*

 
dossier

Archief

Peters ex-vrouw is getuige bij zijn huwelijk met Paul

ALDERT SCHIPPER − 16/01/98, 00:00

Peter Brusse was lang geleden al eens twee jaar getrouwd. Maar toen ontdekte hij dat hij eigenlijk op mannen viel. “Mijn ex komt naar onze trouwerij”, glimlacht hij, “als getuige. Daar kun je aan zien hoe het toch nog goed is gekomen.”

Peter Brusse (40) en Paul Silder (45) zijn al zo'n jaar of 17 bij elkaar. Ze wonen in de binnenstad van Enschede. “De notaris zei dat we maar beter de partnerregistratie konden doen, als we de erfenis van het huis zeker wilden stellen. Die registratie heeft dus een practische reden. Maar nu het toch zover was zagen we ook de grap wel in van zo'n trouwerij. We komen veel in een kunstenaarskroeg, Het Bolwerk. We hadden daar eerst gezegd dat we wat zouden aanbieden aan vrienden en kennissen, als we vrijdag getrouwd zijn. Toen bleek hoeveel mensen zouden komen, maakte het café eerst nog bezwaar. Maar voor ons hadden ze het dan wel over. Nu wordt de tent gesloten en is het hele Bolwerk voor ons. En er komen hapjes en misschien wel champagne. Er zijn hartelijke reacties. Onze joodse buurvrouw kwam al met twee of drie cadeautjes. Sommige vrienden zijn allerlei grappen van plan. Een enkele is al uitgelekt. Het zou me niks verbazen als we straks nog in een koetsje met paard naar het stadhuis moeten.”

Peter Brusse is leraar Duits in het voortgezet onderwijs. “Het was heel spannend toen ik - alweer lang geleden - op school zei dat ik homo was. Ik ben er jaren mee bezig geweest, maar toen het er eenmaal uit was, kwam er een soort rust. Toen iemand zei dat 'ie geen les van een flikker wilde, zei ik dan flikker je maar op en was dat gepest van vieze flikker voorbij. Er worden nog wel eens grappen gemaakt. Toen laatst de telefoon in de klas ging, riep er eentje: Met de homolijn! Dat is wel leuk. Maar nu ik onlangs zei dat ik ging trouwen met Paul, leverde dat onder de leerlingen opnieuw opwinding op. Een enkeling informeerde wie van de twee in de bruidsjurk zou gaan. Of gaan jullie beiden in het wit? vroeg er een. “Die opgroeiende jongens hebben er nogal een platte voorstelling van. Jonge kinderen, zoals mijn neefjes, vinden het heel gewoon dat we trouwen. Voor ons is het toch een soort tweede coming out. Het is toch iets meer dan wanneer je op je 20ste zegt: Ik ben homoseksueel.”

“We doen een gewoon net pak aan en een bloem in het knoopsgat”, vertelt Paul. “Misschien zetten we wel alle twee een hoedje op. Maar er komt geen roze pak.” Hij is beeldend kunstenaar en maakt schilderijen en films. “Onze vrienden reageerden hartelijk. Sommigen van wie ik het eigenlijk niet zo meteen had verwacht waren zelfs een beetje ontroerd. Mijn vroegere vriendin bijvoorbeeld. Ze heeft nu drie kinderen en ze komen allemaal nog regelmatig bij ons.”

“Wij hebben straks alle rechten en plichten, behalve het adoptierecht. Maar dat geeft niet, want we hebben geen adoptieplannen. Ja, als iemand van onze vrienden iets zou overkomen en we voor een kind zouden moeten zorgen, dan zou het hier een warm nest vinden.”

Zo op het oog vormen Peter en Paul een paar voor wie altijd de zon schijnt. “Maar er heeft heus wel es iemand met een mes achter ons aan gezeten”, zegt Paul. “En jaren geleden gooide iemand vanuit een auto in Amsterdam flessen naar ons, omdat we gearmd liepen. Dat is toen vreselijk afgelopen, want die man lette niet op en reed tegen een andere auto. Ik heb toen nog een kwartier met die stervende man in mijn armen gezeten. Een drama. Maar wij hebben altijd geweigerd ons te laten meesleuren in het gevoel zielig te zijn. ”

“Dat samenleven met Peter is voor mij al zo gewoon. Toen ik in het begin 's avonds bij hem in bed stapte, dacht ik wel eens: Hé, daar ligt een man. Maar dat is helemaal weg. Er zijn natuurlijk wel de gewone ruzietjes over nieuwe cd's of over hoe we het huisje inrichten en met de beesten omgaan. Maar dat heeft een hetero-paar ook.”

Ze zijn allebei echte Tukkers. Daardoor vallen in het gesprek regelmatig van die stiltes, die worden gevuld met blikken, die voor Twentenaren zo vertrouwd zijn. Paul is de zoon van de bakker in Vasse, vlakbij de grens. “Toen ik 18 was, ging ik naar Enschede. Als we eens in Vasse met de hond liepen, werd er wel gezegd: Die van de bakker is ook zo. De heertjes van de klap, noemden ze ons dan. O, die bint van 't handje. Maar het was heel liefelijk allemaal. Haat en nijd hebben we niet meegemaakt. Een paar jaar geleden hoorde ik nog van twee jonge jongens in Denekamp: die hadden zich verhangen. Het waren aardige jongens, maar van de boerderij.”

Peter en Paul leerden elkaar kennen in een café waar veel homo's kwamen. “Ik had net een afscheidsschilderij afgeleverd voor de directeur van de AKI, de kunstacademie waar ik heb gezeten. Ik zat een biertje te drinken.”

“Ik kwam nog maar net in dat soort homocafés”, zegt Peter. “Ik had je de avond ervoor al wel gezien. Het was heel spannend allemaal. Vanaf dat moment hadden we steeds afspraakjes. We gingen veel uit, ook naar Amsterdam. Daar hebben we heel wat vrienden. We zijn niet van die fulltime homo's en zijn met andere dingen bezig dan elke avond op tocht te gaan.”

“Het leuke van die partnerregistratie is dat het een vraagteken zet achter het traditionele huwelijk. Een paar heterovrienden van ons willen nu ook een partnerregistratie aangaan. Dat leek hen toch minder beklemmend.”

mailIcon print |