*

 
dossier

Archief

'Verkiezingen na burgeroorlog duur en gevaarlijk'

Door: redactie − 10/01/97, 00:00

Van onze buitenlandredactie AMSTERDAM - Vlak na een burgeroorlog ligt de nadruk vaak op snelle verkiezingen. Toch is zo'n vlotte stembusgang niet alleen duur, maar ook gevaarlijk. “In verscheurde landen, waar nog een heleboel wantrouwen heerst en de wonden vers zijn, kan een verhitte campagne makkelijk spanningen aanwakkeren en dus de weg banen voor hervatting van geweld.”

Daarom kunnen voormalige vijanden beter een jaar of tien de macht delen, zonder verkiezingen. Deze aanbeveling deed directeur A. Ould-Abdallah van de denktank Global Coalition for Africa gisteren in Den Haag. In de nieuwjaarslezing van de Novib zei hij “uit eigen ervaring” ervan overtuigd te zijn dat machtsdeling vaak nieuwe strijd kan voorkomen. De sleutel kan vooraf worden vastgesteld: bijvoorbeeld 70 of 80 procent van de regeringposten voor de winnende partij en de rest voor de verliezer.

De Mauretaniër Ould-Abdallah, vorige maand kanshebber voor de hoogste post bij de VN, betoogde dat het hoog tijd wordt dat Afrika een beter imago krijgt. Alle aandacht is gericht op crisislanden als Liberia en Somalië, terwijl “hardwerkende stille” staten als Botswana en Ghana nauwelijks opvallen. Daardoor blijft de wereld Afrika zien als een probleemcontinent, en blijven de investeerders weg. Bovendien geeft de internationale gemeenschap steeds minder ontwikkelingshulp. Men trektnog wel de portemonnee voor noodhulp, maar laat het er daarna bij zitten. Gelden die op conferenties worden toegezegd “worden veel te laat overgemaakt of jaar na jaar vertraagd”. Als voorbeeld gaf hij Rwanda, dat in juli 1995 een hoop geld werd beloofd waarvan nog nauwelijks iets binnen is.

Terwijl juist een vloeiende overgang tussen noodhulp en wederopbouw van immens belang is, aldus Ould-Abdallah. Hij is net als minister Pronk voorstander van hulp aan landen waar nog steeds oorlog is. “Economische en sociale reconstructie moeten al voor het einde van de vijandigheden beginnen.” Alleen zo kan een wanhopige bevolking een hart onder de riem worden gestoken, en een basis worden gelegd voor ontwapening, terugkeer van vluchtelingen, herbouw van wegen, scholen, gezondheidscentra en dergelijke.

En voor vredeseducatie, een van de belangrijkste elementen van wederopbouw, aldus de directeur van Global Coalition for Africa. Tot in den treure moeten de mensen horen dat “geweld de vijand is van hun meest essentiële belangen”. Alleen buitenlandse wapenhandelaren en krijgsheren worden beter van geweld.

Een van de lessen van de afgelopen jaren is dat wederopbouw-programma's “duurder, complexer en langduriger zijn dan oorspronkelijk werd voorzien.” Toch hebben ze veel nut, aldus Ould-Abdallah. Landen als Mali, Ethiopië, Eritrea en Mozambique waren tien jaar geleden nog volop in oorlog, maar zijn nu, mede dankzij de hulp een eind op weg. “Ik geloof dat het ergste achter ons is, en dat er hoopvolle tekenen zijn voor de toekomst”, zo beëindigde Ould-Abdallah zijn betoog. Er verkeren nog wel een paar landen in een crisis, maar het continent in zijn geheel niet.

mailIcon print |