*

 
dossier

Archief

Kritiek op vertrekcentrum Ter Apel nog niet verstomd

HELENE BUTIJN; RUUT VERHOEVEN − 09/05/98, 00:00

TER APEL - Jan Mulder (45), directeur van het vertrekcentrum in Ter Apel en verantwoordelijk voor de opvang, vindt dat zijn centrum inmiddels steeds beter functioneert. Hij benadrukt het unieke karakter van zijn 'bedrijf'. Regelmatig ontvangt hij delegaties uit het buitenland die geïnteresseerd zijn in het centraal opvangen en verwijderen van uitgeprocedeerden.

“Het is ontstaan vanuit een service-gedachte”, zegt hij. “Wij helpen mensen bij het verlaten van Nederland.” En dat lukt volgens de manager pur sang steeds beter. “Ter Apel is geen eindpunt. Het is het begin van een heel nieuw perspectief”. Behoefte aan meer Ter Apels is er volgens hem niet. Zelf voelt hij wel voor een groter centrum. “Een uitdaging voor iedere rechtgeaarde manager.”

Vanuit het witte torentje waarin hij kantoor houdt, overziet Mulder het terrein: het dienstencentrum waar cursussen worden gegeven en de gloednieuwe 'woonunits' van heldergele baksteen. En schuin daarachter een plein waar bewoners elkaar kunnen ontmoeten.

Mulder ziet ze dus wel, spreken doet hij de bewoners nooit. Hij wil zijn personeel niet voor de voeten lopen. En emotionele betrokkenheid mag het werk niet vertroebelen, meent hij. “Ik bewaar afstand op verzoek van mijn team. Soms ben je te hard of beloof je juist te snel allerlei dingen. Ik wil niet de indruk wekken dat ik de bewoners iets zou kunnen bieden, want dat kan ik niet. Zo'n contact vertroebelt je taak als manager. Een ziekenhuisdirecteur heeft toch ook geen contact met elke patiënt?”

Leden van de 'contactgroep Ter Apel' van de plaatselijke Raad van kerken noemen het eerder angst van de directeur. Angst om de problemen van de uitgeprocedeerden van al te dichtbij mee te maken. “Mensen die op het centrum werken”, zegt Gert van Klinken, “doen hun uiterste best om zichzelf en anderen te doen geloven dat ze een 'gewone' baan hebben. Ze sluiten zich daartoe hermetisch af voor alles wat dat beeld kan verstoren.”

Van Klinken noemt als voorbeeld een Guineeër met wie hij contact onderhield. “Op een keer vroeg ik naar hem bij de receptie. 'Die staat niet op de lijst', kreeg ik te horen. 'Maar u heeft me eergisteren nog naar hem toegebracht. U moet hem kennen'. 'Meneer', zei die bewaker, 'U verdoet uw tijd: ik ken die man niet'. Bleek de Guineeër daags ervoor op het station in Leeuwarden gezet te zijn. Illegaal verklaard.”

Het vertrekcentrum werd twee jaar geleden op initiatief van staatssecretaris Schmitz van justitie opgericht. Het was de bedoeling dat één gespecialiseerd centrum zich voortaan bezig ging houden met uitgeprocedeerde asielzoekers. Op dringend verzoek van de burgemeester van Vlagtwedde, waar Ter Apel onder valt, kwam het asielzoekerscentrum naar Noord-Oost-Groningen, om verloren gegane werkgelegenheid te herstellen.

Inmiddels werken er 500 mensen, part- en fulltime. Het COA (Centrale opvang asielzoekers), met Mulder als directeur, zorgt in het centrum voor 'bad, bed en brood'. Voor de afwikkeling van de procedures is de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) verantwoordelijk. Directe uitzettingen worden door de Koninklijke marechaussee uitgevoerd.

Op dit moment verblijven zo'n 700 afgewezen asielzoekers in Ter Apel. Vierhonderd van hen wonen in 'units' voor vier tot acht personen van het vertrekcentrum. De overige 300, die volgens het zogenaamde Schengenverdrag aan andere Europese landen kunnen worden overgedragen, wonen in sta-caravans van het onderzoekscentrum. In het najaar opent een Huis van Bewaring zijn deuren op het voormalige Navo-terrein in Ter Apel voor maximaal 384 vreemdelingen.

Schmitz wilde met een apart vertrekcentrum tot een zorgvuldiger en efficiënter uitzetbeleid komen. Een professionele aanpak zou het capaciteits-probleem binnen de Nederlandse asielzoekerscentra (AZC's) helpen oplossen. Noch het een, noch het ander kwam tot dusver uit de verf. De AZC's zitten nog altijd propvol en er verdwijnen veel meer mensen dan er daadwerkelijk via Ter Apel worden uitgezet.

In haar halfjaarlijkse rapportage erkende de staatssecretaris vorige maand dat 'de cijfermatige resultaten nog achterblijven bij de verwachtingen'. In de eerste drie kwartalen van 1997 zijn van de 900 asielzoekers met een aanzegging voor Ter Apel slechts 64 afgewezenen daadwerkelijk teruggekeerd. De rest verdween MOB (met onbekende bestemming), werd teruggeplaatst in de reguliere opvang of op straat gezet.

