AMSTERDAM - Ze hebben veel van oliemaatschappij Shell gevraagd, ze hebben niet alles gekregen. Toch is er wel degelijk sprake van een omslag bij de multinational, constateren Gemma Crijns van Amnesty International en Jan Gruiters van Pax Christi.
“Shell is een voorloper, omdat het de eerste grote multinational is die in haar gedragscode een verwijzing naar mensenrechten gaat opnemen,” zegt Gruiters.
Wat het olieconcern precies in die gedragscode gaat schrijven, is nog niet bekend. Wel is zeker dat het niet de Universele verklaring voor de rechten van de mens zal noemen. C. Herkströter, de topman van Shell, meldde dit vorige week aan een aantal journalisten. Een onaangename verrassing voor Gruiters en Crijns die Herkströters afwijzing in de krant lazen. De twee voeren sinds een jaar gezamenlijk onderhandelingen met Shell over de inhoud van de nieuwe gedragscode. Crijns: “Wij dachten nog in discussie over de VN-verklaring te zijn met Shell. Dat wij dit via de pers hoorden, vind ik niet netjes.”
Dat er nu 'slechts' een algemene verwijzing naar mensenrechten komt, is echter toch al heel wat, vindt Crijns. “Het is verder afwachten of het een wezenlijk stap vooruit wordt of slechts een vage noot.”
Verrassend positief zijn de twee over de recente klimaatverandering bij de oliegigant. Het bedrijf bleef stoïcijns zaken doen in Zuid-Afrika ten tijde van het apartheidsbewind. Het deed niets na de arrestatie en terechtstelling van Ogoni-leiders in Nigeria ruim een jaar geleden. “Shell reageerde altijd defensief. Alles werd afgedaan met de opmerking dat ze zich nooit zouden uitspreken over politieke zaken. Dat ze zich aan de lokaal geldende wetten houden.”
Dat is veranderd. De affaire rond het afzinken van olieplatform Brent Spar en de protesten tegen Shells activiteiten in Nigeria hebben het imago van het concern geschaad. Het bedrijf vaart een nieuwe koers en is in gesprek gegaan met onder meer Amnesty en Pax Christi. In mei vorig jaar kondigde het bovendien aan de interne gedragscode te zullen herzien.
Nooit tevreden Herkströter kwam er vervolgens het afgelopen jaar achter dat actiegroepen nooit allemaal tevreden te stellen zijn. “We worden overvraagd”, was zijn teleurgestelde reactie in recente interviews. Blijkbaar is hij met de verkeerde verwachtingen begonnen aan de dialoog met actievoerders, zeggen Gruiters en Crijns nu. “Wij zeggen hen ook steeds: je kunt niet iedereen tevreden stellen, maar stel je eigen ethische normen op en hou je daaraan.”
Die normen, vastgelegd in de herziene gedragscode, moeten volgens de twee meer omvatten dan het oude beginsel: bemoei je niet met de politiek in een land en hou je aan de daar geldende wetten. Crijns: “Shell moet zich ook achter internationaal recht scharen. De internationale verklaringen over mensenrechten zijn ook ondertekend door de meeste landen in de wereld. Daar kan het concern lokale politici best op aanspreken.”
In de code hoeven geen directe politieke uitspraken, stelt Gruiters. “Maar als het bedrijf opschrijft het recht op vakbondsvrijheid te onderschrijven, dan is dat natuurlijk wel een uitspraak met politieke implicaties. Dat zou goed zijn. Daarop kan het bedrijf regeringen aanspreken, en het kan hetzelfde gedrag eisen van mensen met wie ze lokaal samenwerken. Zo'n uitspraak werkt als een olievlek.”
Ook zou Shell het recht op eerlijke rechtsgang moeten onderschrijven. Een logische uitspraak omdat het allereerst betekent dat de eigen werknemers eerlijk berecht worden, vinden Gruiters en Crijns.
Zowel Amnesty als Pax Christi verwijten Shell geen uitspraak te hebben gedaan over het oneerlijke proces tegen Ken Saro-Wiwa en andere Ogoni-leiders in 1995, die zich verzetten tegen de aanwezigheid van de multinational in hun land. Maar Shell heeft nu publiekelijk voor de negentien Ogoni's die nog gevangen zitten in Nigeria wél een eerlijk proces geëist. Gruiters: “Daarin zie je dat de opvattingen over politieke uitspraken van Shell toch genuanceerder zijn geworden”.
