Paars 2 rekent zich rijk aan Europa. Het boekt een forse bezuiniging in op de afdracht aan de Europese Unie, die oploopt tot 1,3 miljard gulden in 2002. Daardoor dreigt het blokkeren van Europese uitgaven de topprioriteit te worden van de paarse Europa-politiek. Er zijn zinvoller doelen dan het ontmantelen van de Europese solidariteit.
Over de hoogte van de contributie aan de Europese Unie kan Nederland niet eigenmachtig beslissen. Het is de uitkomst van langdurige onderhandelingen tussen de 15 lidstaten, de Europese Commissie en het Europees Parlement. Wie van tevoren rekent op contributievermindering, begeeft zich op glad ijs.
Toch heeft het Centraal Planbureau dit voorjaar, bij de doorrekening van de verkiezingsprogramma's, zijn goedkeuringsstempel gezet op de door de paarse partijen (en het CDA) voorgenomen EU-bezuiniging. Deze partijen verklaarden zich bereid om desnoods vier jaar lang, tot in 2002, de hervorming van de financiën van de EU te blokkeren.
Een verraderlijk veto: als Nederland het nieuwe meerjarenakkoord over begrotingsdiscipline tegenhoudt, mogen de uitgaven van de EU sneller toenemen dan nu is voorzien. De Nederlandse contributie stijgt navenant. Tel uit je winst.
CPB-directeur Don moest toegeven dat zijn doorrekeningsrapport “meer blokkeringsmacht voor Nederland aangeeft dan feitelijk juist is”.
In het paarse regeerakkoord zoekt men tevergeefs naar een beter onderbouwde bezuinigingsstrategie. De tekst beperkt zich tot de mededeling dat de twee grootste uitgavenposten van de EU, landbouw en structuurfondsen, omlaag moeten. Lees: fors omlaag.
Om een contributievermindering van 1,3 miljard voor Nederland te bereiken, dient de EU in 2002 ongeveer 20 miljard minder uit te geven dan in de huidige plannen van de Europese Commissie is voorzien. Dat is bijna 10 procent van haar budget! Hoe gaat Paars II dat bewerkstelligen? Welke veto's gaat Nederland in Brussel uitspreken?
De besluitvorming over de landbouw voorziet überhaupt niet in een vetorecht. Nog onlangs besloten de Europese landbouwministers de uitgaven te verhogen, ondanks een tegenstem van minister Van Aartsen. Bij de structuurfondsen kan Nederland hoogstens enige hinderkracht ontwikkelen, door de totstandkoming van een nieuwe verordening voor het structuurbeleid na 1999 te vertragen.
Ironisch genoeg blijven ook de Nederlandse regio's waarvoor de Nederlandse regering op hoge toon meer Europese subsidies eist, zoals de noordelijke provincies, dan verstoken van structuurgelden.
Maar de vraag is of het zover komt. Als Nederland zijn schaarse bondgenoten in de raad van ministers niet meekrijgt, zal een veto niet lang bestand zijn tegen de toorn van de EU-partners. Zeker niet tot 2002. De Europese Commissie zal bovendien alle mogelijkheden benutten om, op basis van de huidige structuurfondsenverordening, de subsidieverlening aan achterstandsregio's voort te zetten.
Wie veto op veto stapelt, lokt tegenveto's uit. Als Nederland de structuurfondsenverordening blokkeert, zullen de meest benadeelde lidstaten, zoals Spanje, de steunverlening aan de kandidaat-lidstaten van de EU blokkeren.
“In geen geval worden de uitgaven voor nieuwe lidstaten verlaagd”, bezweert het regeerakkoord. Maar hoe gaat Nederland dat voorkomen, als er 20 miljard bezuinigd moet worden in Europa?
Méér geld voor de kandidaat-lidstaten past kennelijk al helemaal niet in de paarse bezuinigingsplannen. Paars I constateerde nog dat de steun aan de kandidaat-lidstaten 'niet ruim bemeten' was. Voorlopig heeft de EU een luttele 7 miljard gereserveerd, te verdelen over tien Midden- en Oost-Europese landen. Dat is een fractie van de kosten die deze landen moeten maken om aan alle EU-eisen te voldoen.
Mede door de West-Europese gierigheid worden de voorspellingen over het tijdstip van toetreding steeds pessimistischer. De EU gaat er officieel nog van uit dat de eerste uitbreidingsronde, met onder meer Polen, in 2002 kan plaatsvinden. Maar steeds openlijker spreken diplomaten over 2006 of later. Daarmee verschuift het EU-lidmaatschap naar zo'n verre toekomst dat de toetredingsbelofte haar motiverende werking verliest. Dat geldt zeker voor de kandidaten achterin de rij, zoals Roemenië.
De uitbreiding van de EU dient onze (export)economie, ons milieu en onze veiligheid. Het vastlopen van dat proces vergroot de kans op economische, ecologische en politieke crises in Midden- en Oost-Europa. Die kunnen ons nog duur komen te staan. Door de Europese bezuinigingsdrift van paars wordt het Nederlandse belang geschaad.
Ook de structuurfondsen, waar Paars II op wil beknibbelen, zijn meer dan kostbare liefdadigheid. Bevordering van investeringen en werkgelegenheid in economisch zwakke regio's is ook in het belang van de rijke lidstaten. Groeiende welvaartsverschillen en uiteenlopende conjuncturele ontwikkelingen vormen een bedreiging voor de stabiliteit van de euro. De muntunie vergt niet minder, maar juist meer Europese solidariteit.
Als in september Gerhard Schröder de Duitse verkiezingen wint, domineren sociaal-democraten meer dan ooit de regeringen van de EU-landen. Maar in plaats van een impuls te geven aan het sociale Europa, gaan zij zich in Brussel onledig houden met geruzie om geld, zo moet gevreesd worden.
Bij de VVD kunnen ze in hun vuistje lachen. Voor neoliberalen is Europa wel ongeveer af met de ene markt en de ene munt. Zij hebben er belang bij dat het nieuwe kabinet, door zich op een onhaalbare bezuinigingsdoelstelling vast te leggen, de strijd over de toekomst van de EU versmalt tot een centenkwestie.
“Als alles in de Unie wordt teruggebracht tot geldstromen en huishoudboekjes, wordt het een vervelende gemeenschap”, sprak minister Van Mierlo onlangs. Die vermaning kan niet alleen minister Zalm in zijn zak steken. Ook de sociaal-democraten die toestaan dat de Nederlandse Europa-politiek wordt gedicteerd door boekhouders.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.