AMSTERDAM - Koos R.'s laatste woord mocht zijn laatste woord nog niet zijn. De tweede hoofdverdachte in de Hakkelaar-zaak ging gisteren voor het Amsterdamse gerechtshof gretig in op de vraag of hij nog iets had toe te voegen aan het behandelde ter zitting. Onder meer klaagde hij opnieuw over het uiterste strenge regiem in de Extra beveiligde inrichting in Vught, waar hij en zijn medeverdachte Johan V. inmiddels bijna twee jaar verblijven. “Tropenjaren, die dubbel tellen.”
Maar na afloop bleek dat er sprake was van een misverstand. De anders zo zwijgzame Koos R. bleek net als zijn advocaten te hebben gedacht dat het hof hem gelegenheid bood tot het uitspreken van een laatste woord. Niets daarvan, hield president mr. W. van Schendel hen voor. Het laatste woord van Koos R. staat voor volgende week vrijdag op de rol. En zo blijft het. Tegensputteren van de verdedigers G. Spong en G. Mols, die eigenlijk volgende week helemaal niet hadden willen verschijnen, hielp niet. Er was een schorsing voor nodig om de advocaten zover te krijgen dat zij akkoord gingen met een állerlaatste woord over een week.
Het merkwaardige incidentje maakte precies duidelijk, hoe het Amsterdamse gerechtshof worstelt met het besluit van zowel Koos R. als Johan V. om - net als destijds bij de rechtbank - hun mond niet open te doen. Johan V. liet de eerste zittingsdagen van zijn hoger beroepszaak zelfs helemaal verstek gaan uit ergernis over 'het mediacircus'. V. werd halverwege alsnog een trouwe bezoeker, toen bleek dat de sfeer bij het gerechtshof heel wat minder opgefokt was dan eerder bij de Amsterdamse rechtbank. De zaak werd dan weliswaar gehouden in de zwaar beveiligde rechtbank in Osdorp, waar zelfs iedere keer de straat met hekken werd afgezet, maar de stemming binnen was soms ronduit gemoedelijk.
Van Schendel, die de zaak rustig, bekwaam en met gedoseerde humor door zestien lange zittingsdagen loodste, probeerde voortdurend de beide verdachten over te halen tot het beantwoorden van vragen. R. liet zich één keer tot praten verleiden, zo uitbundig zelfs dat Spong hem tot ingetogenheid maande: “Ik wijs mijn cliënt er op dat dit een ondervraging is in de zin van de wet.” Een dag later, na lezing van de krantenverslagen, betuigde R. spijt van zijn mededeelzaamheid. “Ik zie dat alles wat ik zeg, wordt verdraaid”, mopperde hij.
Het was vooral vooral de trouwe toehoorder Koos R. op wie van Van Schendel zich richtte. “Ik zit hier niet om u te vangen op woorden. Maar het is belangrijk dat u antwoordt. In deze zaak gaat het er in de eerste plaats om of bewezen kan worden wat er op de tenlastelegging staat. Als uw medeverdachte V. zegt dat de verklaringen van Karman en Abbas (de twee kroongetuigen) reuze eenzijdig zijn, dan ligt het voor de hand dat wij hier proberen antwoorden te vinden”, zei Van Schendel op de eerste zittingsdag, 8 september. Maar Koos R. verkoos zich gedeisd te houden.
Honderden vragen
Anderhalve maand later probeerde de voorzitter van de strafkamer 'de Hakkelaar' tot antwoorden te verleiden. “Heeft u nog vragen”, vroeg hij aan Johan V. “Honderden”, antwoordde deze. “Mag wel, hoor”, reageerde Van Schendel rap. Maar V. hield zich aan zijn zwijgrecht. Van Schendel kon zich er maar met moeite bij neerleggen. “Wij zijn geïntereseerd in hetgeen u naar voren wilt brengen. Dit is geen dooddoener. Uw antwoorden zijn van belang voor de beslissingen die het hof gaat nemen.” Hoewel zowel R. als V. alle lof hadden voor 'de humane wijze' waarop het hof 'in tegenstelling tot de rechtbank' de zaak behandelde, bleven ze stil.
Na zestien zittingsdagen komt het einde van de appèlzaak in zicht. Eind deze maand zal het Amsterdamse hof arrest wijzen in een ongewone strafzaak. Weliswaar laten de verdedigers van Johan V. en zijn medefirmant en rechterhand Koos R. geen gelegenheid onbenut de rechters er op te wijzen dat het uiteindelijk slechts gaat om een 'ordinaire hasjzaak', maar het is er wel één met een vlijmscherp juridisch kantje. Want het hof zal een oordeel moeten vellen over de houdbaarheid van de inzet van kroongetuigen, een fenomeen waarvoor elke wettelijke grondslag ontbrak.
Het kopen van informatie in ruil voor een strafvermindering of zelfs strafuitsluiting, mag in de strijd tegen de Italiaanse maffia gemeengoed zijn, in Nederland zijn deals met criminelen hoogst ongewoon. Pas na lang aarzelen besloot minister Winnie Sordrager juist deze week dat zij alsnog het sluiten van deals met criminelen bij wet wil regelen.
Gisteren poogden de advocaten van Koos R. (die van Johan V. hebben volgende week vrijdag hun laatste kans), nog één keer twijfel te zaaien over de rechtmatigheid van de belastende verklaringen die via Karman en Abbas tegen R. en V. zijn ingebracht. De verdediging heeft zich van aanvang af op het standpunt gesteld dat de verklaringen door het Amsterdamse Openbaar ministerie langs illegale weg zijn verkregen en dus niet tegen hun cliënten mogen worden gebruikt.
Als die verklaringen onverhoopt zouden wegvallen, zou er niet veel belastends meer overblijven tegen de top van de hasjfirma.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.