Van onze parlementsredactie DEN HAAG - De regeringspartijen PvdA, VVD en D66 vinden dat minister Sorgdrager er verstandig aan heeft gedaan twee oud-rechters te vragen om een oordeel over de nevenfunctie van procureur-generaal Steenhuis. PvdA en D66 hebben zware kritiek op het optreden van Steenhuis. Het CDA daarentegen is van mening dat Sordrager moet opstappen.
Sorgdragers eigen partij D66 wijst het optreden van Steenhuis het sterkst af. Woordvoerster Scheltema noemt de conclusies van oud-Tweede Kamervoorzitter Dolman, die de nevenfunctie van Steenhuis bij het bureau Bakkenist heeft onderzocht, ronduit vernietigend voor de procureur-generaal uit Leeuwarden.
Scheltema: “Zijn betrokkenheid bij het verwerven van de opdracht voor het bureau Bakkenist, maar ook de manier waarop hij dat bureau wegwijs maakte op het ministerie, dat ís gewoon belangenverstrengeling. Als we ergens geen belangenverstrengeling kunnen hebben, dan is het wel bij Justitie.” D66 vindt dat Steenhuis uit zichzelf moet opstappen.
“Heel ernstig”, noemt de PvdA het optreden van Steenhuis. Kamerlid Kalsbeek benadrukt dat een minister blind moet kunnen varen op haar topambtenaren. “Steenhuis heeft precies het omgekeerde gedaan van wat hij had moeten doen.”
Volgens het Kamerlid blijkt uit Dolmans rapport dat Steenhuis in elk geval betrokken was bij het verwerven van de onderzoeksopdracht voor het bureau-Bakkenist over de problemen in de politieregio Groningen. “Je kunt zeggen dat dat een marginale betrokkenheid was, maar ik vind dat hij toen naar het ministerie van justitie had moeten piepen. Dat hij dat niet deed, vind ik heel ernstig.”
VVD'er Korthals vindt dat er een einde moet komen aan de machtsstrijd tussen de minister en het openbaar-ministerie; er zijn al genoeg incidenten geweest. Hij wil het optreden van Sorgdrager nog niet aan de kaak stellen, maar is wel benieuwd hoe ze denkt een einde te maken aan de strijd tussen haar en het college.
VVD, PvdA en D66 steunen de minister in haar verzoek aan de twee oud-rechters de zaak nog eens onder de loep te nemen. PvdA-Kamerlid Kalsbeek heeft liever een iets te zorgvuldige minister, dan een onzorgvuldige. Ook Scheltema noemt het verstandig dat de minister niet nu al maatregelen heeft genomen tegen Steenhuis. Maar zij denkt dat ook de conclusies van de twee oud-rechters 'niet mals' zullen zijn voor de procureur-generaal. Ook de VVD staat achter Sorgdrager, maar woordvoerder Korthals dringt wel aan op haast: “De minister heeft ervoor gekozen de zaak een beetje op de lange termijn te schuiven. Op zichzelf vind ik het goed dat zij zorgvuldigheid in acht neemt. Maar het moet ook snel.”
CDA-Kamerlid Koekkoek blijft er na lezing van het rapport-Dolman bij dat Sorgdrager heeft gefaald in de affaire-Steenhuis. Volgens Koekkoek staat vast dat de organisatie op het departement van Justitie gebrekkig was. Hij vindt dat de minister de eer aan zichzelf moet houden.
De CDA'er stelt dat Dolman niet heeft kunnen bewijzen dat procureur-generaal Steenhuis partijdigheid te verwijten valt. Anderzijds heeft Steenhuis de schijn daarvan niet weten te vermijden. Hij had zijn bijbaan bij bureau Bakkenist, dat de bestuurlijke verhoudingen in Groningen onderzocht, nooit mogen aanvaarden, vindt Koekkoek.
Ondanks de conclusie van Dolman dat niet is komen vast te staan dat de nevenfunctie van Steenhuis begin vorig jaar bekend was op het departement, vindt Koekkoek dat Sorgdrager op de hoogte had moeten zijn.
GroenLinks heeft ook zware kritiek op de minister. Woordvoerder Rabbae vindt dat Sorgdrager de “hete aardappel” onder het mom van “zorgvuldigheid” doorschuift naar twee oud-rechtbankpresidenten. Het Kamerlid zegt dat het er alle schijn van heeft dat de minister onder druk van het college van procureurs-generaal overstag is gegaan. “Ze vroegen 48 uur uitstel”, aldus Rabbae. “en krijgen nu nog veel langer de tijd alvorens duidelijk wordt welke maatregelen Sorgdrager zal nemen. Strikt procedureel heeft ze misschien gewonnen, maar politiek gezien heeft ze zichzelf zwaar beschadigd.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.