Van onze parlementsredactie DEN HAAG - De top van het Duitse Daimler/Dasa-concern heeft nooit serieus willen onderhandelen met de Nederlandse staat over Fokker. De financiële eisen die Daimler-topman Schrempp stelde, waren ononderhandelbaar en kwamen neer op een dictaat.
Met dit felle verwijt vatte minister Wijers gistermiddag het verloop samen van de besprekingen die de afgelopen maanden zijn gevoerd met Schremmp, eerste man van Daimler Benz, en met Bischoff, topman van Dasa, dochteronderneming van Daimler en grootaandeelhouder van Fokker. Op geen moment, aldus Wijers, heeft Daimler/Dasa tijdens de onderhandelingen de indruk gewekt te willen bewegen: “Vanaf het begin heeft Dasa nooit iets willen wijzigen aan de omvang, de achterliggende filosofie of de verdeling van de bedragen die werden geëist voor het voortbestaan van Fokker. Er zat geen enkele vooruitgang in de onderhandelingen.”
Afgelopen vrijdag was er - op verzoek van Schrempp - in Den Haag nog een gesprek met Wijers en premier Kok. Maar volgens de minister van economische zaken toonde de Duitser ook toen geen enkele bereidheid om tot elkaar te komen. Zonder precies exacte bedragen te willen noemen, heeft de Nederlandse regering vrijdag volgens Wijers nog een heel serieuze poging ondernomen om uit de patstelling te komen. De Nederlandse regering deed toen nog een 'substantieel' bod, bovenop kwijtschelding van een schuld van 800 miljoen gulden, maar het mocht niet baten: “Het was een heel belangrijk moment. Schrempp maakte duidelijk dat van onderhandelingen geen sprake kon zijn. Wat hij eiste was het bare minimum. Over flexibiliteit en onderhandelingsruimte gesproken.”
De eisen van Daimler/Dasa kwamen neer op het volgende: 800 miljoen gulden kwijtschelding van schulden, in de terminologie van de Duitsers 'oud geld'. Daar bovenop een financiële injectie van 2,3 miljard gulden, waarvan de Nederlandse staat 1,3 miljard voor haar rekening moest nemen. En een bedrag van jaarlijks 150 miljoen gulden gedurende de komende zes à zeven jaar voor de ontwikkeling van een nieuw vliegtuig.
Oud-Unilever topman Maljers (tegenwoordig president-commissaris van Philips), aangetrokken voor de onderhandelingen met Daimler/Dasa, dekt de versie van Wijers volledig: “De andere partij was totaal niet van plan te bewegen. Dat heb ik nog nooit meegemaakt.” Maljers zegt dat Fokker voor minder geld overeind had kunnen worden gehouden, als de Duitsers bij hun berekeningen maar bereid waren geweest uit te gaan van kasstromen in plaats van gezonde balansverhoudingen. Een gezonde balans is een eis die kan worden gesteld aan een zelfstandige onderneming. Voor een dochterbedrijf zoals Fokker, mag vanuit financieel-technisch oogpunt met minder genoegen worden genomen. Maljers: “Het heeft me voortdurend verbaasd dat Schrempp zonder veel omhaal van woorden voortdurend weigerde op een andere basis te onderhandelen. Hij heeft nooit willen vertellen waarom. Tot afgelopen vrijdag. Schrempp voerde toen een nieuw element in. Volgens hem was Fokker geen dochter van Dasa, maar slechts een gelieerde onderneming. Dat was de reden dat hij alleen geïnteresseerd was in balansversterking en niet in kasstromen. Als u me vraagt of ik me een beetje gepakt voel, dan is mijn antwoord: Ja, ik voel me een beetje gepakt.”
Minister Wijers voelt zich “persoonlijk geraakt” door de afloop van de onderhandelingen. Het gaat volgens hem uiteindelijk om een “stukje nationale industriële identiteit, waarop elke Nederlander wel een beetje trots is”. De minister gelooft niet dat Schrempp al van stonde af aan, bij de overname in 1993, Fokker een kunstje heeft willen flikken. Tot op de dag van gisteren heeft Daimler zich ook keurig aan z'n financiële verplichtingen tegenover Fokker gehouden. Wijers erkent ook dat Daimler erg veel geld in Fokker heeft gestoken. Maar de minister verwijt de Duitsers dat zij niet bereid zijn geweest om onder de huidige omstandigheden als veruit de grootste aandeelhouder ook het grootste bedrag ter redding van Fokker op tafel te leggen.
“Schrempp vertegenwoordigt een van de rijkste ondernemingen ter wereld. Als zo'n onderneming niet naar proportie wil bijdragen, dan wordt het tijd om je achter de oren te krabben.” Wijers erkent dat zich sinds de overname van Fokker een aantal belangrijke veranderingen heeft voorgedaan. Zo konden de Duitsers niet weten dat de dollarkoers ernstig zou kelderen. Ook konden ze niet voorzien dat vliegmaatschappijen nauwelijks meer vliegtuigen willen kopen, maar alleen nog leasen. Een nieuwe ontwikkeling is ook dat er mondiaal meer spelers op de markt voor middelgrote vliegtuigen zijn gekomen, zoals Boeing, McDonnell-Douglas en Indonesië. Dit alles neemt volgens Wijers evenwel niet weg dat Daimler zich bij de koop van Fokker had moeten realiseren, dat wie zich werpt op de bouw van vliegtuigen, rekening moet houden met investeringen van zo'n 4 à 5 miljard gulden.
Daar komt volgens Wijers bij dat Daimler er maar niet in slaagde een overtuigend toekomstperspectief voor Fokker te schetsen: “Het ontbrak aan een transparant business-plan, met name aan uitzicht op Europese samenwerking. Dasa had bij de overname van Fokker zelf ook de ambitie om Europees te gaan samenwerken. Maar vorig jaar werd daarover nog steeds slechts gesproken. Daimler/Dasa heeft de afgelopen jaren kans gezien een aantal partijen in Europa redelijk te bruskeren. Hoezo een dominante positie voor Dasa? Wat versta je dan eigenlijk onder samenwerking?”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.