GENEVE - Nederland ondermijnt de totstandkoming van een VN-verdrag dat het inzetten van kind-soldaten moet voorkomen. Tenminste, zolang Nederland vasthoudt aan de eis dat jongeren vanaf hun zestiende moeten kunnen kiezen voor een baan in het leger, zo waarschuwen internationale organisaties die opkomen voor de rechten van kinderen.
De organisaties, verenigd in Safe the Children International Allience, maken zich zorgen over het verloop van de onderhandelingen over een aanpassing van het Verdrag voor de rechten van het kind. Dit verdrag kwam in 1989 tot stand en bepaalde onder meer dat lidstaten kinderen jonger dan vijftien jaar niet onder de wapenen mogen roepen. Zonder dit compromis over de leeftijd was het verdrag zes jaar geleden nooit tot stand gekomen. Op dit moment wordt in Genève onderhandeld over een aanvulling op dit verdrag waarin de leeftijd voor deelname aan gewapende conflicten moet worden verhoogd naar bijvoorbeeld achttien jaar.
De meeste landen roepen de jongeren niet voor hun achttiende jaar op tot militaire dienst. Vele vinden bovendien dat jongeren tot die leeftijd ook niet vrijwillig mogen toetreden. Nederland echter gaat uit van een vrije beroepskeuze vanaf de leeftijd van zestien jaar, en dat moet volgens Den Haag dus ook gelden voor het beroepsleger. Dit standpunt deelt Nederland met een curieuze gelegenheidsalliantie van onder meer China, dat traditioneel elke verscherping van de normen voor mensenrechten blokkeert, en aan de andere kant de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Nieuw-Zeeland, die doorgaans beweren die mensenrechten hoog in het vaandel te dragen.
Nederland wil jongeren onder de achttien heus niet inzetten in de gewapende strijd, zo verdedigt de Nederlandse delegatie in Genève haar positie. Waarom zou je dan een jongen een baan als technicus van een Leopardtank onthouden? Zeker als defensie een van de weinige plaatsen is waar kansloze jongeren alsnog, betaald, een vak kunnen leren. Nederland is echter niet helemaal oprecht, meent Safe the Children International. In plaats van een verbod op actieve deelname van jongeren in de gewapende strijd, koos het tot dusver voor de zwakke formulering “al het mogelijke te doen om deelname van minderjarigen te voorkomen”.
Nederland redeneert dat de schrijnende problematiek van de kindsoldaten, jochies van elf jaar met de dood in de ogen en het geweer in de hand, vooral een probleem van ontwikkelingslanden is. Waarom zou een internationaal verdrag de keurige praktijk van Nederland en een aantal angelsaksische landen aan banden moeten leggen, terwijl het er om gaat iets te doen tegen misstanden als die in Liberia? “Het is niet alleen een derde-wereldprobleem”, zegt Rachel Bret van de Quakers, die ook officieel vertegenwoordigd zijn bij de Verenigde Naties. “Groot-Brittannië stuurde minderjarige jongens naar de Falklands, naar de Golfoorlog en naar voormalig Joegoslavië. Ze werden daar ook ingezet voor gevechtsfuncties. Eenmaal ter plekke is de verleiding nu eenmaal groot de jongens overal voor te gebruiken.”
Mensenrechtenorganisaties hopen dat Nederland de positie kiest van een land als Canada, dat ook minderjarigen in dienst heeft. Toch wil Canada de wijziging van het verdrag niet blokkeren, omdat het inziet dat de problemen elders zo dringend zijn. Zeker in landen waar registratie bij de geboorte en het dragen van identiteitspapieren niet gebruikelijk zijn, helpt een verhoging van de leeftijd ten minste nog de allerjongste kindsoldaten er uit te pikken. Het verschil tussen een kind van dertien en een van achttien is veel makkelijker te zien dan tussen 13- en 15-jarigen. Mozambique, dat zelf werd geconfronteerd met de verschrikkingen van gedrogeerde kinderen die door de rebellen van Renamo werden ingezet als ware moordmachines, hecht veel waarde aan de bestrijding van het verschijnsel kindsoldaten.
Rachel Brett: “De meeste landen zijn voor een streng verbod. Ik geloof heus wel dat Nederland geen 16-jarigen naar het front wil sturen, maar snap niet waarom het zo vasthoudend is. Het is immers niet verplicht het aanvullende protocol te ondertekenen.”
Over één struikelpunt is wel overeenstemming bereikt. Naast regeringsleiders zijn het vooral gewapende troepen van rebellerende bevolkingsgroepen die jongeren al dan niet met geweld recruteren. Ook op deze 'niet-goevernementele eenheden' zullen de aanvullende afspraken gaan gelden. Dat is opmerkelijk, want opstandige partijen zijn per definitie geen partij bij een internationaal verdrag. En hoe moet een regering verhinderen dat een haar bevechtend rebellenleger jongeren ronselt?
Als compassie met kindsoldaten niet de drijfveer voor scherpere maatregelen is, dan moet verlicht eigenbelang maar de doorslag geven, menen sommige lobbyisten in Genève. Jongeren die gevochten hebben vormen een zware belasting voor de samenleving. John F. Terzano, voorzitter van de Vietnam-veteranen, weet waarover hij het heeft: “De gemiddelde leeftijd van de Amerikaanse soldaten was 19 jaar, tegen 26 jaar in de Tweede Wereldoorlog. Meer dan vijftig procent van de Vietnamveteranen kreeg last van psychologische problemen. Als zelfs de best opgeleide militairen zwaar lijden onder de gevolgen, wat is dan wel niet het effect op amper getrainde kinderen?”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.