UTRECHT - De Utrechtse architect Mart van Schijndel (1943) krijgt vandaag in Muziekcentrum Vredenburg de Rietveldprijs 1995 voor zijn eigen woonhuis aan het Pieterskerkhof. Na Abel Cahen en Theo Bosch is Van Schijndel de derde winnaar van de tweejaarlijkse prijs (15 000 gulden) die wordt toegekend aan een 'gerealiseerd ontwerp dat een bijdrage levert aan de kwaliteit van de gebouwde omgeving in Utrecht'.
Vanaf de straat is het huis van Mart van Schijndel bijna niet te zien. Het ligt verscholen achter een ander pand, dat onlangs ook door Van Schijndel is verbouwd. Ooit stond op deze plek een glaspakhuis. De architect heeft dat vervangen door een 'doos' met vrijwel blinde muren, die van binnen verrassend opengewerkt is. Het huis vouwt zich als een a-symmetrische 'H' om twee patio's die voor de lichtval in het huis zorgen. Het middenstuk is de woonkamer, een heldere transparante ruimte die als intermediair fungeert tussen de delen die aan de zijkanten 'hangen'. Daar zijn de keuken, de badkamer, het slaapgedeelte, de bibliotheek, het kantoor en een zithoek in ondergebracht. Op de vierkante meter heeft Van Schijndel geschaakt met ruimte en een huis gecreëerd dat onverwacht licht, ruim en helder is. Het is een open bloem in de intimiteit van een binnenplaats.
Van Schijndel is een architect die een serene, op de geometrie gebaseerde beeldtaal koppelt aan een intense ruimtebeleving. “Van mijn docenten op de Rietveld Academie - Aldo van Eyck en Jan Rietveld - heb ik geleerd om op een plek te gaan staan en na te denken hoe die gevormd moet gaan worden, hoe je met die ruimte om zal gaan. Het is van binnen naar buiten denken en niet ergens een vorm neer willen zetten. In dit huis heb ik dat ook gedaan. Je trekt lijnen, legt functies neer en ontwikkelt van daaruit de vorm. Gerrit Rietveld vroeg zich altijd af wat het effect was van zijn ingreep, wat het teweegbracht in architectonisch ruimtelijke zin. Ik kan daar heel erg in meevoelen.”
“De meervoudige interpretatie van het woord 'ruimte' is voor ons Nederlanders het probleem om goed over architectuur te praten. In het Engels heb je twee woorden voor 'ruimte': room en space. Room is de concreet gevormde ruimte, die is statisch en heeft substantie. Space is de dynamische, ongevormde ruimte, deze is beweeglijk en idealistisch. Sinds de modernistische architectuur staat het begrip space voorop, terwijl de architectuur van daarvoor vooral om room ging.”
“Zelf ben ik een room-architect met een toefje space. Dat laat zich vertalen in een architectuur met in elkaar schuivende haken: open én dichte hoeken. Daardoor krijg je holle geopende ruimtes en besloten ruimtes. De ruimte is zowel gevuld en bepaald, als bevrijd van zijn begrenzingen. In mijn eigen huis kun je zeggen dat de woonkamer space is en de satellieten er omheen room, dat zijn de massa's van het huis.”
“In 1962 ontwierp ik een driehoekig krukje. Dat is bijna exemplarisch voor mijn werk. Het gaat over de fusie van room en space, maar ook over ambachtelijkheid, het vinden van ongebruikelijke oplossingen. ün over het wegklappen en omvouwen van vormen, iets dat ik daarna in mijn ontwerpen - zowel industrieel als architectonisch - veelvuldig heb gedaan.”
Niet bekend
Van Schijndel is in essentie een pragmatisch functionalist. De zuiverheid van de vorm staat in principe altijd voorop. Het is een gepurificeerde architectuur, zonder loze details. Toch maakt hij ook gevels vol eclectische verwijzingen naar vroegere architectuurvormen. Op het door hem verbouwde pand voor zijn huis aan het Pieterskerkhof prijkt bijvoorbeeld een enorm timpaan en aan het Amsterdamse Rokin maakte hij een gevel voor een effectenkantoor dat ook boordevol architectonische retoriek zit. Het oogt als een breuk met de serene geometrie in de meeste van zijn gebouwen.
“Het is inderdaad citeren. Niet letterlijk, maar met humor, met afstand. Puur op het gebied van tekens. Voor het Pieterskerkhof wilde ik dat de bovenverdieping bewoonbaar zou zijn. Daarom moest het dak iets omhoog. Door het timpaan kreeg ik een bruikbaar woonoppervlak en een krachtig beeld dat harmonieert met de omgeving. In feiten is het timpaan een papieren voorzetsel, direct erachter zit glas, dat een overbrugging vormt naar het eigenlijke dak. Als je dus door het timpaan heen kijkt, zie je de lucht.”
“Voor de gevel van het Rokin wilde ik de zeventiende eeuwse typologische kenmerken van de omgeving oppakken en verwerken in de gevel, maar dan wel met een constructie, materiaal en spraak die van deze tijd is. Met het modernisme is het ornament in de ban gedaan. Nu mag het weer, maar hebben we niet meer de handvaardigheid om ze te maken. Dus heb ik geprobeerd het op een eigentijdse manier op te lossen. Je moet ook niet lullig zijn over een gevel. Als hij op is of niets meer zeggend, dan moet je hem eraf kunnen halen en vervangen door iets dat meer van die tijd is.”
Van Schijndel krijgt de Rietveldprijs niet alleen voor de inventieve manier waarop hij met ruimte is omgegaan op een dergelijke besloten plek, maar ook voor zijn 'meubelmakers-experimenteerlust'. “Ik houd van ambacht. Een goede vakman is meer kunstenaar dan menigeen denkt. Je kunt pas iets echt goeds maken als je ook een voorstelling hebt van wat je wilt maken. Je kunt met je handen wel technisch muziek maken, maar het wordt pas muziek als je er ook een beeld bij hebt. Alles dat Rietveld ontwierp, kon hij ook met zijn eigen handen maken. Alles dat hij droomde, kon hij ook dromen, omdat hij het in zich had. Bij mij is dat in principe net zo. Ik houd er heel erg van met mijn handen te werken en heb ook vrijwel alle meubel- en industriële ontwerpen zelf uitgevoerd.”
Bij de toekenning van de Rietveldprijs heeft Van Schijndel gemengde gevoelens. “Ik vind eigenlijk dat ze een nationaal karakter zou moeten hebben en dat de bekroonde projecten in de geest van Rietveld moeten zijn. Dit betekent volgens mij geen verarming. Rietvelds oeuvre en attitude is breed genoeg om verschillende soorten architectuur toe te laten. Iemand als Frank Gehry zou bijvoorbeeld ook in aanmerking kunnen komen, omdat hij datzelfde knutsel-achtige als Rietveld heeft. Met zijn handen en eindeloze modelletjes doktert hij zijn ontwerpen uit. Precies zoals Rietveld dat deed.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.