*

 
dossier

Archief

'Sorgdrager moet meer doen tegen kinderporno'

Door: redactie − 11/01/97, 00:00

Van een onzer verslaggeefsters AMSTERDAM - Minister Sorgdrager moet maar snel in de Tweede Kamer komen uitleggen waarom er geen geld is voor het opzetten van een centraal informatiepunt kinderporno. Ook moet de minister aangeven of zij iets doet met de belangrijkste afspraak van de Europese conferentie over kinderporno in Stockholm: het strafbaar stellen van het in bezit hebben van kinderporno.

Sorgdrager kreeg gisteravond in het actualiteitenprogramma Netwerk zware kritiek te verduren op haar 'liberale' aanpak van kinderporno van de fractievoorzitters van PvdA en CDA, Wallage en Heerma, en van de Amsterdamse hoofdcommissaris Nordholt.

Volgens Nordholt wordt de effectieve opsporing van misdadigers op dit terrein belemmerd “zolang het bezit van die gore rommel niet bij wet verboden is”. Tot nog toe is alleen de handel en de productie van kinderporno in Nederland bij wet verboden. Heerma: “Het wetsontwerp over het strafbaar stellen van bezit van kinderprono strandt nog steeds op de discussie over privacy. Zo accepteer je dat de situatie voortduurt en er steeds meer slachtoffers vallen. Het gaat om duizenden kinderen en kinderen hebben recht op bescherming, punt uit. Er moeten nu gewoon knopen worden doorgehakt. Het in bezit hebben van kinderporno heeft alles te maken met het tot stand komen ervan.” Wallage vond dat de “inzichten uit de laatste tijd in kinderporno aanleiding kunnen zijn om het liberale beleid op dit terrein te herzien.” Hijzelf heeft nog nooit naar kinderporno gekeken. Wallage: “Wat ik zag naar aanleiding van de affaire-Dutroux was voor mij genoeg. Veel Kamerleden zijn ook ouders. Als het voor de bestrijding nodig is, moet je opnieuw naar de wet kijken.”

Tussen de oren

Uit het bericht van Netwerk bleek ook dat in feite maar één man, A. Rabelink van het Kinderpornoteam van de Amsterdamse politie, alle 2000 videobanden die in de laatste drie jaar in de regio Amsterdam in beslag zijn genomen, heeft kunnen zien. Op deze banden worden 5000 kinderen seksueel misbruikt. Tijd en geld om alle gegevens uit de banden in te voeren in een centraal computersysteem is er niet. Rabelink: “Het zit allemaal tussen mijn oren. Als ik wegga, verdwijnt er een heleboel kennis.” Volgens Nordholt wordt de opsporing door het ontbreken van een centraal informatiesysteem ernstig belemmerd. Nordholt: “Overal in het land zitten politiemensen banden te analyseren, maar de vergelijking is niet mogelijk. Ik vind dat er zo snel mogelijk een centraal informatiepunt moet komen bij de Centrale Recherche en Informatiedienst.”

mailIcon print |