“Dan staan ze daar met een verlangende blik in hun ogen en ze kijken een beetje wazig naar de plank boven mijn hoofd.” Op die plank staat drop. Plaats van handeling: een laboratorium in Amerika. Mijn dochter heeft er een dropverslaving teweeggebracht en nu gaan er steeds kilo's derwaarts. Daaraan heb ik een leuke culinaire ruil te danken. Laura, moleculair bioloog, stuurde mij als dank een kruikje pure maplesyrup met een recept voor bijpassende karnemelkpannenkoekjes : “Graag laat ik u ook eens iets lekkers uit Amerika proeven. Deze syrup eet ik elk weekend op pannenkoekjes, wafels of ijs.”
Maplesyrup is, net als de veenbes (cranberry), overgenomen van de Indianen. Het is een exclusieve lekkernij, want van 136 liter sap, getapt uit gootjes in een esdoornbast, kun je maar 4 1/2 liter stroop maken. Bij delicatessenzaken hier te lande is meestal wel een stroop te krijgen waarin esdoornsap verwerkt is. Dunne honing gaat ook.
Voor twaalf stuks:
125 g bloem 2 afgestreken theelepels bakpoeder 1 afgestreken theelepel zout 2,25 dl karnemelk op kamertemperatuur 1 ei no. 3 20 g ongezouten boter, gesmolten
1. Bloem zeven met bakpoeder en zout, kuiltje maken. Daarin bij beetjes en al mixend de karnemelk gieten en vervolgens ei en boter.
2. Een grote, licht ingevette koekepan met anti-aanbakbodem flink verhitten. Hierin telkens driemaal een sauslepel (0,25 dl) beslag scheppen om drie koekjes van circa 10 cm doorsnee te bakken. Keren als de bovenkant droog is.
James Beard, de Amerikaanse Wina Born, schrijft in zijn nostalgische boek Delights and Prejudices over het eten van zijn jeugd. Hij heeft namelijk, zoals hij zelf zegt, een groot smaakgeheugen. Zijn moeder hield van picknick-ontbijten aan het strand en dan maakten ze deze pannenkoeken. Ze aten ze met bacon en worstjes of met honing.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.