*

 
dossier

Archief

BRIEVEN

Door: redactie − 21/01/98, 00:00

Lolita Het artikel dat mij de afgelopen week het gevoel gaf dat er plaats was voor een heldere visie in uw krant was de bijdrage van C.I. Dessaur (16 januari, Podium). De Lolita-passages - en vooral door de inleiding erbij - doen hieraan weer afbreuk met de verbloemende titel Nevels van tederheid en bergen van verlangens (zaterdag 17 januari). Nevels inderdaad. Trouw plaatst dit zelfportret van Humbert, “omdat een kunstwerk elke morele stellingname in twijfel trekt, ons vervreemdt van onze zekerheden en dwingt de blik opnieuw te scherpen.”

Het plaatsen van dit Lolita-fragment in combinatie met de inleiding geeft mijns inziens opnieuw ruimte aan daders van misbruik, op een heel subtiele manier. Literatuur kan inderdaad bijdragen aan bewustwording en speelt dan een belangrijke rol. Maar de bewondering voor esthetische waarden gaat hier voorbij aan het feit dat er, zowel binnen deze geplaatste tekst als door het plaatsen ervan samen met het commentaar, nu juist gebeurt wat zo kwetsend is voor slachtoffers van pedofilie.

Waarom niet gezocht naar andere literaire geluiden die iets laten voelen van hun standpunt, van hun moeilijkheden? Of waarom geen pagina wit in acht genomen, als een visuele stilte uit eerbied voor de kinderen die door de respectloze benadering van sommige mensen vaak lang te lijden hebben? Literatuur, kunst, is toch niet zomaar een excuus en pleister op menselijk wangedrag ?

Het is opvallend dat uit de juridische hoek de duidelijkste stellingnamen komen; zoals die van Mr. Croes zaterdag, die wel aan de situatie van de slachtoffers recht doet. Nijmegen Gemma Pappot Literatuur-docente, schreef biografie van Markies de Sade

Van Drimmelen (31) Mijn waardering wil ik uitspreken voor de wijze waarop Trouw tot nu toe met deze netelige kwestie is omgegaan. Hoewel u als krant door kerkelijke functionarissen bent misleid, hebt u de betrokken personen de gelegenheid gegeven excuses aan te bieden; zowel naar de krant als naar de slachtoffers toe. Ruimte werd gegeven aan anderen om op serieuze en soms indringende wijze lucht te geven aan hun gevoelens. Ik werd getroffen door de wijze waarop u in Trouw van 19 januari liet zien hoe in kerkdiensten met de affaire is omgegaan. Hoe onaangenaam was voor mij dan ook het artikel van pseudo-dominee Gremdaat, die aangeeft geen weet te hebben van wat een pseudo-verklaring aanrichtte bij kerken en kerkelijk meelevenden. Trouw heeft met de plaatsing van het bagatelliserende stukje van Paul Haenen de serieuze gevoerde discussie géén goed gedaan. Apeldoorn Henk Ytsma

Van Drimmelen (32) Ik ben blij met het stuk van 'ds.' E. Gremdaat, aangezien hij verwoordt wat ik de hele tijd voel. (Voor de goede orde, ik ken het televisie-optreden van de heer Gremdaat niet). Ik ken niet een van de betrokken personen, maar de manier waarop door het grootste deel van de lezers en door de kerkleiding wordt gereageerd, maakt me misselijk, als Hervormd doop- en belijdend lid, al jaren kerkend bij de Ned. Prot. Bond. En dan de manier waarop iedereen z'n post in de steek laat en niet weet hoe snel hij afstand moet nemen van deze kwestie. Lafhartig. Doorn B.L. Stam

Dreyfus-affaire (2) In aansluiting op mijn artikel over Emile Zola en Dreyfus in Trouw van 14 januari is mij er van meer dan één zijde op gewezen dat Charles Boissevain, de toenmalige hoofdredacteur van het Algemeen Handelsblad (nu deel van NRC Handelsblad) begin 1898 tijdens zijn verblijf in Parijs drie reportages over Zola, die hij had bezocht, in verband met de Dreyfus-affaire maakte welke hij later gebundeld uitgaf. Tijdens zijn bezoek aan Zola overhandigde Charles Boissevain bovendien Zola een telegram, ondertekend door dertig Nederlandse journalisten, waarin deze hem hulde brachten voor zijn moedige strijd tegen onrecht. Ook hieruit blijkt overigens dat, in tegenstelling tot wat de Franse premier Jospin deze week in de Assemblée Nationale ten onrechte meende, de strijd voor en tegen Dreyfus geenszins alleen kan worden bestempeld als een strijd tussen 'links' en 'rechts'. Badhoevedorp Henriëtte Boas

Meindert Tjoelker Met ontzetting en verbazing las ik zaterdag 17 januari in ZENZ het artikel over de vrouwen van de veroorzakers van de dood van Meindert Tjoelker. “Er worden zoveel fietsen omgegooid en waarom zou je er iets van zeggen als het jouw fiets niet is.” “Je hoeft niet eens dronken te zijn in m'n nuchterheid zou ik er ook op aflopen.”

Eigenlijk vinden de dames volgens mij dat Tjoelker z'n mond had moeten houden; ze snappen echt niet waarom hij er iets over gezegd heeft. Ze snappen niet dat er altijd mensen blijven die wel normbesef hebben en zullen blijven reageren tegen geweld en vandalisme. En dan durven de vrouwen van de daders zich buitenstaanders te noemen.

Als je in dit stadium de publiciteit zoekt en zulke dingen zegt in de krant, dan ben je aan het natrappen om je eigen hachje te zuiveren. Natuurlijk zijn de daders en de mensen om hun heen ook slachtoffer maar dat hoort zo en daar hoeft niemand medelijden voor te voelen. Als zoiets je overkomt, en ik kan me heus wel voorstellen dat doodschoppen niet de bedoeling was, dan moet je wel schuld bekennen met z'n vieren. Dan moet je je klein maken met je familie. Dan moet je je stil houden ter nagedachtenis van de dode en de echte slachtoffers, de nabestaanden. En dan moet je je last dragen de rest van je leven. Pijnacker Wim Hoogendam

Knieholte 'Amerikaanse wetenschappers zijn erin geslaagd de biologische klok in het menselijke brein te beïnvloeden via de knieholten' stond 17 januari in Trouw. De genoemde verbijsterde vakgenoten waren vast geen Nederlanders, wij hebben allerlei vaardigheden 'onder de knie'. In plaats van verbijstering past hier hooguit wenkbrauwfronsen, voor wie zijn taal 'op zijn duimpje' kent. Amstelveen R.J. Moeskops

mailIcon print |