Economische groei mag dan “de koninklijke weg voor meer werkgelegenheid” zijn, in Nederland is het ook anno 1995 niet voldoende om alle werkzoekenden aan een baan te helpen. Voor mensen die door gebrek aan scholing, ervaring of talenkennis - langdurig - aan de kant staan, zijn de afgelopen jaren tal van werkgelegenheidsprojecten opgezet. De inspanningen van overheid, werkgevers en vakbeweging hebben een wisselend succes. Trouw maakt de komende weken een rondgang op de werkvloer.
Ze hebben plezier in het werk en goede vooruitzichten: Terloo heeft al een vast contract, Puriël hoopt het volgend jaar te krijgen. Zij behoren tot de gelukkigen die na een kansarme positie op de arbeidsmarkt alsnog een vaste baan verwerven.
Achter het project Werk in Bewaking zit dan ook een doordacht plan. Vanaf april 1994 heeft het Verbond van Verzekeraars op basis van CAO-afspraken 27,5 miljoen gulden beschikbaar gesteld voor het creëren van 650 nieuwe banen op het gebied van bewaking en beveiliging. Twee jaar lang draagt het verzekeringswezen de helft van de loonkosten van nieuw bewakingspersoneel. In ruil voor de financiële stimulans zet de werkgever het dienstverband voort met een vast contract. Die werkgever kan een beveiligingsbedrijf zijn, maar ook een winkelcentrum of een woningcoöperatie.
Voorwaarde is wel dat de deelnemers kansarm zijn op de arbeidsmarkt: ze zijn laaggeschoold, hebben een ongelukkig arbeidsverleden of behoren tot een minderheidsgroep. Van de mensen die op dit moment in het project werkzaam zijn, is een kwart langer dan drie jaar werkloos en heeft ruim tachtig procent een opleiding op LBO- of MAVO-niveau.
Allochtoon
Verder is achttien procent van de mannen allochtoon tegen twee procent van de vrouwen. Opvallend is de grote groep die tussen de anderhalf en twee jaar werkloos zijn geweest: bijna dertig procent.
Ondanks hun achterstandspositie moeten de deelnemers aan dezelfde eisen voldoen als ieder ander die een baan in de beveiliging ambieert. Terloo werkte vijf jaar in de ziekenzorg, maar studeerde in de avonduren al voor het basisdiploma beveiliging. Tot het examen en een baan kwam het echter niet. Ze nam ontslag en bleef drie jaar thuis om voor haar kinderen te zorgen. Toen ze zich vervolgens bij het uitzendbureau meldde, stelde Werk in Bewaking haar in de gelegenheid haar studie af te maken en aan de slag te gaan in één van de deelprojecten.
Puriël begon bij Fokker als elektromonteur en moest zich vervolgens laten omscholen tot plaatwerker. “Ik vertrouwde het gerommel bij Fokker niet, dus ik ging vast voor beveiligingsbeambte studeren.”
Zijn wantrouwen over de toekomst van de vliegtuigfabrikant bleek terecht; vorig jaar stond hij op straat. Na een half jaar werkloos te zijn geweest, belandde hij via het uitzendbureau in Werk in Bewaking. “Voor mij is dit werk ideaal”, glimlacht Puriël, “heeft ook met mijn geloof te maken. Ik kan hier perfect de tien geboden in praktijk brengen.” De 'Er is hoop'-sticker op zijn auto spreekt boekdelen.
“Je kunt merken dat het werkt”, zegt Terloo, “in een industriegebied waar het beveiligingswerk nog maar net begonnen is, zie je veel meer verdachte personen dan in gebieden die al langer bewaakt worden.”
Het is Werk in Bewaking bij uitstek te doen om het onontgonnen terrein. Veel beveiligingstaken worden niet uitgevoerd, omdat het belang ervan versnipperd is onder de politie, het bedrijfsleven, gemeenten en verzekeraars. Werk in Bewaking brengt de partijen samen: de politie krijgt meer steun, het bedrijfsleven en daarmee het verzekeringsbedrijf lijden minder schade als gevolg van criminaliteit en bovendien: er zijn 650 structurele arbeidsplaatsen gewonnen.
Als het idee werkt, tenminste. Rob te Winkel, projectleider namens Het Verbond van Verzekeraars, maakt zich geen illusies: “Als ik een rendement bereik van 60 à 65 procent is het goed. Niet overal komen de klussen van de grond. De taakstelling van 650 banen zou weleens te hoog gegrepen kunnen zijn.”
De Melkert-banen hebben het project nogal eens dwarsgezeten. Zo gebeurde het dat potentiële werkgevers zich uit projecten terugtrokken, omdat ze de volledige subsidie van loonkosten verkozen boven de halve subsidie van Werk in Bewaking. Te Winkel waarschuwt voor verdringing: “Collectieve Melkert-banen kunnen structurele, commerciële banen in de weg staan.”
Bewijzen
Tot april 1996 heeft Werk in Bewaking nog de tijd om zich te bewijzen. Op dit moment lopen vijftig deelprojecten, goed voor 376 structurele arbeidsplaatsen, terwijl subsidie is toegezegd voor 22 deelprojecten in ontwikkeling. Deze leveren samen 172 nieuwe banen op. Dan zijn er nog dertig deelprojecten in voorbereiding. Lukt het om deze op te starten, dan komen er nog 129 banen bij.
Ben Siebelink, hoofd personeelsvoorziening van de NVD, volgt de voortgang van het project met voldoening. Zijn bedrijf werkt mee aan zestien deelprojecten. Bij 'Breda' zijn zeven mensen betrokken. “Voor we ze selecteren, hebben we eerst diepgaand met ze gepraat over wat het werk in de beveiliging inhoudt. Ze moeten begrijpen dat ze in principe gewoon burgers zijn, de 'ogen en oren' van de politie. Maar het is fantastisch om te zien hoe gemotiveerd die mensen aan het werk gaan. Ik hoop vurig dat de lijn van dit project wordt doorgetrokken.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.