*

 
dossier

Archief

'Zelfs Spielberg kan die angst niet verfilmen'

WILMA KIESKAMP − 12/09/98, 00:00

“Het is meer dan terecht dat hun verhaal na vijftig jaar eindelijk bekend wordt”, vindt Armand Blau. “Robert, Glenn en James Tester verdienen tenminste een monument.” Aan de muur in zijn woonkamer in Harlingen hangen hun foto's. Drie Amerikaanse broers, 33, 27 en 24 jaar oud, toen ze sneuvelden bij de bevrijding van Europa. Blau was, tot voor kort, een van de weinigen die nog bloemen legden op hun graf .

Het lijkt erop dat de Amerikaanse regisseur Steven Spielberg het waargebeurde verhaal van de broers Tester heeft gebruikt voor zijn nieuwste, in de Verenigde Staten al bejubelde speelfilm over de Tweede Wereldoorlog. Plagiaat wil Armand Blau het niet noemen. Dat is zo'n groot woord.

In 'Saving Private Ryan' gaat het óók over drie broers die sneuvelen, waarna een militaire eenheid de opdracht krijgt om als een speer de vierde, achter de vijandelijke linies vermiste broer op te sporen, voordat ook die zal omkomen.

Armand Blau (69) heeft de film nog niet gezien. “Maar het kan niet anders of Steven Spielberg heeft het verhaal gebaseerd op mijn onderzoek.” Er is in de oorlog namelijk maar één Amerikaanse familie geweest die drie zoons verloor en een vierde zoon al onder de wapenen had. Hoewel in werkelijkheid de laatste zoon Tester niet hoefde te worden opgespoord om zijn leven te redden, zoals in de film. “Hij was nog in training in de VS”, weet Blau. “En of ze anders een legereenheid achter hem aan hadden gestuurd, zou me hebben verbaasd. Zo romantisch is een oorlog niet. O nee.” Hij zegt het bitter. De amateur-historicus is zelf Korea-veteraan.

Pas twee weken geleden, de speelfilm draaide al lang in de VS, ontdekte Blau dat zijn onderzoek grote gevolgen had gehad. Amerikaanse contacten schreven hem dat Spielberg met zijn boek aan de haal was gegaan. De Harlingse schrijver eist nu dat zijn naam voortaan wordt vermeld bij de aftiteling. “Het is eigenlijk al te laat, de film draait al, maar ik begin toch boos te worden.” Een advocaat onderzoekt of er een 'nette oplossing' mogelijk is. Tegelijkertijd erkent Blau dat hij Spielberg eigenlijk ook dankbaar moet zijn. De regisseur zag tenminste de waarde in van het unieke onderzoek van de Harlinger. “En het is vooral goed dat er weer een grote een film is over de invasie en de tol van de bevrijding.”

Al jaren doet Armand Blau onderzoek naar de doden van de bevrijding van Europa. Het voelt als een missie, een opdracht die hij moet uitvoeren. “Ik richt een monument voor hen op, ook voor de overlevenden.” Uit zijn hoofd kent hij de bijna onvoorstelbare getallen. Gesneuveld: 129 805 Amerikaanse soldaten. Begraven in de Benelux: 26 649 doden. Vermisten: 3006.

De in Luxemburg geboren amateur-historicus schreef na zijn pensioen al meer dan tien boeken over de oorlog. Zijn magnum opus is 'In de schaduw van de bossen', een boek waarin alle doden op de militaire begraafplaatsen in de Benelux een naam krijgen. Van een aantal achterhaalde hij ook de levensgeschiedenissen.

Caroll Tester, de 'vierde broer', ontmoette hij drie jaar geleden bij toeval. Armand Blau liep met zijn notitieblok in de regen over de Ardense begraafplaats Henri-Chapelle. Een gids stelde hen aan elkaar voor. “Caroll stond met zijn zoon en kleinzoons, precies vijftig jaar na de oorlog, voor het eerst bij de graven van zijn drie gesneuvelde broers. Dat was het begin van een zeer hechte band.”

Blau legt regelmatig bloemen op de drie graven. “Ik moet vaak in Luxemburg zijn, dan rijd ik om via Henri-Chapelle. Het is of ik me verplicht voel dat namens Caroll Tester te doen. Ze zijn me allemaal zo nabij geworden.”

In januari zal Armand Blau voor het eerst een bezoek brengen aan de familie. De Harlinger wil een boek schrijven over de omgekomen broers.

