*

 
dossier

Archief

'Niet de beste, maar de gelukkigste zal winnen'

Door: redactie − 03/01/97, 00:00

Van onze sportredactie MAASLAND - Voor de tweede keer in vier dagen beleefde marathon-speaker Verduin een mooi moment. Kon hij maandag zijn zoon Bert uitroepen tot nationaal kampioen op het natuurijs, gisteren had hij voor de deelnemers aan de Westlandmarathon de primeur dat de Tocht zaterdag wordt gehouden.

Verduin jr. stapte onmiddellijk van het ijs, even later gevolgd door Arnold Stam en nog wat andere favorieten. De rest van het peloton maakte er op de bevroren wateren van Maasland een trainingsritje van. Na honderd kilometer kon Ruud Borst dit keer zijn sprintkwaliteiten wel uitbuiten en versloeg Henk Angenent en Hans Pieterse.

Andere cracks waren in Maasland helemaal niet aan de start verschenen. Erik Hulzebosch, Henk van Benthem en de gebroeders Ruitenberg hadden ervoor gekozen het eerste deel van het Elfstedentraject te verkennen. Peter de Vries, één van de weinige Friese kanshebbers, vreest voor levensgevaarlijke situaties. “Niet de beste, maar de gelukkigste zal winnen.” De schrik is bij de 45-jarige Piet Kleine het grootst. “Ik zie er tegen op als een beer. Het levert mooie sfeerplaatjes op, maar voor ons is het niets. De afgelopen dagen ben ik een paar keer middenin de nacht wakker geworden. Ik droomde dat ik in het donker in een scheur reed.”

Ook de start is een bron van angst. Om half zes worden de 300 wedstrijdrijders uit een kooi, die in een grote tent staat, losgelaten. Ze moeten dan bijna twee kilometer lopen naar de Zwette, waar ze de ijzers onderbinden en van start gaan. Borst, met zijn 2.01 meter toch niet de lenigste van het peloton: “Stel je eens voor dat je in je haast de veters niet goed strikt, dan heb je daar de hele tocht last van.” De kou zal een minder groot probleem zijn, weet René Ruitenberg. “Na dat hardlopen staat het zweet al op je rug.” Uierzalf, extra-dikke (onder)kleding en hopenlijk onderweg een slokje soep moeten de vorst bestrijden. “Het wordt een slijtageslag”, aldus Lammert Huitema. “Ik reken niet op een sprint, er komt een klein groepje of een eenling aan op de Bonkevaart.”

Dan is er ook nog het probleem dat de Tocht zo vroeg komt. Sinds 1933 (16 december) is er nog nooit zo vroeg in de winter een Elfstedentocht uitgereden. Het peloton heeft nog weinig natuurijskilometers in de benen. Gisteren werd pas voor de tweede keer dit seizoen een wedstrijd over 100 kilometer gehouden. “Het overvalt ons”, aldus Piet Kleine.

mailIcon print |