*

 
dossier

Archief

Na deze omnummering is de rek eruit

MARTIN VAN DER LAAN − 07/10/95, 00:00

Dat had u vast beter gedaan dan de gemiddelde kandidaat achter de lopende band in Een van de Acht: zeven prijsjes, daar was het in de quiz van Mies Bouwman meestal mee op. Hapert het geheugen op zo'n moment van zenuwen? Nee, onze geheugenspanne reikt niet verder dan het vasthouden van ongeveer zeven cijfers of voorwerpen in één oogopslag: een telefoonummer in de grote steden dus, na aftrek van het kengetal.

Psycholoog George Miller deed in 1956 voorwerk voor de PTT met een fameus artikel: The magical number seven, plus or minus two. Van boven zijn mensen in één opzicht tamelijk gelijk, bewees Miller, want het korte termijn-geheugen van veruit de meeste mensen houdt kortstondig zeven elementen vast.

Uitschieters halen er negen, mensen met een geheugen als een gatenkaas vijf of zes. Veel mensen kunnen dus één blik in de nieuwe gids van de PTT werpen en met enig geluk het gewijzigde telefoonnummer van tien (min drie van het kengetal) net nog ongeschonden in hun hoofd meedragen naar het toestel even verderop.

Uit Millers proeven en die van vele anderen bleek dat het maar weinig uitmaakt wat je het korte termijn-geheugen voorschotelt. De hersenen hebben gewoon iets met zeven, of je ze nu cijfers, letters, woorden of voorwerpen à la Mies aanbiedt. Die eigenaardigheid vertonen ze alleen bij correcte meting van de geheugenspanne: één keer kijken, boek dicht.

Geheugenspanne! Het begrip verraadt volgens dr. J. H. A. Kroeze van de vakgroep psychonomie aan de Rijksuniversiteit Utrecht uit welke tijd de kennis stamt: “Van toen het geheugen nog een doosje was waar je iets in stopte. Dan rijst al gauw de vraag hoeveel erin kan.” 'Spanne' verwijst ook naar een oude interesse van psychologen: de waarnemingsbreedte. “Wat kunnen ogen in één opslag waarnemen, wat het geheugen?”

Zoals gezegd, je moet zorgvuldig te werk gaan bij meting. “Elementen moeten in volkomen willekeurige volgorde worden aangeboden. Als op de lopende band van Mies Bouwman na een schaar direct een naaidoos langstrekt, of een galgje na een revolver, dan zit er onmiddellijk een verhaal in de reeks voorwerpen. Dat onthoudt stukken gemakkelijker.”

Zelfs een willekeurige reeks cijfers - 0206413729 - herbergt voor sommigen in de eerste oogopslag al geheugensteunen. Kroeze: “Hoe vaak herken ik in cijferreeksen niet brokken van mijn geboortedatum of kenteken? Zo'n telefoonnummer hang ik zo aan mijn kapstok. Sommige mensen blinken uit in het ontdekken van eigenaardigheden in een reeks, zo snel dat hun geheugenspanne verbluffend lijkt. In werkelijkheid hakken ze een ogenschijnlijk willekeurige rits getallen in vertrouwde brokstukken.”

Psychologen vermoeden tegenwoordig dat de beroemde rekenwonders van weleer fabelachtig goed waren in het hanteren van zulke strategieën. Wat te denken van het mirakel Jacques Inaudi, die vorige eeuw langs de kermis trok. De vermaarde Alfred Binet stelde vast dat Inaudi amper vijf losse letters onthield, maar een reeks van 42 cijfers kon 'nadreunen'.

Een formidabele geheugenspanne of trucjes? Dat laatste is aannemelijk, want Inaudi zat als kleuter jaren tussen een kudde schapen. Op zijn zevende kon je Inaudi al naar het produkt van getallen van vijf cijfers vragen. Uit het blote hoofd wel te verstaan. Tussen de schapenmeute leerde hij voor die krachttoer wellicht alle mogelijke handigheidjes om grote getalen in kleine plukjes schaap even 'opzij te zetten'.

Chunking, zeggen de psychologen daartegen. Dat doen we ook met abracadabra-letterreeksen waar geen normale woorden met betekenis in voorkomen maar wel uitspreekbare flarden van letters. Sinedeihcseg: één keer kijken en je pikt er voor het gemak 'sin', 'ede' en 'seg' uit, tenzij je direct door hebt dat hier het omgekeerde van 'geschiedenis' staat.

Deze betekenisloze pseudo-woorden, op 'ede' na, laten zich als korte lettercombinaties toch gemakkelijker bewaren. Dit in tegenstelling tot de nonsens-woorden, waarmee psycholoog Hermann Ebbinghaus eind vorige eeuw zijn hersens kraakte. Hoe hij ook 'stampte', gtu-ksr-drpu-nlka-pseq, er was geen beginnen aan, het stampen begon iedere keer weer opnieuw. Met zijn onderzoek toonde Ebbinghaus overigens wel aan dat de kunsten van het geheugen goed te bestuderen zijn, en dat is in de eerste helft van deze eeuw dan ook volop gedaan.

Maar veertig jaar na Millers Magical number seven is het stil op dit gebied. Kroeze: “Omdat we het allemaal wel zo'n beetje weten. Bijvoorbeeld dat je de eerste en laatste cijfers van een telefoongetal beter onthoudt dan de paar cijfers in het midden. En dat onthouden aanmerkelijk gemakkelijker gaat als zich meer zintuigen met het getal kunnen bemoeien: een telefoonnummer horen en gelijkertijd zien, dat scheelt nogal wat.”

Maar na de omnummering van de PTT moet volgens Miller de rek er wel uit zijn: een getal van tien cijfers, min het erin geheide kengetal van drie, eist immers de volledige geheugenspanne van 7 op. Kroeze: “Behalve als je op weg van het telefoonboek naar het toestel toch al weer bezig bent om te hakken: dertien-elluf-zestig. . . Die brokken kun je in deuntjes onthouden, het nummer krijgt een zekere klankwaarde.”

“Ik verwacht wel meer fouten bij het kiezen, vooral door oudere mensen. Alleen al om puur statistische redenen: iedere volgende toets kan fout zijn, en dat ga je merken bij langere nummers.” Dat wordt dan wat bij de volgende omnummering: “Ach, dan gaan we terug naar de telefoon van vroeger. We stoppen er een uitspreekbare combinatie van drie letters tussen: dat onthoudt goed en we kunnen weer decennia vooruit. Met nieuwe draaischijven weliswaar.”

mailIcon print |