie die andere centra zo kenmerkt, hier ontbreekt. Geen rijen wachtende mensen ook. In de meeste centra staan bewoners 25 keer per week in de rij, vooral voor het eten. In Heerenveen gebeurt dat alleen op woensdag: bij het stempelen door de vreemdelingendienst.
Dat is ook de dag waarop asielzoekers te horen kunnen krijgen of ze wel of niet worden toegelaten. Van de 550 bewoners in Heerenveen hebben er 350 inmiddels gehoord dat ze terug moeten naar hun eigen land. Velen verblijven hier al langer dan twee jaar. Hoe en wanneer de uitzetting plaatsvindt, weet niemand. Het is een onzekerheid, waar geen zelfwerkzaamheid tegenop kan.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.