Computerspelletjes kunnen kinderen leren om korte, sterk overeenkomende geluidsfragmenten beter te onderscheiden, een aanpak die misschien helpt tegen dyslexie.
Een gebrek aan 'hoorvermogen op de milliseconde' zou bij kinderen later mogelijk ook kunnen leiden tot de ernstige leesproblemen, samengevat onder de noemer dyslexie. Het is echter volstrekt onduidelijk of vroegtijdige stimulering van het gehoor werkelijk het onvermogen om woorden of lettergrepen te herkennen kan ondervangen. Onderzoekers van de Rutgers universiteit in Newark (New Jersey) en de universiteit van Californië willen dat in het vakblad Science (5/1) wel doen geloven.
Zij gaan ervan uit dat de hersenen van sommige kinderen moeite hebben met de verwerking van informatie die slechts enkele tientallen milliseconden wordt aangeboden. Geen wonder dat dan korte, op elkaar gelijkende letteregrepen, zoals ba, da, mo en do, gemakkelijk door de hersenen worden gemist.
Maar die niet alleen: als zulke kinderen snel achter elkaar een paar tikjes op twee verschillende vingers krijgen, kunnen ze achteraf niet vertellen welke vingers het waren.
De moeite met kortdurende informatie betreft vooral de spraak, vanwege de talloze wendingen binnen luttele milliseconden. Om te beginnen moet je geluidsflarden los van elkaar kunnen horen. Uit proeven bleek dat normale kinderen twee aparte tonen van elk 75 milliseconden nog gescheiden van elkaar horen als er slechts 10 milliseconden stilte tussen zit.
Kinderen met gehoorproblemen bleken minstens een pauze van 200 milliseconden tussen de twee tonen nodig te hebben om ze te onderscheiden. Maar daar kan door training verbetering in komen. Na een maand oefenen bleek 100 milliseconden tussen twee tonen voor de 'langzame hoorders' voldoende.
Essentieel voor spraakherkenning is dat je op elkaar gelijkende fragmenten kunt onderscheiden. Kinderen bleken sterk verbeterde resultaten te halen wanneer korte lettergrepen als ba en da enigszins werden opgerekt, bij voorbeeld van 40 naar 80 milliseconden. Ook het iets luider laten horen van deze fragmenten hielp.
Verder werden de kinderen getraind met behulp van spelletjes, waarbij bij voorbeeld één mannetje da zei en twee clowntjes antwoordden met ba en da, waarna het kind de juiste clown moest aanwijzen. Na elke geslaagde poging werd de taak wat moeilijker en het tempo opgevoerd. Daarbij haalden veel gehoorgehandicapte kinderen ten slotte het normale niveau. Ook weken later bleken hun prestaties nog altijd beduidend beter. Niet alleen in het uitvoeren van de computerspelletjes maar ook in hun orale uitingen toonden ze meer begrip van de taal.
Een overhaaste conclusie van dit hoopgevende onderzoek is, dat je het risico van dyslexie kunt 'wegtrainen'. In een begeleidend commentaar stelt Science dat het onzeker is of oefening van orale taalvaardigheden werkelijk van invloed is op de leesproblemen bij kinderen. Er zijn tal van kinderen met dyslexie die helemaal geen orale taalproblemen hebben gehad.
Maar: dyslexie wordt beschouwd als een gebrek aan fonologisch bewustzijn: het ontbreekt aan de vaardigheid om woorden in hun 'geluidsdelen', de fonemen, te hakken. Dat strookt toch met onze bevindingen, menen de onderzoekers. Kinderen blijken immers niet in staat om de verschillende delen van een woord te horen en kunnen dus de letters die voor deze fonemen staan niet met de betreffende geluiden associëren.
Volkomen onbewezen, menen collega's. Dat gebrek aan fonologisch bewustzijn hoeft in het geheel niet veroorzaakt te zijn door een gebrekkige geluidsgewaarwording. Voor hetzelfde geld is een defect in een van de specifieke taalcentra in de hersenen ervoor verantwoordelijk.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.