*

 
dossier

Archief

Levensloopbestendig bouwen bepleit

Van onze verslaggeefster − 28/12/99, 00:00

Door woningen zo te ontwerpen dat zij gemakkelijk uitgebreid en flexibel ingedeeld kunnen worden, is het mogelijk levensloopbestendig te bouwen. Ontwerpers zouden ambitieuzer en creatiever moeten zijn: de woningen van nu worden nog te veel voor het traditionele gezin gebouwd.

Dit blijkt uit het rapport 'Levensloopbestendige woningen', een onderzoek naar eengezinswoningen in opdracht van het ministerie van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer (Vrom). Volgens de onderzoekers, N. de Vreeze en B. van der Vossen, is het teleurstellend hoe weinig de nieuwbouwwoningen zijn berekend op veranderende woonwensen.

De onderzoekers dringen aan op veel meer levensloopbestendig bouwen: het ontwerpen van woningen die door veel verschillende huishoudens, óók ouderen, kunnen worden gebruikt, waarbij het mogelijk blijft om ze naar eigen smaak te veranderen als de woonbehoeften wijzigen.

In het rapport staan acht plattegronden van woningtypen die illustreren hoe dit zou moeten, bijvoorbeeld van een diepe patiowoning waarop gemakkelijk een halve woonlaag extra kan worden gezet en van een groeiwoning die zowel boven als beneden makkelijk kan worden uitgebouwd.

De onderzoekers erkennen dat levensloopbestendige huizen vaak duurder zijn, maar concluderen dat de voordelen ervan zo groot zijn dat deze kosten voor lief moeten worden genomen. Bovendien is uit diverse onderzoeken gebleken dat bewoners vaak bereid zijn deze extra kosten te betalen.

De Vreeze en Van der Vossen onderscheiden twaalf criteria voor levensloop bestendig bouwen. De primaire woonruimtes bijvoorbeeld, zoals de woonkamer, keuken, berging en toilet, bevinden zich bij voorkeur op de begane grond. Diezelfde begane grond moet de mogelijkheid hebben een extra woon- of slaapvertrek te bergen en de maten van de kamers dienen 'neutraal' te zijn, zodat het mogelijk is dat de bewoner zelf beslist wáár de keuken komt en waar de woonkamer. Andere criteria zijn een rechte trap, zodat de aanleg van een lift mogelijk is en een indeling die een tweede badkamer niet in de weg staat.

Aan de hand van deze twaalf criteria hebben de onderzoekers twee wijken in aanbouw getoetst, Wateringse Veld in Den Haag, waar uiteindelijk 8 000 woningen komen, en Stadshagen in Zwolle (8 500 woningen). In Wateringse Veld zijn volgens de onderzoekers helaas alle woningtypen op de doorzonwoning - de traditionele eengezinswoning - gebaseerd. Soms kan de keuken in principe zowel voor, in het midden of aan de achterzijde worden geplaatst, maar door de plaats van het toilet in de hal blijkt dit vervolgens toch onmogelijk.

In Stadshagen is de diversiteit aan woningtypen weliswaar groter, maar ook daar hadden de bouwers en ontwikkelaars vooral één doelgroep voor ogen. ,,Van de 21 woningen die we in beide wijken hebben onderzocht, zijn er slechts drie zó ontworpen dat ze zonder problemen zijn aan te passen aan een ander stadium in de huishoudens-ontwikkeling'', concluderen de onderzoekers. ,,Er wordt ingespeeld op de gemiddelde woonwens van het gemiddelde huishouden, waarbij de ontwerpers vasthouden aan klassieke schema's van woningplattegronden, waarin weinig ruimte is voor varianten.''

Overigens wezen de architecten van de architectengroep Amsterdam, die de acht voorbeeld-plattegronden ontwierpen, ook op de risico's van het levensloopbestendig bouwen. Het is niet denkbeeldig dat op den duur karakterloze 'altijd-goed-huizen' ontstaan, terwijl het voor de bewoners juist aantrekkelijk kan zijn om in de verschillende levensfasen steeds andere accenten aan te brengen. Bovendien zou zo'n woning verhuizen overbodig maken, wat jammer is, omdat ,,verhuizen nu juist zo'n spannende en enerverende gebeurtenis kan zijn.''

mailIcon print |