*

 
dossier

Archief

DE KRAAKMEDIA ANNO 1997/'Het lijkt wel groetjes-radio'

ADRIANNE DE KONING − 08/02/97, 00:00

De woelige tijden van de kraakbeweging zijn voorbij. De ontruimingen van het kraakpand aan de Sarphatistraat en Villa Omval in Amsterdam verliepen woensdag zonder echte problemen. De beweging is geslonken en veranderd, maar het netwerk van kraakcafés, kraakspreekuren, restaurants en videozalen bestaat nog steeds. “De kraakbeweging is niet dood, dat is echt de grootste onzin”, benadrukt Marjolein van de Amsterdamse actie- en kraakzender De Vrije Keyser, die woensdag een ouderwetse extra ontruimingsuitzending verzorgde. Het bewijs voor een levende kraakbeweging zijn de actiebladen en radiostations, die nog steeds volop zenduren en pagina's vullen met kraaknieuws.

Tijdgebrek is misschien wel het grootste gevaar voor de kraakbeweging in de drukke jaren negentig. Echt blij dat de lang verwachte ontruimingen niet op een dinsdag, de vaste uitzenddag, vallen is Marjolein dan ook niet. Zij heeft 'wel iets beters te doen' dan een extra dag doorbrengen in de donkere, bedompte radiostudio. Maar de live-verslagen via de telefoon zijn wel altijd het 'mooiste voor het archief en het meest spannend'.

De Vrije Keyser is op de ontruimingsdag vanaf zes uur 's morgens in de lucht. Uit de boxen aan de buitenkant van Villa Omval schalt keiharde muziek. De gesprekken tussen de krakers en de studio ontstijgen nauwelijks het babbelniveau.

“De mensen buiten willen jullie de groeten doen. Jeetje, het lijkt wel groetjes-radio. Hoe staat het nu bij jullie?”, wil Marjolein weten.

“Ze hebben ons nog niet gevonden.”

“Het is natuurlijk al jaren de sport om het zo lang mogelijk uit te houden.”

“Ja, we hebben weddenschappen afgesloten over hoe lang het gaat duren, maar nu willen we weer een plaatje horen.”

“Dan babbelen we zo verder en dan willen we ook het bonken van de ME horen.”

“Onze live-verslagen zijn van belang voor de krakers binnen en de sympathisanten buiten. Zo beleven we met elkaar de ontruiming. Natuurlijk zenden we uit voor eigen parochie, maar we zetten de mensen niet aan tot actie. We verslaan. Als we nieuws via via krijgen trekken we het altijd na. Anders verlies je je geloofwaardigheid.”

Op zijn hoogtepunt was de Vrije Keyser, begonnen in 1979 in het kraakpand de Groote Keyser, 24 uur in de lucht. Daarna vulden allemaal verschillende clubjes, zoals een groep Duitse links-radicalen, twee avonduitzendingen per week. Nu zendt een vaste kern van tien mensen iedere dinsdag van elf tot acht uur uit. De ingrediënten: veel muziek, kraaknieuws, een column, huishoudelijke mededelingen, reportages en oproepen.

In veel steden draaien enthousiastelingen nog steeds, net als in de goede oude tijd, met knippen, plakken en stencillen actieblaadjes in elkaar. Het aantal is sterk verminderd, maar in de loop der tijd ontstonden ook nieuwe initiatieven. Sommige blaadjes verschijnen wekelijks handgeschreven, zoals het Utrechtse Springstof. “Vroeger hadden we acht pagina's, nu nog vier. Zegt misschien wel iets over de slinkende beweging.” Anderen verschijnen voor een hele regio zoals De Onderkrant voor zuidelijk Nederland.

De Nijmeegse vrije radiozender Radio Rataplan (102.5 FM), in 1980 uit de kraakbeweging ontstaan, staat voor de strijd tegen racisme en fascisme, seksisme en de vrouwenstrijd. Ruim honderd medewerkers vullen iedere week minstens 85 uur zendtijd met vooral muziek. “Nijmegen is de actiestad van Nederland”, meent Erwee. “In Nijmegen wordt nog flink gekraakt en de kraakbeweging ontwikkelt zich weer. Het is noodzakelijk dat wij daarover berichten. Tijdens de echte hoogtijdagen was Rataplan veel meer actieradio dan nu. Toen hadden we ook verschrikkelijk veel luisteraars.”

Ooit heeft Rataplan gedacht aan RataTV, maar het budget is niet toereikend en de radiozender verbruikt alle energie. Ook in Amsterdam is er geen actiezender. StaatsTV is verdwenen en de bekabeling werkt beperkend. “Eigenlijk ben je gewoon een kraakmedium kwijt, want aan een zender op de kabel moet iemand zijn naam verbinden en wie wil dat? Vroeger had je antennes op het dak en had je dat probleem niet”, zegt Jeroen Verbruggen van de Persgroep Hoofdstedelijk Kraaknieuws.

De persgroep zorgt op een hele nieuwe manier voor kraakmedia, zij 'gebruiken' de burgerlijke media. Maandelijks stuurt de persgroep het Hoofdstedelijke Kraaknieuws naar de verschillende journalisten. Ook maakt zij de kraakbeweging beter bereikbaar door continu op dezelfde plek en onder hetzelfde telefoonnummer bereikbaar te zijn. Dit in tegenstelling tot de persgroepen die na een ontruiming van de aardbodem verdwijnen. Jeroen: “We zijn een kraak-persgroep en geen ontruimings-persgroep. Door de ontruimingen krijgen de krakers een slechte naam. Ze zijn dom, agressief, gewelddadig, vies en lui. Wij willen ook het verhaal achter de kraak vertellen en zo de vooroordelen wegnemen. Twee jaar geleden werden wij met scepsis ontvangen. De krakers waren bang, dat wij ons als vaste kraakwoordvoerder zouden opwerpen. Wij willen echter alleen een intermediair zijn en die opzet blijkt te zijn gelukt.”

