*

 
dossier

Archief

Grote Gevoelens en verzengende passie

SASKIA BOSCH − 11/02/98, 00:00

AMSTERDAM - Een bezoek aan Egypte staat gelijk aan een stortvloed aan indrukken. De overweldigende culturele rijkdom, de hitte, de geuren en kleuren, en natuurlijk de Egyptenaren zelf, die niet bepaald als binnenvetters door het leven gaan. Een vergelijkbare overdaad kenmerkt de Egyptische cinema. Want in de 22 Egyptische films die vanaf morgen te zien zijn in het programma 'Egypte mon amour' draait alles om Grote Gevoelens en allesverzengende passies.

Dat is niet zo vreemd, aangezien de Egyptische regisseurs, zeker in de grote bloeiperiode van de Egyptische film in de jaren vijftig en zestig, de kunst afkeken van de Amerikaanse Hollywood-melodrama's. Sommigen leerden zelfs het vak in de Verenigde Staten.

Eenmaal terug in Egypte gaven deze regisseurs echter wel een eigen draai aan het Hollywood-melodrama. Typisch Egyptisch is bijvoorbeeld het gebruik om uitbundige zang- en dansscènes in een film te verwerken, die de emotionele toestand van de hoofdpersonen moeten onderstrepen. Daarnaast zijn ook de zwaar aangezette emoties een kenmerk van de Egyptische cinema. “De Egyptische film kent een schaamteloosheid die Hollywood vreemd is”, legt Jan van den Brink van het Nederlands Filmmuseum uit. “Zo werken ze veel minder rechtlijnig naar een happy end toe. Het is heel ongecensureerd. Het melodrama gaat vaak alle perken te buiten; wij zouden het al gauw kitsch noemen.”

Selectie

Dat wil niet zeggen dat de kijker met 'Egypte mon amour' het Egyptische equivalent van 'Goede tijden, slechte tijden' krijgt voorgeschoteld. Bij de selectie van het programma hebben de organisatoren, het Nederlands Filmmuseum en de stichting Sfinx, die Arabische cultuuruitingen onder de aandacht van het Nederlandse publiek wil brengen, wel degelijk gekozen voor de betere films uit de Egyptische filmgeschiedenis. Tweeentwintig films uit de periode 1939-1997 staan op het 'Egypte mon amour'-menu. Het zwaartepunt ligt bij de films uit de jaren vijftig en zestig, toen Egypte het Hollywood aan de Nijl was, zo'n zestig tot zeventig films per jaar produceerde en beroemde regisseurs als Youssef Chahine en Henri Barakat voortbracht.

Deze gouden eeuw van de Egyptische film is volgens Jan van den Brink niet los te zien van de mondiale ontwikkelingen op filmgebied. “Aan het eind van de jaren vijftig zie je in de opbouwfase na de Tweede Wereldoorlog overal een drang naar vernieuwing. In ItaliĆ« ontstaat het neo-realisme, in Frankrijk krijg je de Nouvelle Vague en ook in Egypte komt de film tot bloei.”

Lange traditie

Dat juist Egypte het Hollywood van het Midden-Oosten werd, heeft ermee te maken dat het land langs de Nijl een lange filmtraditie heeft. Aan het eind van de negentiende eeuw werden er al de eerste films getoond. Tevens is Egypte van oudsher het contactpunt tussen Europa en de Arabische wereld en werd het land lang als het Parijs van het Midden-Oosten gezien. Bovendien was er in de jaren vijftig en zestig een relatief liberale regering aan het bewind, die bereid was geld in de filmindustrie te investeren.

Problemen

Van dat roemruchte verleden is anno 1998 niet veel meer over. Tegenwoordig worden er jaarlijks hooguit tien Egyptische films afgeleverd en stuit zelfs een internationaal vermaarde regisseur als Chahine (in 1997 ontving hij op het filmfestival van Cannes nog een Gouden Palm voor zijn hele oeuvre) op grote problemen bij het vertonen van zijn films. Zo zijn Chahine's films in Egypte meer dan eens verboden en is het door het fundamentalisme ook moeilijk geworden om zijn films in andere Arabische landen af te zetten.

Toch hoopt de organisatie dat Chahine's 'Al massir' (Het noodlot') uit 1997 de absolute publiekstrekker van het festival gaat worden. “'Al massir' is een film van een belangrijke regisseur, die iets te melden heeft en dat op een hele fraaie manier doet”, aldus Van den Brink. “De presentatie is heel gewiekst: in de vorm van een historische biografie van de Arabisch-Andalusische filosoof en vrijdenker Averroes snijdt Chahine het actuele thema van het fundamentalisme aan.”

Meeslepen

Maar ook andere films uit 'Egypte mon amour' moeten volgens Van den Brink in staat zijn een breder publiek dan alleen de echte cinefielen aan te spreken. “Het zijn toegankelijke en geen intellectuele films en ze hebben een sterk verhaal, waardoor de kijker zich makkelijk kan laten meeslepen.” Zo'n film die ook de westerse kijker zeker zal weten te bekoren is 'Call of the curlew' ('Du'a al karawan') uit 1959. In deze film schetst Henri Barakat het tragische lot van twee meisjes die na de dood van hun vader gedwongen worden uit werken te gaan als dienstmeid. De oudste zus wordt al snel verleid door haar baas en vervolgens vermoord door haar oom, die vreest voor een schandaal. De jongere zus, gespeeld door de filmster Faten Hamama (de ex van Omar Sharif), zint op wraak.

Het is interessant te zien dat hoewel de film bijna veertig jaar oud is, de thema's als fatsoensrakkerij en de dubbele seksuele moraal voor mannen en vrouwen nog steeds actueel zijn. Bovendien zet Hamama haar hoofdrol met veel flair neer en is het vooral dankzij haar subtiele spel dat de aandacht van de kijker tot aan de verrassende ontknoping moeiteloos wordt vastgehouden.

mailIcon print |