DORDRECHT - Gemiddeld zeven keer per week komt bij de stichting Chris voor landelijke christelijke kinder- en jeugdhulp een melding binnen over incest of seksueel misbruik, gepleegd binnen christelijke groeperingen. Van misbruik door een pedofiel is gemiddeld één keer per veertien dagen sprake.
Onthutsende cijfers, beaamt Rob Baardse van Chris, vooral omdat het bij één melding vaak gaat om meerdere misbruikte kinderen. Negentig procent van de mensen die de telefonische hulplijn van Chris belt, heeft een kerkelijke achtergrond. Dat verklaart waarom deze hulpinstelling relatief vaak te maken krijgt met pastoraal werkers, catecheten, predikanten, kosters of ouderlingen die zich schuldig maken aan seksueel misbruik.
De stichting heeft zich ondanks haar betrokkenheid bij het onderwerp, de afgelopen weken bewust afzijdig gehouden in de discussie over pedofilie die de affaire-Van Drimmelen binnen en buiten de kerken heeft losgemaakt. De gereformeerde predikant L. van Drimmelen liet in een ingezonden brief in Trouw weten pedofiel te zijn. Kort daarop bleek dat hij dit had verzonnen en dat hij zijn brief had opgesteld in samenwerking met een andere gereformeerde predikant die bevriend was met een man die vorig jaar wegens seksueel misbruik van kinderen is veroordeeld. De kwestie leidde tot het vertrek van de voorzitter van de gereformeerde synode, die het voor Van Drimmelen had opgenomen, hoewel hij wist dat de predikant zijn pedofiele geaardheid had verzonnen.
Bij de stichting zijn naar aanleiding van deze kwestie niet plotseling veel meer meldingen binnengekomen van slachtoffers van pedofielen. “We hebben wel een aantal angst-telefoontjes gehad”, vertelt Baardse. “Ongeruste ouders vragen zich af hoe ze hun kind(eren) weerbaar kunnen maken tegen pedofielen. We hebben vorig jaar een boekje uitgegeven, gebaseerd op een reeks praktijkervaringen, waarin we aangeven hoe belangrijk het is dat kinderen hun grenzen leren aangeven. De eerste stap is dat ouders hun kinderen een goede seksuele voorlichting geven.” Dat mag vanzelfsprekend lijken, in de (behoudende) kerkelijke kringen waarop Chris zich richt, schort het daar nogal eens aan. Baardse: “Maar liefst één op de vier christelijke kinderen wordt niet seksueel voorgelicht. Er hangt een dikke mist om dat onderwerp heen. Wij zien het als een belangrijke taak om ouders te wijzen op het belang van goede voorlichting.”
De stichting Chris, die kantoor houdt boven een doe-het-zelfwarenhuis in Dordrecht, bestaat acht jaar. Aanleiding voor de oprichting was de stroom hulpvragen uit kerkelijk Nederland en met name de behoudende hoek die loskwam na de verschijning van het boek 'Weid mijn lammeren' van de kinderevangeliste Else Vlug. De vragen varieerden van opvoedingsproblemen tot kindermishandeling en incest. Baardse: “Er bleek grote behoefte aan een instantie die vanuit een christelijke invalshoek aanspreekbaar was op dergelijke vragen. Else Vlug had contacten met Teun Stortenbeker, de directeur van het evangelisch opvangcentrum voor verslaafden De Hoop in Dordrecht. Stortenbeker bood kantoorruimte aan en medewerking bij het opstarten van zo'n hulpverleningsinstelling.”
Hoewel de stichting al jaren over een eigen onderkomen beschikt, zijn de banden met De Hoop gebleven: Stortenbeker is bestuurslid van Chris. Verder krijgt de stichting straks een eigen gebouw in het 'afkickdorp' dat De Hoop laat bouwen in Dordrecht.