In de jaren negentig is nog een ander medium om de hoek komen kijken, waar de kraak- en actiebeweging naar hartelust gebruik van maakt: Internet. De vrije radiostations publiceren er hun programma en het laatste nieuws en de actiebladen maken een Internet-versie. Het in Duitsland verboden linkse tijdschrift Radikal vond een veilige haven bij de Nederlandse aanbieder XS4ALL. Gevolg was een tijdelijke blokkade door Duitse providers van alle sites van XS4ALL. Door links naar andere interessante sites in binnen- en en buitenland ontstaat een heel netwerk. Ook is Internet een belangrijke nieuwsbron.

De digitale Kleintje Muurkrant uit Den Bosch begon een jaar geleden. Eerst een beetje beschroomd, omdat ze niet wisten of Internet wel aan een vraag zou voldoen en omdat het een flinke aanslag op de medewerkers zou betekenen. Een jaar later blijkt het aantal lezers van het maandelijkse digitale Kleintje die van het papieren Kleintje (800 abonnees, 20 jaar oud) te evenaren. “Het zijn vaak andere lezers. Bovendien is de drempel om per e-mail te reageren lager dan het schrijven van een kort briefje”, vertelt Gert-Jan, die zich zowel met de papieren als de digitale versie bezighoudt. “Het belangrijkste is dat het blad gelezen wordt. Daarom verspreiden we een deel van het papieren Kleintje gratis en dat doen we eigenlijk ook met het digitale Kleintje. Die blijft echter bijzaak.”

Voor de Konfrontatie Digitaal is de Internetuitgave wel de hoofdzaak. De laatste papieren Konfrontatie verscheen in december 1994. Ruim drie jaar eerder was het opgericht omdat steeds meer linkse onafhankelijke media, vaak ontstaan uit de kraakbeweging, verdwenen. De redactie wilde binnen één blad de krachten bundelen. De abonnees bleven echter weg, net als twee jaar later bij het linkse tijdschrift Transit, en daardoor was er niet genoeg geld.

De Konfrontatie Digitaal verscheen voor het eerst in maart 1996. In het archief staan alle binnenkomende artikelen en voor de e-mail abonnees worden iedere week twee artikelen geselecteerd. “De truc is natuurlijk, dat de kosten bij de abonnees liggen. Die moeten de apparatuur en telefoonkosten betalen. Voor ons zijn de uitgaven minimaal. Nadeel is dat we niet weten wie ons leest. Daardoor kun je jezelf voor de gek houden. Bij de papieren versie liepen we tegen grenzen aan. Op Internet kunnen we onbeperkt uitgeven”, zegt Ronald.

Van de Amsterdamse tweewekelijkse Grachtenkrant, begonnen in 1979, zijn de lezers hun eigen redactie. Simon: “Alles komt er in, of ze het nu sturen, faxen, langsbrengen of doorbellen. Je wisselt informatie uit met je vrienden en vriendinnen. Samen met interessante artikelen uit de burgerlijke pers knippen en plakken we dat tot een krant. Veel mensen in het land vinden ons blad het beste, omdat je kunt schrijven wat je wilt.” Het is wel eens voorgekomen dat de krant, met een oplage van driehonderd, een weekje op zich liet wachten. Het geld was op, alle medewerkers waren met vakantie of er was geen nieuws. “Daar doen we niet moeilijk over.”

Als erfgenaam van het kraakblad Bluf! heeft Ravage zich losgeweekt van de kraakbeweging, hoewel kraaknieuws iedere twee weken vaste prik is. In de nieuwste uitgave staat op pagina drie dan ook prominent een verhaal over de Amsterdamse ontruimingen. Door een promotiecampagne, dankzij geld van het Bedrijfsfonds voor de Pers, steeg het aantal betalende abonnees van 600 naar 900. Maar de meeste nieuwe abonnees zijn waarschijnlijk te danken aan de Arnhemse politie. De redactie had een brief ontvangen van de actiegroep Earth Liberation Front, waarin die de bomaanslag bij BASF opeiste. De politie kon bij een inval op de redactie de brief niet vinden, maar nam wel zes zakken met informatie en zeven computers mee.

Alex van Veen: “Veel mensen vonden de inval belachelijk en steuden ons door een abonnement. De krakers in Amsterdam zijn continu ontevreden over ons blad, omdat we te weinig kraaknieuws brengen. De Grachtenkrant vervult deze behoefte echter al en lang niet alle lezers zijn geïnteresseerd in de kraakbeweging. We zijn een spreekbuis voor allemaal verschillende bewegingen. We pretenderen geen journalistiek medium te zijn. Soms is de berichtgeving dus eenzijdig, maar het heeft ook geen zin om bij ieder gekraakt pand de eigenaar te bellen. Bovendien, heel vaak als we reacties willen peilen krijgen we geen commentaar. Wat dat betreft zitten we in een moeilijke hoek, maar de andere kant kun je meestal ook in de burgerlijke media lezen.”

mailIcon print |