Mulder: “Dat heb ik tot dusver hooguit twintig keer gedaan. Ik doe dat niet graag, maar soms kan het niet anders.” Het heeft ook te maken met rechtvaardigheid, meent de directeur. “Mensen hebben soms wel drie jaar lang in Nederland van allerlei rechten gebruik gemaakt. Als er dan een rechterlijke uitspraak ligt dat ze weg moeten, vind ik dat ze niet achterover kunnen leunen en zeggen: 'ik ben asielzoeker, dus voor mij geldt het niet'.”

Het werken aan de uitzetting kost tijd. De asielzoeker wordt zonodig naar een ambassade, zo'n twee tot vier uur vanaf Ter Apel, gebracht om zijn reispapieren te regelen. Vaak zonder succes. De bedoeling was dat asielzoekers niet langer dan drie maanden in het centrum zouden blijven. Maar in het begin liep dat vaak uit tot zes maanden of meer.

Diverse belangengroepen raakten nauw betrokken bij het vertrekcentrum. “Wij haalden mensen in die begintijd altijd op vrijdag met een busje bij de poort op om boodschappen te doen”, vertelt Barend de Graaff, lid van de 'contactgroep Ter Apel'. “Zo had je vanzelf veel contact met hen en kwam je ook aan namen die je nodig hebt als je toegang wilt krijgen tot het centrum. Nu is de doorstroming groter, waardoor je minder vanzelfsprekend contact hebt.” Het gaat de contactgroep nu vooral om het bieden van 'een luisterend oor'. “Direct helpen is punt twee.”

De vrijwilligers zijn niet van harte welkom in het centrum. Mulder vindt dat mensen die op het punt staan te vertrekken weinig hebben aan contact met de buitenwereld. Een actiegroep die buiten de poort demonstreerde en de Werkgroep Vluchtelingen Vrij, die een zwartboek over Ter Apel opstelde, werden door Mulder de toegang tot het terrein ontzegd: “De protesten geven onrust en daar is niemand mee gediend.”

Kritiek hebben de vrijwilligers van de contactgroep ook op de volgens hen 'onmenselijke' opvang. De bewoners in het vertrekcentrum zijn 's nachts vaak doodsbang. De marechaussee kan immers elk moment aankloppen om ze op het vliegtuig te zetten. “Mensen raken geobsedeerd door het voorspellen van het moment dat ze toch worden opgehaald”, zegt De Graaff. “Ik ken een man die volledig aangekleed, met al zijn spullen, op bed zit te wachten. Nachten achtereen.” Volgens Mulder kan dat niet anders. “Als we ze van te voren waarschuwen, gaan ze MOB.”

Ook het Internationaal netwerk lokale initiatieven asielzoekers, kortweg Inlia, behoort tot de vaste criticasters van VC Ter Apel. Directeur John van Tilborg laat niet na de verantwoordelijken in het centrum te wijzen op hun tekortkomingen. Hij zegt zich vooral te storen aan het op straat zetten van mensen (“Dat gebeurt veel vaker dan Mulder ons wil doen geloven”), in het bijzonder als er kinderen bij betrokken zijn.

“En er is geen centrum waarover zoveel klachten over de medische bijstand zijn als Ter Apel.” Ook gebeurt het volgens hem nog regelmatig dat er 'gejojood' wordt met asielzoekers die op het vliegtuig gezet worden. “Lang niet altijd zijn er waarborgen van het ontvangende land of zo iemand daar wel welkom is”.

“Onzin”, meent Rob Baljon, hoofd van de unit verwijdering van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) die toevallig komt binnenlopen tijdens het gesprek met COA-directeur Mulder. Via de afdeling voorlichting had hij laten weten geen trek te hebben in een gesprek over VC Ter Apel. Niettemin blijkt hij bereid enkele vragen te beantwoorden. “Wij hanteren de menselijke maat. Wij hebben nog nooit iemand zonder alle benodigde waarborgen op het vliegtuig gezet.”

Van Tilborg zegt over voorbeelden te beschikken die deze bewering van Baljon onderuithalen. “Neem de uitzetting van Babul Khan naar Bangladesh eind 1996. Op de dag dat wij een brief kregen van Baljon waarin stond dat Khan voorlopig teruggeplaatst zou worden in de reguliere opvang, werden op last van de IND voorbereidingen getroffen voor zijn verwijdering. Vier dagen later werd hij, zonder laissez-passer op het vliegtuig naar Dhaka gezet. De immigratiedienst daar weigerde zijn toelating omdat hij niet over de vereiste papieren beschikte. Bangladesh stuurde hem vervolgens terug naar Nederland.”

De IND'er ergert zich mateloos aan het beeld dat critici en de media schetsen van het vertrekcentrum in Ter Apel. “Wij hebben hier nog geen tien procent van het aantal te verwijderen afgewezen asielzoekers. Over die andere negentig procent hoor je nooit wat. In de aanmeldcentra in Zevenaar en Rijsbergen worden dagelijks mensen het land uitgezet. Wij zijn het enige centrum in Nederland waar iedereen meekijkt naar hoe wij ons werk doen. Als ik niet kán vertellen hoe wij hier werken, doe ik het niet goed. Je moet voor jezelf de overtuiging hebben dat je de menselijke maat hanteert. En die overtuiging heb ik. Daarvoor steek ik m'n hand in het vuur.”

mailIcon print |