Baardse: “We zijn allebei christelijke hulpverleningsorganisaties, maar mensen die bij ons om hulp vragen selecteren we niet op hun geloof. Wat dat christelijke voor ons inhoudt? Een ongewenst zwanger meisje sturen we niet naar de abortuskliniek maar brengen we in contact met de Vereniging ter bescherming van het ongeboren kind. En als ze dat niet op prijs stelt? Dan laten we haar niet aan haar lot over, maar proberen te overtuigen dat ze moet gaan praten met haar huisarts, haar ouders of de dominee. We krijgen veel vragen over seksualiteit. Ons standpunt is dat seks binnen het huwelijk thuishoort. Maar als tieners daar geen boodschap aan hebben, adviseren we ze wel om voorbehoedmiddelen te gebruiken.”
De meeste telefoontjes gaan over echtscheiding en seksualiteit. Daarna volgen seksueel misbruik, pesten, gedragsstoornissen en zelfmoordpogingen. Jaarlijks wordt er 3 500 tot 4 000 keer gebeld, gemiddeld 350 maal betreft het incest en seksueel misbruik. Met slachtoffers van pedofielen krijgt de stichting gemiddeld 175 keer per jaar te maken.
Schokkende cijfers, maar ze behoeven volgens Baardse wel enige nuancering. “Tien jaar geleden was al bekend dat één op de zeven meisjes en één op de 20 jongens ooit seksueel is misbruikt. Als je onze cijfers naast de landelijke gegevens legt, blijkt dat seksueel misbruik net zoveel voorkomt in gelovige als niet-gelovige kringen. Dat kun je natuurlijk ook negatief uitleggen. Van christenen zou je mogen verwachten dat ze zich er minder schuldig aan maken, maar dat blijkt helaas niet het geval. Christenen zijn in dit opzicht geen haar beter. Sterker nog: de daders willen religie nogal eens als machtsmiddel toepassen.”
Eén van de meest stuitende ervaringen die Baardse heeft meegemaakt, is die van een man die het plegen van incest met zijn kinderen als volgt afdeed: Als God de Vader mij vergeeft, is het allemaal weer goed. Daarmee was voor hem de zaak afgedaan. Dat z'n kinderen en echtgenote met een levensgroot trauma rondliepen, deed er voor hem niet toe.''
Chris beschikt over een kleine staf van zes betaalde krachten, onder wie enkele parttimers. De kracht van de organisatie schuilt in het netwerk van 500 vrijwilligers verspreid over het land. Die zorgen ervoor dat de telefonische hulplijn dag en nacht bereikbaar is. “De computer in Dordrecht schakelt de telefoontjes door naar het huis van de dienstdoende vrijwilligers. Als er een kind uit Groningen belt, schakelen we bij voorkeur een medewerker uit die regio in, omdat die bekend is met andere hulpverleningsinstellingen in dat gebied. Elke vrijwilliger kan terugvallen op een adviseur, die op zijn beurt weer professionele hulp kan inschakelen.”
Zestig procent van de bellers zijn kinderen tussen de 12 en 16 jaar. Het aantal hulpvragen stijgt nog steeds. Dat heeft ook te maken met de groeiende bekendheid van Chris. Baardse vermoedt dat nagenoeg de hele doelgroep op de hoogte is van het bestaan van de organisatie.” Hij laat stickers met stripfiguurtjes zien die worden uitgedeeld op catechisatie en jeugdclubs. Verder bezoeken medewerkers zoveel mogelijk bijeenkomsten om folders uit te delen. “We zoeken het in een persoonlijke benadering. Dat kost veel tijd, maar het is wel effectief. Tv-spotjes zijn voor ons geen communicatiemiddel, omdat in het behoudende deel van kerkelijk Nederland de televisie taboe is.”
Maar het is niet alleen kommer en kwel wat de vrijwilligers van Chris ter ore komt, benadrukt Baardse tot slot. Er bellen ook kinderen die gewoon hun verhaal kwijt willen of een stukje voorlezen uit een boek dat ze mooi vinden. “Die krijgen bij ons net zoveel aandacht als kinderen met problemen. Want als ze ons ooit echt nodig hebben, weten ze in ieder geval dat we er zijn.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.