De Testers waren eenvoudige keuterboertjes in Tennessee in het zuiden van de VS. Een gezin met negen kinderen, ploeterend op een lapje grond. Robert, een van de middelste kinderen, werkte als knecht op een melkveebedrijf in de buurt, Glenn was automonteur, James 'Earl' Tester wegwerker.

Robert was al gesneuveld, in november 1943, toen de anderen naar Europa vertrokken. Ze vochten bij de infanterie, de troepen met de grootste sterftecijfers. “Niemand weet waar ze zijn omgekomen, of hoe. Alleen hun sterfdata weten we. Net zoals bij de meeste doden. Moet je je voorstellen hoe dat voor de families in Amerika was. In Europa beseffen wij nog steeds te weinig hoeveel leed in de VS de oorlog heeft aangericht.”

Earl Tester kwam om in september 1944, in de Eifel, na de slag om de Ardennen. Glenn sneuvelde in januari 1945, waarschijnlijk bij Hagenau, in de Elzas. Van Robert nam de familie altijd aan dat hij in Noord-Afrika was omgekomen, maar volgens Armand Blau moet Robert Tester in Italië zijn gesneuveld. Zijn divisie wás in die tijd helemaal niet in Afrika.

“De familie Tester heeft na de oorlog eigenlijk nooit bijzondere aandacht gekregen, niemand vroeg naar hun verhaal. Het enige dat nog aan James, Glenn en Robert herinnert, is een gedenksteentje in de kerk in hun dorp. Speciale steun voor de familie, financieel bijvoorbeeld, was er niet, terwijl dit gezin toch onvoorstelbaar hard getroffen was. Zelf waren ze ook veel te bescheiden om hun geschiedenis bekend te maken.”

Moeder Eliza Tester overleed een paar maanden na de oorlog, aan haar verdriet. Caroll nam de boerderij over, maar uit geldnood werd hij later ook wegwerker. Tot vandaag weten de Testers volgens Armand Blau niet dat er in de VS slechts één ander gezin was dat ook drie broers op het slagveld verloor, naast de familie die vijf broers kwijtraakte die samen omkwamen op het marineschip waarop ze naar Europa voeren. “Een stommiteit, hoe kon de legerleiding vijf broers op één schip zetten?”

Zelf kreeg Armand Blau ook zijn portie van de Tweede Wereldoorlog. Het duurde maar een maand, maar hij was nog maar vijftien jaar. Zijn ouders, die een restaurant dreven in Luxemburg-stad, hadden hem net voor een vakantie naar familie in Diekirch gestuurd, toen daar de Slag om de Ardennen losbarstte. “Ik heb de doden gezien langs de weg. Toen de gevechten voorbij waren, klommen we op het erf in een verlaten Duitse tank en dachten dat die egale rode massa op de wanden verf was. Een brisantgranaat had niets van de bemannning overgelaten.”

Hij nam na de oorlog dienst, want om boswachter te worden - zijn jeugddroom - moest je eerst vijf jaar onder de wapenen. Hij sjoemelde met zijn leeftijd en was de jongste Luxemburgse soldaat. Zelfs het bloedige geweld in de Korea-oorlog maakte later niet zoveel indruk op hem als de dienstopdracht die hij als 17-jarige moest vervullen: het begeleiden van een veroordeelde oorlogsmisdadiger naar de plek van executie. “Professor Kratzenberger, een beroemde Luxemburger. Hij had de dood van honderden mensen op zijn geweten. Ik moest hem naar zijn dood brengen. Ik weet nog precies: 62 jaar was hij. Ingeklemd tussen mij en nog een andere soldaat reed hij naar het bos. Dat beeld achtervolgt me nog steeds. Hoe ouder ik word, hoe sterker de emoties. Praten is moeilijk. Ik schreeuw in mijn slaap. Drie huwelijken stukgelopen. Geen fatsoenlijke carrière gemaakt. Boswachter ben ik nooit meer geworden, ik eindigde als hotelportier in Amsterdam. Al met al, met Korea erbij, heeft de oorlog mij misvormd. Oorlog is niet romantisch. Echte oorlog is geen mooi onderwerp voor een boeiende film. Het bloed, de angst, de beelden, die kan niemand verfilmen of beschrijven. Zelfs mister Spielberg niet.”

Binnenkort verschijnt Armand Blaus nieuwste boek, over de geschiedenis van het oorlogskerkhof Margraten. Dit keer zal het niet meer zoveel moeite kosten een uitgever te vinden.

mailIcon print |