Beide mensenrechten-organisaties zijn ervan overtuigd dat multinationals een goede rol kunnen spelen in dictaturen. Amnesty richt zich eigenlijk pas sinds kort met regelmaat op bedrijven, vertelt Crijns. “Voorheen richtten wij ons alleen op autoriteiten die schendingen begingen. Maar we zijn ervan overtuigd geraakt dat bedrijven veel kunnen doen, als ze daartoe bereid zijn.”
De vraag of bedrijven wel zaken moeten doen in dictaturen, stelt Amnesty niet. Crijns: “Die vraag is onrealistisch, want ze zitten er. Laten we dan maar gebruik van ze maken in onze strijd voor mensenrechten.” Amnesty steunt boycots niet. “Actievoeren tegen bedrijven doen wij niet, tenzij wij bewijzen hebben dat bedrijven zelf mensenrechten schenden.”
Multinationals die voor de eerste keer overwegen naar een land dat mensenrechten schendt te gaan, hoeven niet op acties van Amnesty te rekenen. Wel op een bezoek van Crijns of een andere Amnesty-medewerker. Het bedrijf krijgt inlichtingen over wat er mis is en hoe het bedrijf daar wellicht van binnen uit iets aan kan doen. Gruiters: “Pax Christi werkt net zo, vandaar dat wij ook samenwerken.”
Dat Shell niet staat te springen om uitspraken over mensenrechten op te nemen in hun gedragscode, begrijpen Crijns en Gruiters best. “Olie ligt nu eenmaal in landen met regeringen die niet altijd de mensenrechten respecteren”, zegt Gruiters. “Politici daar gaan wellicht liever met een oliemaatschappij in zee die geen problemen maakt van de mensenrechtenschendingen. Uit concurrentie-oogpunt lijkt zo'n verwijzing dus niet handig”.
De komende tijd willen Amnesty en Pax Christi internationaal daarom ook meer aandacht vragen voor andere oliemaatschappijen, “die zich nu muisstil in de coulissen bevinden”, zegt Gruiters. Mobil, Elf, Chevron en Total zitten ook in Nigeria. “Zij moeten ook de stappen zetten waartoe Shell nu geneigd lijkt”.
De nieuwe gedragscode zal in mei aan de aandeelhouders van Shell worden gepresenteerd, denkt Crijns. “Daarna begint de echte uitdaging natuurlijk pas: want alleen aan een papieren verklaring hebben we niks. Het gaat om de uitvoering. Hoe zal dat gebeuren?”
Allereerst zullen de twee de gesprekken met Shell voortzetten, nu dus over de uitvoering van de code. Daarnaast zijn Crijns en Gruiters naar de vakcentrales gestapt. Want als de code er is, moet er ook druk van binnenuit Shell komen. De manier om dat te regelen is via ondernemingsraden en vakbondsleden, denken zij. Crijns: “Werknemers zijn vaak bang om over ethisch gedrag te beginnen, ze verdienen toch hun brood bij het bedrijf. De nieuwe gedragscode kan hen een handvat geven om met mensenrechtenproblematiek om te gaan. Zij kunnen hun leiding daarop aanspreken.”
Shell heeft het zelf niet gewild, maar wordt zo toch een voorbeeldbedrijf. Een voorbeeld ook voor de andere gesprekken die Crijns en Gruiters voeren met ondernemingen die in dictaturen werken. Zoals Heineken, waar, zeggen de twee, nog geen goede gedragscode is. Crijns: “Sinds Heineken uit Burma is vertrokken na breed protest tegen de aanwezigheid daar, werken ze er wel aan”.
Of zoals ABN Amro dat nog deze week gewoon ouderwets de wetten van het land aanvoerde als reden voor het opgeven van het bankgeheim in een lokale vestiging in Indonesië. Zo werden bankgegevens van een vakbond doorgespeeld aan de officier van justitie in het omstreden proces tegen vakbondsleider Muchtar Pakpahan.
Ahold En ook voor redelijke nieuwkomer Ahold op dit gebied, kan Shells gedragscode een voorbeeld worden. Ahold opende vorig jaar voor het eerst supermarkten in dictaturen, waaronder China en Indonesië. Crijns: “We hebben daar laatst een eerste gesprek gehad. De eerste reactie is: hè Amnesty? Wat moeten die van ons? Dat zijn we ze gaan uitleggen. We wachten op het volgende gesprek.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.