Als hij de berichtgeving van nu over bijvoorbeeld problemen rond Turkse en Marokkaanse jongeren vergelijkt met die van een aantal jaren geleden, constateert Joop Lahaise tevreden dat er veel verbeterd is. “Er worden nu paralellen getrokken naar andere groepen jongeren die het moeilijk hebben. Er wordt naar sociale verklaringen gezocht. De film Kogelvrij, die de Mediaprijs van de gemeente Amsterdam heeft gekregen, laat zelfs uitsluitend allochtone jongeren aan het woord via videobrieven.”
Lahaise noemt het belangijk dat er al die jaren op de redacties bij de kwaliteitskranten en in Hilversum mensen hebben gezetten die alert waren. “De ADO Mediaprijs laat zien dat je geen rare bokkensprongen hoeft te maken als het over de multiculturele samenleving gaat.”
“De berichtgeving van pakweg een jaar of acht geleden was platter. Zij, de allochtonen, hebben grote problemen en dat is voor ns autochtonen een probleem. Er waren weinig allochtone woordvoerders in die tijd en er was sprake van angst voor de taalbarriüre. Op die manier kwam je al heel snel bij de persvoorlichters terecht, zeg maar de 'Dr. Clavans' uit minderhedenland. Het Nederlands Centrum voor Buitenlanders is lang populair geweest. Er is ook een tijd geweest dat er niets kon gebeuren of de Anne Frank Stichting werd om commentaar gevraagd. Maar de mensen om wie het ging kwamen niet aan het woord.”
Volgens Lahaise was er ook lang sprake van gene om te benoemen waar het nou eigenlijk om ging. “Men keek vooral met een exotische blik naar allochtonen. Het was de tijd van de 'Ver van mijn bed show'. Veel mensen vonden het heel leuk om eens naar zo'n restaurant te gaan, of naar een Rapp-bandje in Paradiso te gaan luisteren, maar wat er zich werkelijk afspeelde in de wijken met grote concentraties buitenlanders hoorde je niet. Want is het eigenlijk niet allemaal veel banaler, veel simpeler. Heeft het niet veel meer met arm en rijk te maken?”
De Amsterdamse wethouder Jaap van der Aa vroeg zich donderdag bij de uitreiking van de prijzen aan Johan van der Keuken (voor de documentaire Amsterdam Global Village), Gertie Schouten (voor de radiodocumentaire Met onbekende bestemming), Ben Sombogaart (voor de jeugdfilm De jongen die niet meer praatte) en Hanno Ambaum en Frame Mediaprodukties (voor de televisiereportage Kogelvrij) af, of er nog wel over minderheden moet worden gesproken: “Je kunt grote groepen Amsterdammers niet meer als minderheden blijven bestempelen.”
En is het verschijnsel ADO Mediaprijs inmiddels ook niet een soort dino-saurus geworden, vroegen anderen zich af. Het lijkt Joop Lahaise erg voorbarig zulke conclusies te trekken. “Er gebeurden kort geleden nog hele rare dingen. Zo werd een jaar of drie geleden in Amsterdam-Noord een paardje zwaar mishandeld door een Marokkaanse snuiver. Die kreeg een proces en een getuige-deskundige probeerde strafverlaging te krijgen door aan te voeren 'dat ze in die andere cultuur nu eenmaal anders met dieren omgaan' en het de jongen niet is aan te rekenen.
Het is hemelschreiend dat zoiets gezegd wordt en een rechter nog luistert ook. Veel Marokkanen waren woedend, omdat hun cultuur in een kwaad daglicht werd gesteld. Nederlanders werd zo wijsgemaakt dat ze in Marokko allemaal rare dingen met paarden doen.''
“Maar op een gegeven moment is er een kentering opgetreden. Zo ongeveer toen Bolkestein ook een aantal dingen ging benoemen. Ik weiger hem de credits te geven, maar hij verwoordde een paar dingen die al lang leefden in anti-racismeland, namelijk dat het zo niet langer door kon gaan. Je kunt niet alles met de mantel der liefde bedekken.
Daarna is er een verharding gekomen. Er verscheen een rapport over criminaliteit onder Marokkaanse jongeren in de grote steden en ook de serieuze kranten gingen man en paard noemen. De schroom om op te schrijven dat in een stad als Utrecht een kwart tot de helft van de Marokkaanse jongeren min of meer in het cirminele circuit zit, ebde weg.''
“Gelukkig werd wel tegelijkertijd de vraag gesteld waarom het mis ging. Er werd gezocht naar evenwicht in de berichtgeving. Ik herinner me dat Paul Witteman in die tijd een keer de Amsterdamse wijk de Baarsjes in ging en iets totaal nieuws deed. Hij hield een Turkse winkelier de microfoon voor en vroeg: Heeft u ook zo'n last van de criminaliteit hier in de wijk?”
“Allochtonen werden ook zichtbaar. Vroeger zag je heel vaak foto's, op afstand genomen, van een grote blinde muur, met daarvoor een traditioneel geklede Marokkaanse man en daarachter zijn vrouw. Dat is nu anders. Ze hebben een gezicht gekregen. Waarom het eerst allemaal zo moeizaam ging? Een journalist is ook maar een mens. De anti-discriminatie consensus was heel breed, maar een journalist blijft een mens die is opgegroeid in deze cultuur, compleet met Sjors en Sjimmie.”
Er is lang gedacht dat meer allochtone journalisten het recept voor betere berichtgeving zou zijn. Joop Lahaise: “Dan moet je je wel afvragen wat allochtonen zijn en daar kom je niet snel uit, want het is geen werkbaar onderscheid. Stephan Sanders is een geadopteerd jongetje met toevallig een andere kleur, maar hij heeft op school gezeten en is opgevoed door Nederlandse ouders. Ik strijk veel mensen tegen de haren in, maar het minderhedenbeleid zoals dat jaren gevoerd is door de overheid en de omroepen om meer culturele diversiteit te krijgen, deugt niet.
Het enige wat helpt, is voor jezelf absoluut zeker weten dat je geen onderscheid maakt bij sollicitaties. Die verdenking laad je wel op je als je 'alibi-Ali's' binnenhaalt. In de industrie en het midden- en kleinbedrijf maak je minder kans als allochtoon, maar voor de media geldt dat juist niet. Het geforceerd binnenhalen van allochtonen werkt niet, want die hoeven geen meerwaarde te hebben bij de berichtgeving over de multi-culturele samenleving.
Het enige is, en ik noem dat het Sanders-complex, dat ze iets anders in de maatschappij staan en weten wat het is om gekleurd te zijn. Verder is het vooral een klassenprobleem. De media zijn een middle-class bolwerk en geloof me, als een jonge Marokkaan uit Amsterdam-Slotervaart zich zo onttrekt aan zijn milieu dat hij een HBO-opleiding volgt en zich als journalist meldt hij met open armen wordt binnengehaald.''
“De prijs is niet bedoeld voor allochtone journalisten, maar voor berichtgeving over de multi-culturele samenleving. Vorig jaar was er een inzending uit Friesland in het Fries, die helaas direct is afgekeurd. 'Goede Tijden, Slechte Tijden' wordt helaas nooit ingezonden, want daar is echt niks mis mee. Zulke programma's doen uiteindelijk meer aan beeldvorming dan een diepgravende documentaire over Turkse jongeren.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.