*

 
dossier

Archief

Hoger beroepsonderwijs komt in grote financiële problemen

MARLEEN BARTH; EDWIN KREULEN − 06/02/97, 00:00

AMSTERDAM - Het hoger beroepsonderwijs dreigt in ernstige financiële problemen te raken, doordat het hogescholen nauwelijks zal lukken om MBO-afgestudeerden sneller door de opleiding te loodsen.

Ze moeten daarom een ingeboekte bezuiniging op de studiefinanciering van de MBO'ers zelf opbrengen.

De hogescholen sloten vorig jaar een akkoord met minister Ritzen van onderwijs over de invulling van een bezuiniging van jaarlijks 140 miljoen gulden. Volgens die afspraken mogen MBO-afgestudeerden die kiezen voor een verwante opleiding aan de hogeschool, nog maar drie jaar (en geen vier) studeren. De studie van MBO'ers zou sneller kunnen, omdat zij al veel vakken gehad hebben.

Dat valt tegen, stelt voorzitter Van der Hek van de HBO-raad, de vereniging van hogescholen. MBO-scholieren blijken in de praktijk minder goed toegerust voor het hoger onderwijs dan gedacht. Volgens Van der Hek kunnen de hogescholen daarom op deze manier hooguit honderd miljoen besparen, waardoor er jaarlijks een gat van veertig miljoen in hun budgetten dreigt te vallen. Van de 280 000 HBO-studenten zijn er ruim honderdduizend afkomstig uit het MBO.

In het akkoord met Ritzen zegden de hogescholen toe dat als het niet zou lukken de korting via de studiefinanciering binnen te halen, zij de rest op hun eigen budgetten zouden snijden. Die afspraak moeten de instellingen duur bekopen.

- Vervolg op pagina 4

'Problemen waren niet te voorzien' VERVOLG VAN PAGINA 1

Volgens Van der Hek waren de problemen vorig jaar niet te voorzien, omdat er toen nog veel onduidelijkheid bestond over de situatie in het MBO. “We willen het MBO geen onwil verwijten, integendeel. Maar die sector heeft veel te verhapstukken gekregen de laatste jaren. Het valt daarom te betwijfelen of in 1998 de eerste MBO'ers voldoende zijn opgeleid om een jaar sneller een HBO-opleiding af te ronden”, zegt hij.

Van der Hek wijst op een aantal vorig jaar verschenen rapporten over het MBO. Daaruit blijkt dat de scholen met geldgebrek kampen, dat hun management nogal eens tekort schiet en dat de examens onder de maat zijn. De MBO-scholen concentreren zich volgens Van der Hek meer op het klaarstomen van hun studenten voor de arbeidsmarkt, dan dat ze voorbereiden voor hoger onderwijs.

Gevolg is, stelt Van der Hek, dat MBO'ers alleen in het begin van een hogere beroepsopleiding over meer (vooral praktische) kennis beschikken dan hun leeftijdsgenoten met een havo- of vwo-achtergrond. Daarna raken ze die voorsprong kwijt, omdat ze theoretische kennis missen.

De hogescholen zien ook problemen opdoemen met zogenoemde verwante opleidingen. Het idee achter het akkoord was dat 75 procent van de MBO'ers aan een hogeschool een vergelijkbare studie volgt. MTS'ers electrotechniek bijvoorbeeld stromen door naar electrotechniek op de HTS. Dat percentage is te hoog geschat, zegt Van der Hek: “Als een sector verwant is, betekent dat nog niet dat opleidingen op elkaar aansluiten.”

Volgens het akkoord met Ritzen komt er een fonds voor MBO'ers die geen aan hun hogere opleiding verwante studie doorlopen hebben. In het eerste jaar bevat dit fonds 25 miljoen gulden, daarna vijftien miljoen. De hogescholen vinden dat er meer geld bij moet.

Uit een recent rapport van het KPMG-bureau voor Economisch Onderzoek over de aansluiting tussen het middelbaar en hoger technisch onderwijs blijkt dat veel MTS'ers zware problemen zullen krijgen op de HTS als ze binnen drie jaar moeten afstuderen. Veel studenten aan de experimentele driejarige opleidingen die sommige technische hogescholen nu al aanbieden, kiezen uiteindelijk voor een opleiding van vier jaar.

Terwijl er juist veel behoefte is aan afgestudeerde HTS'ers, zullen minder MTS'ers voor deze opleiding kiezen. “De nieuwe doorstroomregeling frustreert de inspanningen van hoger technisch onderwijs, overheid en bedrijfsleven om de kwaliteit en het aantal hoger opgeleiden te vergroten”, concluderen de onderzoekers.

Volgens beleidsmedewerker De Hooge van de BVE-raad, verantwoordelijk voor het MBO, ligt het probleem niet bij de kwaliteit van MBO'ers. “Wij doen veel moeite om onze afgestudeerden ook een goede theoretische basis te geven. Maar je kunt een HBO-programma niet zomaar in drie jaar stoppen.”

De BVE-raad bezint zich op de lichting afgestudeerden van 1998, die voor het eerst drie jaar over het HBO mag doen. “Maar de eindtermen voor het MBO zijn al vastgesteld door de minister en je kunt een lopende studie niet zomaar fors wijzigen.” Volgens het KPMG-rapport zijn de eindtermen te licht om MBO'ers klaar te stomen voor het HBO.

mailIcon print |