AMSTERDAM, CALLANTSOOG - In kindertijdschriften is de opdracht heel gewild: twee naast elkaar geplaatste tekeningen sieren de pagina en de uitdagende tekst 'zoek de vijf verschillen' zet de lezertjes aan het werk. Bij Ajax was zondag in de Amsterdam Arena en gisteren rond het trainingsveld in Callantsoog de omgekeerde variant actueel. Technisch leider Morten Olsen had de tegenstander van vandaag, Calcio Udinese, uitvoerig bekeken en noteerde voornamelijk overeenkomsten.
Uit de recente observaties bij de Noord-Italiaanse club destilleert de Deen de conclusie dat de toeschouwer bij Ajax-Udinese zich kan opmaken voor een spectaculaire avond. Udinese, zo vindt Olsen, voldoet namelijk niet aan het gangbare beeld van de Italiaanse clubs.
“Het is een ploeg die gemakkelijk scoort”, oreert de trainer in zijn mengelmoes van Duits en Nederlands. “Ze maken in de competitie altijd twee of drie doelpunten. De manier waarop Udinese vorig jaar de UEFA Cup bereikte was eigenlijk heel on-Italiaans, aanvallend en attractief, zeg maar een beetje in de stijl van Ajax. Tegelijkertijd is het voor die club ook de meest geëigende manier van spelen. Het vijandelijke doel is de magneet; daar willen ze naar toe. Dat is logisch als de voorhoede je belangrijkste wapen is. De Italianen hebben daar drie 'aartsgevaarlijke' spitsen: Poggi, Bierhoff en Amoroso.”
Moeiteloos lepelt Olsen nog een serie opmerkelijke gelijkenissen tussen Ajax en het veel bescheidenere Udinese op. De Italianen hebben een al even ruime selectie (bijna dertig man), het contingent buitenlanders is met twee Denen, twee Belgen, een Braziliaan, een Ghanees, een Egyptenaar, een Marokkaan, een Duitser, een Fransman en een Nederlander (Louhenapessy) evenzeer aan de ruime kant en zelfs de frequente wijzigingen in de opstelling vormen een gemeenschappelijk kenmerk van de twee UEFA Cupdeelnemers. Er is ten slotte een laatste gelijkenis die de bescheiden Olsen wellicht bewust buiten beschouwing laat. Alberto Zaccheroni werd vorig jaar op grond van de verrassende resultaten uitgeroepen tot trainer van het jaar in Italië. In Amsterdam staat de nieuwe trainer een soortgelijke verering te wachten. Na een reeks van tien competitie-overwinningen liggen beitel en hamer al klaar voor het vervaardigen van het erestandbeeld. Wie punten binnenhaalt, doet het per definitie goed.
Morten Olsen laat zich niet meeslepen in die euforie. Hij maakte ook de mindere kanten van het voetbal mee. Zo had zijn vroegere werkgever Bröndby uiteindelijk weinig fiducie in zijn aanpak en was de aanvallende speelstijl die de Deen voorstond bij 1. FC Köln een constante bron van discussie. Daarom laat zijn huidige reputatie in Amsterdam en omstreken hem onberoerd. De maximumscore voor Ajax vindt hij prachtig, maar Olsen beseft terdege dat de gapende marge met PSV en Feyenoord grotendeels toe te schrijven is aan de struikelgang van die twee concurrenten.
Wie van een afstand bekijkt hoe Olsen met zijn grote selectie aan het werk is, ziet een man die altijd de stimulans zoekt. Wanneer Jari Litmanen tijdens de ochtendtraining in Callantsoog bij het afwerken dramatisch hoog overschiet, zegt Olsen doodleuk “goed zo”, omdat de uitbrander niet strookt met zijn filosofie. “Los, eigen initiatief”, roept hij bij een sprintonderdeel, want de spelers moeten zelf hun grenzen bepalen.
Olsen is een optimist, maar wel een van het voorzichtige soort. Zodra journalisten lyrische kanttekeningen plaatsen, tempert hij de grootspraak. Hij reageert afwijzend als iemand hem om een prognose van de uitslag vraagt (“Dat is pokeren, daar doe ik niet aan mee”) en als er dan ook nog een waaghals voorzichtig naar de opstelling en de te volgen tactiek informeert, is het op slag over met de informatieverstrekking. De rol van oester is Morten Olsen bij zulke gelegenheden op het lijf geschreven. De zin “dat blijft intern”, scoort hoog op de frequentielijst van zijn vocabulaire. Welke tekortkomingen Ajax nog heeft? “Dat blijft intern.” Hoe de opengevallen plaats van de langdurig geblesseerde Tijani Babangida wordt opgevuld? “Dat blijft intern.” De coach trekt er een verontschuldigende blik bij en legt vervolgens uit, dat zwijgzaamheid een groot goed is. “In het moderne voetbal kun je tegenstanders nog steeds verrassen. Clubs observeren elkaar en hebben via videobanden een schat aan informatie.”
“Maar”, vervolgt Olsen met een koddige vergelijking, “je weet niet welke onderbroek nummer 27 draagt. De kleine wijzigingen, de details kunnen wel de wedstrijd beslissen. Ik zou bijvoorbeeld best nu al de opstelling van Udinese willen weten. Dat zou de voorbespreking een stuk eenvoudiger maken.”
Collectief
Bang dat zijn spelers Udinese zullen onderschatten is Olsen allerminst. “Nee, zo'n houding zie je alleen bij de buitenwacht. Speel je tegen AC Milan, dan hoor je overal 'dat wordt moeilijk'. Nu is de reactie 'ach, dat Udinese kan nooit een probleem zijn' en dat is natuurlijk onzin. Udinese is geen Inter, geen AC Milan, geen Juventus. Daarvoor is de individuele klasse niet toereikend. Maar het is wel ein verdammt goed collectief. Daar is vaak moeilijk tegen te spelen. Wij moeten tegen de Italianen twee topduels spelen, anders komen we niet verder. Aan de houding van de Ajax-spelers zal het niet liggen. De wedstrijdmentaliteit is tot nu toe prima. Dat was goed te zien in de wedstrijd tegen NAC, waar het doelpunt toch lang uitbleef. Verdedigend hebben wij toen geen enkele kans weggegeven en dat is knap tegen een counterploeg met snelle spitsen. Zo moet het tegen Udinese ook, de nul houden is in Europees verband belangrijk.”
Als de training op het veld van VV Callantsoog achter de rug is, blijven twee man op het veld achter. Olsen praat nog even met verdediger Sunday Oliseh. De Engelse zinnen verwaaien in de wind, maar de ellebooggebaren van de trainer verraden het onderwerp. De Duitser Oliver Bierhoff steekt in uitstekende vorm en moet koste wat kost in de tang worden gehouden. Oliseh, eigenlijk meer bedreven in de opbouw dan in het directe man-tegen-man-gevecht, knikt overtuigend. Uit het commentaar van de Nigeriaan spreekt het positieve zelfbeeld dat Olsen dit seizoen bij al zijn spelers wakker wil roepen: “Als Bierhoff mijn man is, vind ik dat prima. Ik hoef voor niemand angst te hebben, ik heb per slot van rekening ook tegenover Maradona gestaan.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.