*

 
dossier

Archief

Huidarts kan mishandeling herkennen

Door: redactie − 28/11/97, 00:00

Van een onzer verslaggeefsters AMSTERDAM - Huidartsen zouden een belangrijker rol moeten spelen in het herkennen van signalen van kindermishandeling.

Volgens dermatoloog A. Oranje van het Academisch Ziekenhuis in Rotterdam komt het een paar keer per jaar voor dat een hulpverlener denkt sporen van mishandeling te zien, terwijl Oranje dan een medische verklaring voor de huidproblemen kan geven. Hij waarschuwde gisteren in Ede op een congres over kindermishandeling dat huidafwijkingen als eczeem, blauwe plekken of afscheiding uit het onderlichaam lang niet altijd het signaal zijn voor (seksueel) misbruik. Te snel onervaren oordelen kan pas echt een probleem veroorzaken. Het is belangrijk dat verschillende specialisten onafhankelijk van elkaar naar een vermoedelijk geval kijken. Dat gebeurt in Rotterdam - en enkele andere ziekenhuizen - aan de hand van een protocol kindermishandeling voor ziekenhuispersoneel.

De huisarts wordt bij vermoeden van mishandeling ingeschakeld door de vertrouwensarts. Er zijn volgens Oranje veel onschuldige huidaandoeningen die gesterk doen denken aan misbruik of mishandeling. Hij noemt een veel voorkomende, goed te genezen aandoening die blaarvorming en wondjes veroorzaakt in de vagina bij jonge meisjes. Dan kan er bloedverlies optreden.

Er zijn vormen van seksueel overdraagbare aandoeningen die niet altijd door seksueel contact zijn ontstaan. Een kind kan het tijdens de bevalling van de moeder hebben opgelopen. Handwratten bij een kind kunnen worden overgebracht op de genitaliën. Alleen gonorroe, aids of syfilis geven sterke aanwijzingen voor seksueel misbruik, aldus Oranje.

Oranje en het Bureau vertrouwensarts uit Rotterdam bepleitten dat teams voor kindermishandeling meer kennis op het gebied van huidziekten vergaren. Daarvoor zijn er richtlijnen van de Nederlandse vereniging voor dermatologie. Een blauwe plek is niet per definitie een aanwijzing voor verstoorde verhoudingen, zegt Oranje. “Maar het kán het wel zijn. Daarom raadpleeg ik altijd eerst een kinderarts als ik een vermoeden van mishandeling van een patiëntje heb.”

mailIcon print |