*

 
dossier

Archief

'Hoe het is om in een kamp te hebben gezeten, kun je je niet voorstellen'

Door: redactie − 26/01/98, 00:00

Van een onzer verslaggeefsters AMSTERDAM - Het is koud in het Wertheimpark. Voetje voor voetje schuift een grote groep mensen langs de glazen plaat met de woorden 'Nooit meer Auschwitz'. Er zijn er die bloemen neerleggen, anderen staan een lange tijd stil met het hoofd gebogen en weer anderen lopen met kleine pasjes langs het monument, de hand stevig om de arm van degene die naast hen loopt.

“De onthullingen over de Zwitserse bankrekeningen en in eigen land de LiRo-affaire geeft aan dat joden ook vandaag de dag met bittere zaken worden geconfronteerd”, spreekt burgemeester Patijn de menigte toe. “Voor hen houdt het nooit op.”

De toehoorders laten de woordenstroom over zich heen komen. Ze horen de klanken wel, maar met hun gedachten lijken ze mijlenver weg. Onder hen bevinden zich veel ouderen die Auschwitz of een ander vernietigingskamp hebben overleefd. Toch zijn er hier en daar ook jongeren die in groepjes bij elkaar staan of gearmd met opa of oma meelopen.

Zo'n honderdvijftig mensen liepen gisterochtend mee in de jaarlijkse Stille Tocht van het Amsterdamse stadhuis naar het Wertheimpark. Zeker het tienvoudige, zo'n 1500 mensen, waren 's middags aanwezig bij de reünie in de Rai.

Niet iedereen die meeloopt, is direct betrokken bij het verleden dat herdacht wordt. Simon staat wat verloren te luisteren naar de gebeden die klinken. “Ik voel me niet echt een buitenstaander. Maar toch weet ik dat ik er geen deel van uit maak. Er zijn hier zoveel mensen die in een kamp hebben gezeten. Hoe dat is, kun je je niet voorstellen.”

“De herdenking bij het Auschwitz-monument was voor velen erg emotioneel. Door deze bijeenkomst hoeft niemand verdrietig en alleen naar huis hoeft te gaan”, zegt een tengere vrouw die buiten de herdenkingszaal in de Rai een sigaret rookt. Met haar beide ouders en haar 14-jarige dochter woont ze de reünie bij. “Mijn vader is tijdens de oorlog ondergedoken en mijn moeder heeft Auschwitz overleeft”, vertelt ze. “Na de oorlog hebben ze elkaar ontmoet. Ze hebben elkaar niets uit te leggen.”

Aan een grote tafel bijna achterin wacht een moeder met haar dochter op de rest van de familie. “Voor veel ouderen is de Stille Tocht in deze snijdende kou niet meer te doen”, legt ze uit. “Maar de reünie willen de meesten niet missen. Mijn schoonzusje komt zelfs elk jaar uit Italië om hier aanwezig te kunnen zijn.”

Zelf heeft ze geen joodse achtergrond, maar de ouders van haar man hebben in een concentratiekamp gezeten. “Dit soort bijeenkomsten doet veel mensen pijn. Het is heel moeilijk maar toch komen ze. Ze praten hier met oude bekenden die ze soms maar één keer per jaar zien.”

Als de LiRo-affaire ter sprake komt is aan de gezichten van de twee vrouwen te zien dat het hen diep raakt. “Ik wordt daar zo ontzettend kwaad over”, reageert de dochter fel. “Net als de rest van Nederland, denk ik.”

Buiten staat de 24-jarige Hilda. Haar grootouders hebben ieder op eigen wijze de oorlog overleefd. “Wij kleinkinderen kunnen ons het ook niet voorstellen”, zegt ze. Ze wijst naar de mensen in de zaal: “Dit is om de herinnering levend te houden aan degenen die er niet meer zijn. Want ze zijn pas dood als ze niet meer herinnerd worden.”

mailIcon print |