*

 
dossier

Archief

Tussen heksen en smokkelaars, schutters en koperteuten

HARO HIELKEMA − 07/02/98, 00:00

'Heks gezocht' staat er op een bordje in een Bladelse tuin. 'Voor de heksenkring' is er ter verduidelijking onder geschreven. Een beter bewijs dat het spookt in de Kempen, is nauwelijks denkbaar. Een carnavalsgrap? Niks daarvan: nog steeds is dit het land van Zwarte Kaat, van 'bezems in de lucht' en van heksendansen. In Bladel, Bloajel op z'n Kempens, en in Luyksgestel, waar deze wandeling naartoe gaat, weten ze dat maar al te goed. En wie het niet gelooft, moet het op deze tocht zelf maar voelen.

Geel-rode verfstrepen geven tussen Bladel en Luyksgestel de route aan, het is de markering van het Vennekespad. Dit streekpad door Zuidoost-Brabant, de opvolger van het Brabantse Kempen- en Vennenpad, is 200 km lang. Het Nivon heeft het uitgezet en beschreven. De etappe die we kiezen, is niet de spannendste in het totale traject: vrij veel ontginningsbossen onderweg, met van die rechte, zanderige paden die onvermijdelijk leiden tot gesjok en verstand-op-nul. Terwijl dat niet zou hoeven.

De charme van dit deel van de Kempen is juist de afwisseling in het landschap: weidegebieden, akkerland, bossen en heidevelden moeten toch een tocht met meer variatie kunnen opleveren. En meer spanning. Laten we eens proberen.

We lopen Bladel uit naar het zuiden en verruilen de verharde weg snel voor een zandpad. Egypte heet dit buurtje: eertijds was het de plek waar zigeuners zich ophielden - de gypsies of 'Egyptenaren', zoals ze in de volksmond heetten. Op veilige afstand buiten het dorp. Nu is het de villawijk, het contrast kon niet groter zijn.

Het volgende buurtje is Ten Vorsel, genoemd naar het landhuis van de familie Ten Vorsel. Er staat nog steeds een hoeve met die naam, maar die is gloednieuw al zou je dat niet zeggen: een paar jaar geleden vloog de vlam erin en brandde de boerderij tot de grond toe af. Tot vreugde van de vele basisscholen die hier elk jaar een week 'buitenschools' in de weer zijn, is het gebouw in de oude stijl opgebouwd. Ten Vorsel is het verhaal van Zwarte Kaat, een vrouw uit de plaggenhuisjes van het Hellenend die eruitzag als een toverheks en die dat ook eigenlijk was. Ze was lid van een bende die op de avond van Driekoningen in het jaar 1596 naar Ten Vorsel trok en daar het pasgeboren kind ontvoerde. De bende vluchtte ermee naar de abdij van Postel, waar de baby werd gedoopt, en nam vervolgens de wijk naar Limburg en Duitsland. Vele jaren later besloten Kaat en haar trawanten terug te keren naar Bladel. Wie wil weten hoe het verder afliep met Kaat en met het kind, moet dat maar op Ten Vorsel vragen: het Vennekespad loopt er pal langs.

Als alternatief gaan wij vlak vóór de hoeve de verharde weg naar rechts op en lopen steeds langs de bosrand. Na een meter of zeshonderd passeren we een boom met een woest uiterlijk, bij de kinderen van Ten Vorsel beter bekend als de Heksenboom. Onder de knoestige beuk ligt Zwarte Kaat begraven, het takkenwijf dat nog steeds de omgeving in haar ban houdt. Rechts in het bos ligt de Zwarte Schuur. Evenwijdig aan het pad loopt links de smalle Aa of Goorloop die vrolijk kabbelend uit België komt kronkelen, nietsvermoedend van de ingreep die het verderop te wachten staat: 'normalisatie' heette dat in de jaren vijftig en zestig, een eufemisme van ruilverkavelaars voor rechttrekken, verbreden en uitdiepen.

Het is even kruip-door sluip-door tot aan de snelweg Eindhoven-Antwerpen, maar daardoor spannend en leuk. Langs de A 67 pakken we even later het Vennekespad weer op. Aan de andere kant van de roetsjbaan loopt de geel-rode route recht op de Cartierheide af, maar vergeet te genieten van dit bijzondere gebied - terwijl er zo'n prachtig paadje doorheen loopt. De heide, in 1932 door een Belgische baron Cartier de Marchenne aan Natuurmonumenten geschonken, is onder meer het domein van de hazelworm en de gladde slang. Omdat er water aan het gebied wordt onttrokken dreigt het te verdrogen.

Via de Kempense bossen (waar we de Goorloop weer treffen) komen we bij paal 197, de grens met België. Het gietijzeren gevaarte is opgericht na de onafhankelijkheid van België in 1839 en draagt aan de ene kant de Nederlandse en aan de andere kant de Belgische leeuw. We laten de zuiderburen achter de sansevieria's van de danstenten (leuk uitje voor de zondagmiddag) en trekken verder naar het zuidoosten. De St. Gerardusweg over, de markering blijven volgen, een klein heideveld kruisen en langs het schietterrein van de Gesselse schutters. Dit gilde, dat teruggaat tot de zestiende eeuw, maakt er een potje van: tot in de verre omtrek liggen de kapotgeschoten kleiduiven verspreid, cadmiumgele scherven waar ongetwijfeld ook nog het nodige lood in zit. De schutters hebben het kennelijk te druk met vendelzwaaien en koningschieten, dat ze hun rotzooi niet opruimen.

Het Vennekespad kruist bij het bungalowpark de Heideweg en loopt met een bocht via de bossen rond het Zwartven en vervolgens over een asfaltweg naar de dorpskern van Luyksgestel. Er is een veel aardiger alternatief: achter de bungalowtjes en die stomme asfaltweg langs vinden we de Kapeldijk, een zandpad dat een prachtig uitzicht geeft over de akkers en pas bij de Heiligkruiskapel verhard wordt. Prachtig kapelletje trouwens, met een bijna protestantse spreuk: 'Hetgeen g'hier ziet is Christus' beeld, maar Christus niet. Daarom aanbid geen hout of steen maar Christus, uwen God alleen'. Bij het verlaten van de kapel buigen we het hoofd onder de lage deurpost. Een nog kleiner huisje trekt de aandacht, de veldkapel waar Luyksgestelse echtparen in het verleden Maria aanriepen als ze kinderloos bleven. De Heilige Maagd staat nu, in Jomanda-blauw gewaad en met rode koontjes, achter tralies.

Onze tocht eindigt in het dorp van de Koperteuten, handelaars die in de Kempen en zelfs ver over de grens (Denemarken met name) rondtrokken om koperen potten en pannen, textiel en andere waar aan de man te brengen. Er staan in Luyksgestel nog een paar teutenhuizen, twee molens waarvan er een als bakkerijmuseum is ingericht en een heus monument voor een omstreden verleden: een metergrote kraaienpoot, als symbool voor het geheime wapen dat smokkelaars uitstrooiden om de achtervolgende douaniers af te schudden. Het kan dus best spannend zijn in de Kempen.

mailIcon print |